Ouders die het nog niet meegemaakt hebben, vragen zich het vaakst hetzelfde af. Wat kost dat, een kind. Kek Mama schreef er gisteren over aan de hand van de cijfers van het Nibud, en daar staat een percentage in dat je vervolgens zelf moet omrekenen. Dat rekenwerk doen we hieronder, met de bedragen erbij.
Het percentage en wat het betekent
Voor een tweeoudergezin kost één kind gemiddeld 15 procent van het besteedbaar inkomen, berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en gepubliceerd door het Nibud. Twee kinderen kosten gemiddeld 25 procent, drie kinderen 29 procent en vier kinderen 35 procent. In een eenoudergezin liggen die percentages hoger. Daar kost één kind gemiddeld 23 procent, twee kinderen 31 procent, drie kinderen 37 procent en vier kinderen 42 procent.
Belangrijk is wat het Nibud onder besteedbaar inkomen verstaat, want daar gaat het bij het narekenen meestal mis. Het zijn al je inkomstenbronnen bij elkaar, dus niet alleen het bedrag dat maandelijks op je rekening staat, maar ook de kinderbijslag, het kindgebonden budget, het vakantiegeld en andere toeslagen. Weet je niet precies waar die twee kindregelingen van elkaar verschillen, dan zetten we kinderbijslag en kindgebonden budget in een apart stuk naast elkaar.
De rekensom per maand
Reken het om naar jouw situatie en het wordt meteen concreter. Houdt een tweeoudergezin na aftrek van belasting en met toeslagen erbij 3.000 euro per maand over, dan komt 15 procent neer op ongeveer 450 euro per maand voor het eerste kind. Bij 4.000 euro is dat rond de 600 euro, bij 5.000 euro rond de 750 euro. In een eenoudergezin met 2.500 euro per maand gaat het om 23 procent, dus ongeveer 575 euro.
Dat het om een percentage gaat en niet om een vast bedrag, is geen slordigheid van het Nibud. Kinderen kosten in de praktijk ongeveer wat er is. Een gezin met meer ruimte geeft meer uit aan opvang, sport, kleding en vakantie, een gezin met minder ruimte doet meer tweedehands en schuift dingen door. Het Nibud noemt de percentages zelf ook nadrukkelijk een indicatie, onder meer omdat het CBS het besteedbaar inkomen net iets anders berekent.
Wat in die maandelijkse post het zwaarst weegt, is voor de meeste gezinnen de kinderopvang. Daar verandert komend jaar iets aan, want de verhoging van de kinderopvangtoeslag in 2027 valt kleiner uit dan eerder aangekondigd. Wie nu een begroting maakt voor volgend jaar, kan die post dus beter aan de ruime kant inschatten. Daarnaast noemt het Nibud een hoger water- en energieverbruik, meer boodschappen en meer uitgaven aan kleding, plus de kans dat één van beide ouders minder gaat werken. Dat laatste raakt de inkomstenkant en telt in die 15 procent niet mee.
De eenmalige kosten vooraf
Naast die maandelijkse post staat een bedrag dat je in één keer uitgeeft, en dat is voor veel aanstaande ouders de schrik. Het Nibud komt voor de babyuitzet in 2026 uit op 1.726 euro. Dat bedrag valt uiteen in kleding (300 euro), verzorging (165 euro), de babykamer (610 euro), voeding (81 euro) en vervoer (570 euro). Voor die lijst gebruikte het Nibud de adviezen van kraamcentra en de Consumentenbond, en het pakket is in 2026 opnieuw vastgesteld.
Daar bovenop staan spullen die niet iedereen koopt en die het Nibud daarom apart zet. Een box met matras kost rond de 140 euro, een kinderwagen 512 euro, een kinderstoel 69 euro, een babyfoon 42 euro, een traphekje 36 euro en een wipstoeltje 63 euro. Wegwerpluiers rekent het Nibud op 54 euro per maand, wasbare luiers op 13 euro per stuk. Geef je borstvoeding, houd dan rekening met ongeveer 1,30 euro per dag aan extra voedingskosten voor jezelf. Een kraampakket krijg je meestal van de zorgverzekeraar als je aanvullend verzekerd bent, en anders kost het rond de 35 euro.
Juist op die eenmalige lijst valt het meeste te besparen, want de kinderwagen, de box en het wipstoeltje gebruik je kort en ze gaan daarna prima door naar een volgend gezin. De kleding en de verzorging lopen wél gewoon door. Wie wil weten wat er verder nog geregeld moet worden in die eerste periode, vindt dat terug in ons overzicht van wat je regelt in de eerste weken na de geboorte.
Wat je hiermee doet
Het nuttigste dat je met deze cijfers kunt doen, is een begroting maken vóórdat het kind er is. Zet je verwachte inkomen na het verlof naast je huidige uitgaven, tel er 15 procent van je besteedbaar inkomen bij op en kijk wat er overblijft. Valt dat tegen, dan weet je het nu, en niet pas in de maand waarin de opvangfactuur voor het eerst binnenkomt. Het Nibud heeft er een gratis rekentool voor. En eerlijk is eerlijk, die 15 procent schrikt op papier meer af dan in de praktijk, omdat het bedrag geleidelijk oploopt en niet in één keer van je rekening verdwijnt.