De fiets waar je kind op moet groeien is bijna altijd te groot. Dat is geen inschattingsfout, dat is een keuze die je bewust maakt in de winkel omdat een kinderfiets een paar honderd euro kost en je hem geen twee jaar later wilt vervangen. Het probleem is alleen dat een te grote fiets niet langzaam meegroeit maar simpelweg een jaar lang onhandelbaar is, en dat je kind in dat jaar leert dat fietsen eng is.
Bij ons ging dat precies zo. De tweede fiets kocht ik een maat groter dan de verkoper adviseerde, met het idee dat het zonde zou zijn om na anderhalf jaar opnieuw te beginnen. Mijn zoon reed er een zomer lang niet op. Niet omdat hij niet kon fietsen, maar omdat hij bij elke stoeprand van het zadel moest en dan met zijn tenen naar de grond zocht. Die fiets is uiteindelijk met verlies doorverkocht en we hebben er een kleinere voor teruggekocht. Sindsdien koop ik op lengte en niet op hoop.
Kinderfietsen gaan op wielmaat, niet op framemaat
Volwassen fietsen koop je op framemaat in centimeters of in S, M en L. Kinderfietsen werken anders: die worden verkocht op wielmaat in inches, en het frame schaalt daarmee mee. Je zoekt dus geen 46 centimeter maar een 20 inch, en de vraag is welke wielmaat bij de lengte van je kind past.
Fietsenwinkels houden daarvoor ongeveer dezelfde indeling aan. Het is een indicatie en geen wet, want een kind met lange benen en een korte romp zit anders op een fiets dan een kind dat even lang is maar andersom gebouwd.
| Wielmaat | Lichaamslengte (indicatie) | Wat je meestal ziet |
|---|---|---|
| 12 inch | ongeveer 95 tot 105 cm | eerste fietsje, vaak met steunwielen of als loopfiets |
| 16 inch | ongeveer 105 tot 120 cm | de fiets waarop de zijwieltjes eraf gaan |
| 20 inch | ongeveer 120 tot 135 cm | eerste fiets met handremmen en soms versnellingen |
| 24 inch | ongeveer 135 tot 150 cm | de fiets waarmee kinderen zelf naar school gaan |
| 26 inch en groter | vanaf ongeveer 150 cm | overgang naar een volwassen model |
Zie je in die tabel dat de lengtes elkaar raken? Dat is geen slordigheid. Rond de 120 en rond de 135 centimeter kan een kind op twee maten uit de voeten, en dan beslist niet de tabel maar de zithouding.
De test die je in de winkel doet
Meet je kind thuis zonder schoenen tegen de deurpost en schrijf het getal op. Neem dat mee, want in de winkel gaat het gesprek anders over leeftijd, en leeftijd zegt bij fietsen bijna niets. Er zitten in groep vier kinderen van een kop verschil.
In de winkel doe je vervolgens twee dingen, in deze volgorde.
Zet je kind eerst met beide voeten plat op de grond terwijl het op het zadel zit, met het zadel in de laagste stand. Lukt dat niet, dan is de fiets te groot, ook als het maar een centimeter scheelt. Voor een kind dat nog aan het leren is, is dat het enige dat telt: je moet je val kunnen stoppen zonder erover na te denken. Voor een kind dat al zeker fietst mag dat soepeler en is de bal van de voet genoeg, maar dan wil je nog steeds dat het bij een stoplicht zonder gedoe stilstaat.
Zet daarna het zadel op fietshoogte en kijk naar het been in het laagste pedaalpunt. Dat been mag bijna gestrekt zijn, met een lichte knik in de knie. Trapt je kind met een knie die tot borsthoogte komt, dan is het zadel te laag of de fiets te klein, en fietsen kost dan drie keer zoveel energie.
Laat je kind ten slotte een rondje rijden en let vooral op de remmen. Handremmen op een 20 inch zijn voor kleine handen soms te ver weg, en dat is een probleem dat je in de winkel oplost door de remgrepen te laten verstellen. Bijna elke fietsenwinkel doet dat gratis bij aankoop, maar alleen als je het vraagt.
Wat je doet als je kind tussen twee maten in zit
Dan neem je de kleinste van de twee. Ik weet dat dat tegen je gevoel voor zuinigheid ingaat, en toch is het in mijn ogen de enige verstandige keuze zolang een kind nog aan het leren is. Op een fiets die net te klein is fietst een kind meteen, en een kind dat meteen fietst gebruikt de fiets. Op een fiets die net te groot is fietst een kind pas over een half jaar, en tegen die tijd is er een verhaal ontstaan over dat fietsen niet leuk is.
Er zit ook een praktische kant aan. Een zadelpen kun je vaak nog een stuk uittrekken, en een kinderfiets die goed onderhouden is verkoop je op Marktplaats of via een lokale fietsenwinkel met inruil terug voor een redelijk deel van de aanschaf. Het verschil tussen te vroeg en te laat wisselen kost je in de praktijk minder dan een seizoen niet fietsen.
Koop je tweedehands, meet dan zelf. Advertenties noemen bijna altijd de leeftijd van het vorige kind en zelden de wielmaat, en die staat gewoon op de zijkant van de band gedrukt. Zoek naar iets in de trant van 20 x 1.75, want het eerste getal is de maat die je nodig hebt. Kijk daarnaast of de remmen pakken en of het zadel nog omhoog kan, dat zijn de twee dingen die een goedkope fiets duur maken.
Heb je de juiste maat te pakken, dan is de rest een kwestie van afstellen. Hoe je zadel, remmen en verlichting nalooft voordat het schooljaar begint staat in het stuk over de fiets van je kind klaarmaken voor het nieuwe schooljaar.