De eerste weken na een geboorte staan vol met dingen die niemand je vooraf vertelt, en het merendeel daarvan is administratie. Dat is een merkwaardige combinatie: je slaapt vier uur per nacht, je bent nog aan het bijkomen van een bevalling, en ondertussen lopen er termijnen af waar je later niet meer bij kunt. Ik heb bij ons eerste kind twee dingen te laat gedaan en dat kostte me een middag bellen en een paar honderd euro. Bij het tweede kind lag er een lijstje op de koelkast en was het binnen twee weken klaar.
Dit is dat lijstje, in de volgorde waarin het aan de beurt komt. Niet omdat een gezin zich aan een schema houdt, maar omdat sommige stappen pas kunnen als een eerdere stap is gezet.
Week één: de aangifte en alles wat daaraan hangt
Een geboorte moet je aangeven bij de gemeente waarin het kind is geboren, en dat is niet altijd de gemeente waarin je woont. Ben je bevallen in een ziekenhuis twee dorpen verderop, dan doe je daar aangifte. De termijn is kort, drie dagen, en de dag van de bevalling telt niet mee. Vallen er weekenddagen of feestdagen in, dan schuift het iets op, maar reken daar niet op en plan het gewoon in de eerste werkdagen.
De aangifte doet in de meeste gemeenten de partner, en dat kan ook iemand anders zijn die bij de geboorte aanwezig was. Neem mee: een geldig identiteitsbewijs, de verklaring van de verloskundige of het ziekenhuis, en als jullie getrouwd zijn of een partnerschap hebben het trouwboekje als je dat wilt laten bijschrijven. Steeds meer gemeenten werken alleen op afspraak, dus dat regel je het liefst nog vanuit het ziekenhuis.
Ben je niet getrouwd en heb je het kind niet vóór de geboorte erkend, dan is dit het moment. Zonder erkenning is de partner juridisch geen ouder, en dat werkt door in gezag, in erfrecht en in de simpele vraag wie het kind mag ophalen bij de opvang. Erkennen kan bij de aangifte, maar het is prettiger om dat tijdens de zwangerschap te doen, want dan ligt er in die eerste week één ding minder op tafel. Sinds enkele jaren krijgt een partner die erkent in veel gevallen automatisch gezamenlijk gezag, maar dat geldt niet met terugwerkende kracht voor eerdere kinderen. Controleer dat, want dit is precies zo’n punt waarvan mensen aannemen dat het geregeld is.
Uit de aangifte rolt het burgerservicenummer van je kind. Dat heb je nodig voor bijna alles wat hierna komt, dus het heeft geen zin om verder te gaan voordat dit rond is.
Nog even terug: wat je vóór de bevalling al vastlegt
Een deel van deze lijst kun je maanden eerder afvinken, en dat is precies wat ik iedereen zou aanraden die dit tijdens een zwangerschap leest. Kraamzorg meld je aan zodra de zwangerschap bekend is, en dat doe je via je zorgverzekeraar of rechtstreeks bij een kraamzorgorganisatie. Wacht je tot het derde trimester, dan is het in drukke regio’s simpelweg vol en krijg je minder uren of een invalkracht die je niet kent.
Erkennen kan tijdens de zwangerschap bij elke gemeente, ook als je daar niet woont, en het duurt een kwartier. Een naam bedenken en die met elkaar afspreken hoort er eerlijk gezegd ook bij, want de aangifte is het moment waarop hij vastligt en dat is geen moment voor een discussie in de gang van het stadhuis.
Verder loont het om vooraf uit te zoeken hoe jullie werkgevers met dit alles omgaan. Sommige cao’s kennen een aanvulling op het verlof, sommige bedrijven hebben een eigen regeling voor de eerste maanden, en dat soort afspraken staat zelden in een handboek dat je uit jezelf openslaat. Eén mail naar de personeelsafdeling levert vaak meer op dan een avond zoeken op internet.
Week één tot twee: de zorgverzekering
Een pasgeboren kind is niet automatisch verzekerd. Je moet het aanmelden bij je eigen zorgverzekeraar, en daar zit een termijn van vier maanden aan. Meld je binnen die termijn aan, dan is je kind verzekerd vanaf de geboortedatum en is er geen gat. Wacht je langer, dan kun je te maken krijgen met een periode waarin je zelf voor kosten opdraait, en bij een baby die in de eerste maanden een keer in het ziekenhuis belandt kan dat hard aankomen.
Kinderen zijn tot achttien jaar gratis meeverzekerd voor de basisverzekering, dus dit kost je niets. Het enige dat je hier hoeft af te wegen is of je je kind een aanvullende verzekering geeft, en dat hangt volledig af van wat er in jullie gezin nodig is. Bij ons was dat pas op het moment dat er logopedie in beeld kwam. Wat je vaak niet weet is dat een aanvullende verzekering voor kinderen bij de meeste verzekeraars ook zonder gezondheidsverklaring kan, dus je kunt dat rustig later doen zonder iets te verspelen.
Zit je bij een verzekeraar via je werk in een collectief, meld het kind dan aan bij de verzekeraar zelf en niet bij je werkgever. Die route loopt vaker vast dan je zou verwachten.
Week twee: verlof aanvragen en vastleggen
De partner heeft recht op geboorteverlof en op aanvullend geboorteverlof, en beide ouders hebben recht op ouderschapsverlof waarvan een deel betaald is als je het in het eerste levensjaar opneemt. Het klinkt als iets voor later. Dat is het niet, want de betaalde varianten hebben een vervaltermijn en je werkgever moet ze bovendien een aantal weken van tevoren doorgeven aan het UWV.
Zet daarom in week twee, of eerder als je nog zwanger dit leest, op papier hoe jullie de eerste twaalf maanden willen indelen. Welke dagen wie thuis is, in welke blokken het verlof wordt opgenomen, en vanaf wanneer. Stuur dat als voorstel naar je leidinggevende in plaats van als vraag. Welke regeling voor wie bedoeld is, wanneer je hem moet opnemen en wie hem betaalt staat naast elkaar in het overzicht van de verlofsoorten rond een geboorte.
Week twee tot vier: toeslagen en de kinderopvang
Kinderbijslag hoef je in de standaardsituatie niet aan te vragen. De Sociale Verzekeringsbank krijgt de geboorte door van de gemeente en stuurt je een bericht. Reageer daar wel op, want zonder bevestiging van je gegevens komt er niets binnen. Kindgebonden budget volgt daarna vaak automatisch als je er recht op hebt, maar bij een gewijzigde situatie of een inkomen dat net onder de grens is gezakt moet je het zelf aanvragen bij de Belastingdienst.
Kinderopvangtoeslag werkt anders en dit is waar de meeste ouders geld laten liggen. Je vraagt hem aan bij Toeslagen, en je kunt hem maar een beperkt aantal maanden met terugwerkende kracht krijgen. Belangrijker nog: je vraagt hem aan zodra je weet wanneer de opvang begint, en niet pas als de eerste factuur binnen is. Je geeft daarbij het aantal uren op dat je verwacht af te nemen, en dat aantal pas je gedurende het jaar aan zodra het verandert. Dat aanpassen is geen formaliteit; het is precies het punt waarop later terugvorderingen ontstaan.
De wachtlijsten zijn in veel gemeenten zo lang dat inschrijven bij een opvang eigenlijk in de zwangerschap thuishoort. Ben je dat niet voor geweest, schrijf je dan nu bij meerdere locaties in, ook als je twijfelt. Inschrijven kost meestal niets en uitschrijven kan altijd.
Ergens in die eerste maand: het consultatiebureau en de rest
Het consultatiebureau meldt zich meestal zelf, via de jeugdgezondheidszorg in jouw gemeente. Hoor je na een paar weken niets, bel dan. Het is ook de plek waar je met alle vragen terechtkunt die je niet groot genoeg vindt voor de huisarts, en die drempel zou ik zo laag mogelijk houden: de meeste ouders die ik ken hebben in het eerste jaar minstens één vraag te lang met zich meegedragen.
Verder is er een korte lijst van dingen die geen termijn hebben en die je daarom eindeloos vooruit kunt schuiven:
- Je kind bijschrijven bij je eigen levens- of overlijdensrisicoverzekering als je die hebt.
- Een testament of voogdijregeling laten vastleggen bij de notaris, want zonder benoemde voogd beslist de rechter wie er voor je kind zorgt als jullie er allebei niet meer zijn.
- Een bankrekening op naam van je kind openen als je wilt gaan sparen, wat bij de meeste banken pas kan als het burgerservicenummer binnen is.
- Een paspoort of identiteitskaart aanvragen, wat je pas hoeft te doen als er gereisd gaat worden, maar houd er rekening mee dat een baby daarvoor gewoon mee moet naar het loket.
Die laatste categorie is de categorie waar ik het meest ontspannen over ben en waar ouders zich in mijn ervaring het schuldigst over voelen. Er is een enorm verschil tussen een termijn die verloopt en een klus die blijft liggen. De aangifte, de zorgverzekering, het verlof en de opvangtoeslag zijn termijnen. De rest is een klus, en die mag best in november.
Bij een tweede kind is het korter, maar niet leeg
De aangifte, de zorgverzekering en het verlof gaan bij een volgend kind precies hetzelfde. Wat erbij komt is alles wat met het eerste kind te maken heeft. De opvanguren van je oudste veranderen vaak, en dat betekent een wijziging in de kinderopvangtoeslag die je zelf moet doorgeven. Ook het kindgebonden budget verandert met een kind erbij, en dat gaat meestal automatisch maar zeker niet altijd.
Onderschat daarnaast niet wat er met je eerste kind gebeurt in die eerste weken. Er komt bij ons in de familie geen enkel gezin voor waarin de oudste niet even terugviel, en de praktische kant daarvan is dat je opvang of school daarvan op de hoogte wilt brengen. Dat is geen administratie, maar het staat wel op hetzelfde lijstje, want het is net zo makkelijk te vergeten in een periode waarin je vooral aan het overleven bent.
Het lijstje op de koelkast
Als je dit stuk tot één ding wilt terugbrengen: hang de vier dingen met een termijn zichtbaar op en schrijf er de datum bij waarop ze uiterlijk klaar moeten zijn. Aangifte binnen drie dagen, zorgverzekering binnen vier maanden, verlof aanvragen ruim voor je het wilt opnemen, en kinderopvangtoeslag zodra de startdatum van de opvang bekend is.
Dat is geen kwestie van goed georganiseerd zijn. Het is een kwestie van niet hoeven onthouden in een periode waarin je hoofd het simpelweg niet doet, en dat is iets heel anders.