De fiets die in juni nog prima reed, is eind augustus vaak niet meer de fiets die bij je kind past. Kinderen groeien in een zomer zo een paar centimeter, de banden zijn in de schuur leeggelopen, de ketting is droog en de verlichting die je in april voor het laatst nodig had doet het niet meer. In de eerste schoolweken fietst je kind daar dan elke ochtend op, in het donkerder wordende ochtendlicht, tussen het verkeer.

Het goede nieuws: bijna alles hieraan los je in een uurtje zelf op, met gereedschap dat je waarschijnlijk al hebt liggen. Ik doe het bij ons thuis elk jaar in het laatste vakantieweekend, samen met de kinderen, en het is inmiddels een klein ritueel geworden. Ze weten daardoor precies hoe hun eigen fiets in elkaar zit, en dat is minstens zo veel waard als de afstelling zelf.

Wat je nodig hebt

  • Een inbussleutelset van 4 tot 8 mm. Te koop bij Gamma, Praxis en Hornbach, en voor een paar euro bij de Action.
  • Een steeksleutel of ringsleutel van 15 mm voor oudere zadelpennen en wielmoeren.
  • Een fietspomp met drukmeter. Zonder meter pomp je op gevoel, en op gevoel pompt vrijwel iedereen te zacht. Decathlon en de fietsenmaker hebben ze vanaf ongeveer 15 euro.
  • Kettingolie of kettingspray. Kruidvat, Decathlon, bouwmarkt of de fietsenwinkel om de hoek.
  • Een ontvetter of gewoon een oude theedoek en wat allesreiniger.
  • Nieuwe remblokjes als de oude versleten zijn. Reken op 5 tot 12 euro per set bij de fietsenwinkel of online.
  • Led-verlichting voor en achter, plus losse reflectoren als die van de fiets af zijn. HEMA, Action en Decathlon verkopen sets vanaf ongeveer 10 euro.
  • Een rolmaat, voor de zadelhoogte.

Stap 1: controleer of de fiets nog de goede maat is

Meet je kind tegen de deurpost en vergelijk dat met de wielmaat van de fiets. Kinderfietsen worden op wielmaat verkocht, niet op framehoogte, en die maat volgt de lichaamslengte redelijk strak.

LichaamslengteWielmaatOngeveer de leeftijd
95 tot 105 cm12 inch3 tot 4 jaar
100 tot 110 cm14 inch4 tot 5 jaar
105 tot 120 cm16 inch4 tot 6 jaar
115 tot 130 cm18 inch5 tot 7 jaar
120 tot 135 cm20 inch6 tot 9 jaar
135 tot 150 cm24 inch8 tot 11 jaar
vanaf 150 cm26 inch of een fiets met framemaatvanaf 11 jaar

Hier zit meteen mijn grootste bezwaar tegen hoe er in Nederland fietsen gekocht worden. Bijna iedereen koopt een maat te groot, zodat het kind erin kan groeien. Ik snap de rekensom, maar op een te grote fiets kan een kind niet remmen zonder van het zadel te schuiven en kan het bij stilstand niet fatsoenlijk met een voet bij de grond. Dat is precies het moment waarop het misgaat bij een kruising. Koop liever de goede maat en verkoop hem over twee jaar door. Tweedehands kinderfietsen gaan op Marktplaats en bij de kringloop vlot weg, en je krijgt er een groot deel van terug.

Stap 2: zet de zadelhoogte goed

Laat je kind op het zadel zitten met de hiel op de trapper, en zet die trapper in de laagste stand. Het been moet dan bijna gestrekt zijn, met een kleine knik in de knie. Zet je vervolgens de bal van de voet op de trapper, wat de normale fietshouding is, dan blijft er precies genoeg buiging over om kracht te kunnen zetten.

Voor een kind dat nog onzeker is of net van de zijwieltjes af komt, verlaag je het zadel zoveel dat het met twee platte voeten bij de grond kan. Dat trapt zwaarder, maar het geeft vertrouwen, en vertrouwen is op die leeftijd belangrijker dan efficiëntie. Zodra het losfietsen erin zit, zet je het zadel in stapjes van een centimeter per keer omhoog naar de hielmethode.

Let op de minimum-inbouwstreep op de zadelpen. Komt die streep boven de framebuis uit, dan zit de pen te ver naar buiten en kan hij breken. Dat is het duidelijkste signaal dat de fiets echt te klein is geworden.

Stap 3: banden op spanning

Op de zijkant van de band staat de aanbevolen spanning, meestal als een bereik in bar of psi. Bij kinderfietsen van 16 tot 24 inch ligt dat vaak tussen de 2,5 en 4 bar. Pomp naar de bovenkant van dat bereik als je kind op straat rijdt, en naar de onderkant als het veel over stoepranden en zand gaat.

Een zachte band is niet alleen zwaarder trappen, hij is ook gevaarlijker: hij vervormt in bochten en loopt sneller een snakebite-lek op tegen de velg. Controleer de spanning maandelijks, want ook zonder lek verliest een band elke maand druk. Bij ons hangt de pomp daarom naast de deur en niet achterin de schuur, want wat achterin de schuur staat gebruik je nooit.

Stap 4: remmen nalopen

Dit is de stap die je niet mag overslaan. Knijp beide remmen in en kijk waar het remblokje de velg raakt. Het moet vlak op de remvlakken van de velg landen, niet op de band en niet half eronder. Een blokje dat de band raakt slijt daar in een paar weken doorheen.

Kijk daarna naar de groeven in het rubber. Zijn die weggesleten en is het oppervlak glad, dan is het blokje op en vervang je het. Trekt de remhendel bijna tot aan het stuur voordat hij grijpt, dan draai je de stelschroef op de hendel of bij de rem een paar slagen open tot de blokjes op ongeveer twee millimeter van de velg staan. Bij een terugtraprem controleer je alleen of hij direct pakt en of het achterwiel niet blokkeert bij lichte druk.

Test daarna staand naast de fiets: duw hem vooruit en knijp. Als het wiel meteen stopt, is het goed. Laat je kind het vervolgens zelf een keer voelen op een rustig stuk, want een fiets die veel scherper remt dan vorige week vraagt om gewenning.

Stap 5: ketting schoonmaken en smeren

Veeg de ketting met een oude doek en wat ontvetter schoon terwijl je de trappers achteruit draait. Laat hem even drogen en breng dan een dun laagje kettingolie aan, opnieuw terwijl je doortrapt, zodat elke schakel iets krijgt. Veeg het overschot er daarna af. Olie die aan de buitenkant blijft zitten trekt zand aan en werkt als schuurpapier.

Bij een fiets zonder versnellingen controleer je meteen de kettingspanning: je moet de ketting halverwege ongeveer één tot twee centimeter op en neer kunnen bewegen. Hangt hij losser, dan kan hij eraf lopen, en dat gebeurt altijd op het slechtst denkbare moment.

Stap 6: licht en zichtbaarheid

Vanaf half september wordt het merkbaar later licht, en dan gelden de regels weer. Voor moet er wit of geel licht branden, achter rood, en achterop hoort een rode reflector. Daarnaast heeft de fiets zijreflectie nodig, via reflecterende strepen in de banden of reflectoren in de spaken, en horen er reflectoren op de trappers te zitten.

Losse ledlampjes zijn toegestaan en werken prima, maar ze verdwijnen ook net zo makkelijk in een schooltas. Ik zet ze daarom met tiewraps vast in plaats van met een clip, en leg één reservesetje in de gangkast. Vergeet ook de trapperreflectoren niet: dat op en neer bewegende licht is voor een automobilist het snelst te herkennen signaal dat er een fietser aankomt. Wie meer van dit soort praktische oplossingen zoekt voor het gezin op de fiets, vindt er nog een paar in deze fietshack voor moeders.

Nog even de route zelf

Een goed afgestelde fiets is de helft van het werk. De andere helft is de route naar school, en die rijd je in de laatste vakantieweek het beste een paar keer samen, op het tijdstip waarop je kind hem straks alleen aflegt. Je ziet dan precies waar het druk is en welke oversteek lastig blijft. Hoe je het fietsen verder tot een vast onderdeel van het gezinsleven maakt, staat uitgewerkt in dit stuk over fietsen met het gezin, en wie voor het eerst een kind naar school brengt heeft aan de keuze van een goede schooltas ook nog een klus liggen.

Zet die uurtjes klus dus gewoon in de agenda, ergens in het laatste vakantieweekend. Het kost minder tijd dan één ritje naar de fietsenmaker, en je kind gaat maandag de deur uit op een fiets die klopt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like