Er is een moment dat bijna elke ouder die zijn kind naar de opvang brengt kent, en het staat in geen enkele folder. Je hebt je kind net overgedragen, je loopt naar de deur, en achter je begint het te huilen. De pedagogisch medewerker zegt vriendelijk dat het zo over is. Jij fietst weg met het idee dat je iets onvergeeflijks hebt gedaan, en checkt de rest van de ochtend elke tien minuten je telefoon.

Wennen is een van de weinige dingen in het ouderschap waar iedereen doorheen moet en waar bijna niemand van tevoren over praat. Dat is jammer, want het verloopt bij verrassend veel kinderen volgens hetzelfde patroon, en wie dat patroon kent, herkent onderweg beter of iets gewoon tijd nodig heeft of dat er echt iets niet klopt.

Het begint meestal met een of twee wenmomenten van een uur of twee, ergens in de week voor de eerste echte dag. Vaak blijf je er de eerste keer nog een deel van de tijd bij. Daarna volgt een halve dag, en dan de volle dagen zoals ze in het contract staan. Dat schema is niet heilig. Een opvang die het per kind aanpast is een goed teken, een opvang die zegt dat het altijd zo gaat is dat minder. Vraag er bij een rondleiding gerust naar, samen met de vragen over de groepssamenstelling en de manier waarop ze met de dag omgaan.

Hoe lang het daarna duurt voor een kind echt gewend is, hangt vooral af van de leeftijd waarop je begint. Baby’s van een paar maanden gaan meestal soepel: die hebben nog geen scherp beeld van wie er hoort te zijn en wie niet. Rond acht tot tien maanden wordt het lastiger, want dan zet de eenkennigheid in en snapt een kind precies dat jij weggaat en dat die andere volwassene niet jij bent. Rond anderhalf jaar komt daar vaak nog een tweede golf overheen, soms bij een kind dat maandenlang vrolijk zwaaide. Dat is geen terugval in de zin van mislukking, dat is een ontwikkelingsstap. Voor de meeste kinderen ligt de periode waarin het echt schuurt tussen de twee en de zes weken. Duurt het langer, dan is dat nog steeds niet ongewoon, maar dan is het wel tijd voor een gesprek in plaats van afwachten.

Wat het verschil maakt bij de deur

Het afscheid zelf is waar de meeste winst zit, en waar ouders de meeste fouten maken. Ik heb ze zelf allemaal gemaakt. Rekken, bijvoorbeeld: nog een knuffel, nog even bij het raam, nog een keer terugkomen omdat het zo zielig was. Dat is goed bedoeld en het werkt averechts, want elke terugkeer maakt van het afscheid opnieuw een gebeurtenis. Het omgekeerde is net zo slecht: wegsluipen terwijl je kind even niet kijkt. Dat scheelt jou een huilbui bij de deur en het kost je kind het vertrouwen dat het aan ziet komen wanneer je gaat.

Wat wel werkt is saai en voorspelbaar. Hetzelfde rondje elke ochtend: jas aan de haak, samen naar het raam, één knuffel, dezelfde zin, weg. Kinderen hechten zich aan die volgorde en gebruiken hem als houvast. Een vertrouwd voorwerp helpt daarbij enorm, en dat hoeft geen knuffel te zijn. Een doekje, een boekje, een speeltje dat thuis ook favoriet is: alles wat naar huis ruikt doet zijn werk.

En bel gerust. Serieus, bel. Vrijwel elke opvang zegt bij de intake dat het mag en vrijwel geen enkele ouder doet het, uit angst voor de indruk die het maakt. Terwijl één telefoontje om elf uur waarin iemand zegt dat je kind al een uur met blokken zit, je hele werkdag redt. De meeste opvangen sturen tegenwoordig ook foto’s via een app, wat prettig is maar ook een valkuil heeft: een foto van een huilend gezicht op het verkeerde moment kan een goede ochtend voor jou compleet verpesten.

Een praktisch punt dat vaak wordt vergeten: kies als het even kan niet de allerdrukste dag van de groep om mee te beginnen. Op maandag en dinsdag zitten de meeste groepen vol, op woensdag en vrijdag is het doorgaans rustiger en zijn er meer handen per kind. Een nieuwe start op zo’n rustige dag geeft een pedagogisch medewerker de ruimte om er echt bij te gaan zitten. Vraag ook wie de mentor van je kind wordt en op welke dagen die er staat, want dat is de persoon bij wie je later met vragen terechtkomt. Twee vaste gezichten in de eerste weken doen meer voor het wennen dan welk afscheidsritueel ook.

Wanneer het meer is dan wennen

Er zijn signalen die om aandacht vragen. Als een kind na zes tot acht weken bij binnenkomst nog steeds volledig dichtklapt, als het op de opvang structureel niet eet of niet slaapt terwijl het dat thuis wel doet, of als je merkt dat het huilen niet stopt zodra je weg bent maar de hele dag doorgaat, dan is dat geen kwestie van doorzetten. Vraag dan om een gesprek met de mentor en vraag heel concreet hoe de dag eruitziet: wanneer huilt het, hoe lang, wie troost er, wat helpt. Soms blijkt het te gaan om een groep die te druk is, of om een dag in de week waarop net andere medewerkers staan.

Wat mij betreft mag je daar veel eerder aan de bel trekken dan de meeste ouders doen. Er hangt om de opvang een soort onuitgesproken idee dat je dankbaar moet zijn dat je een plek hebt en dus niet te veeleisend moet overkomen. Dat is precies verkeerd om. Je koopt geen gunst, je koopt zorg, en vragen stellen hoort daarbij.

Reken er tot slot op dat het gewenning niet definitief is. Na twee weken vakantie, na een week ziek thuis, na een verhuizing binnen de opvang naar een oudere groep: het kan allemaal opnieuw beginnen, meestal korter en heftiger dan de eerste keer. Dat voelt onrechtvaardig, alsof je opnieuw moet beginnen, maar het gaat sneller voorbij omdat het gebouw, de geuren en de gezichten al bekend zijn.

En dan het stuk waar niemand je op voorbereidt: het wennen is er net zo goed voor jou. De eerste weken zijn een aanslag op je gevoel dat je het goed doet, en dat gevoel verdwijnt niet omdat iemand zegt dat kinderen hier prima van gedijen. Het gaat weg doordat je op een woensdag merkt dat je kind naar binnen rent zonder om te kijken. Tot die dag is het een kwestie van volhouden, kort afscheid nemen, en je ochtend niet laten bepalen door de tien minuten bij de deur. Wat helpt is de rest van de dag niet volplannen met dingen die ook mis kunnen gaan, want een supermarkt met een oververmoeid kind is in die eerste weken echt geen goed idee.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like