Kindermaten zijn een van de weinige dingen in het ouderschap die logisch in elkaar zitten, en toch koopt half Nederland op leeftijd in plaats van op lengte. Maat 92 betekent niet dat het kleding voor een tweejarige is. Het betekent dat het past bij een kind dat ongeveer 92 centimeter lang is. De leeftijd op het kaartje is een schatting van de fabrikant, de centimeters zijn het echte gegeven.
Wie dat eenmaal doorheeft, bestelt minder mis. Een lang kind van drie zit in 104, een klein kind van vier ook in 104, en dat is geen fout in de maatvoering maar precies de bedoeling. Meet dus je kind, niet zijn verjaardag.
De maten op een rij
| Maat | Lengte van je kind | Ongeveer de leeftijd | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| 50 | tot 50 cm | pasgeboren | Vaak maar een paar weken bruikbaar, koop er weinig van |
| 56 | 51 tot 56 cm | 1 tot 2 maanden | De maat waarin de meeste baby’s thuiskomen uit het ziekenhuis |
| 62 | 57 tot 62 cm | 2 tot 4 maanden | Groeit snel doorheen, tweedehands is hier de moeite waard |
| 68 | 63 tot 68 cm | 4 tot 6 maanden | Let op ruimte rond de luier bij broekjes |
| 74 | 69 tot 74 cm | 6 tot 9 maanden | Kruipfase, knieën slijten als eerste |
| 80 | 75 tot 80 cm | 9 tot 12 maanden | Eerste stapjes, voetjes in pakjes worden nu lastig |
| 86 | 81 tot 86 cm | 12 tot 18 maanden | Rekbare tailles zijn hier praktischer dan knopen |
| 92 | 87 tot 92 cm | ongeveer 2 jaar | Zindelijkheidsfase, kies broeken die je kind zelf omlaag krijgt |
| 98 | 93 tot 98 cm | ongeveer 3 jaar | Verschil tussen merken wordt vanaf hier goed merkbaar |
| 104 | 99 tot 104 cm | ongeveer 4 jaar | Start van de basisschool, denk aan jassen met ruime mouwen |
| 110 | 105 tot 110 cm | ongeveer 5 jaar | Broeken zijn eerder te kort dan te krap |
| 116 | 111 tot 116 cm | ongeveer 6 jaar | Vanaf hier gaat kleding meestal een heel schooljaar mee |
| 122 | 117 tot 122 cm | ongeveer 7 jaar | Verstelbare taillebandjes zijn hun geld waard |
| 128 | 123 tot 128 cm | ongeveer 8 jaar | Kinderen krijgen nu zelf een mening, houd daar rekening mee |
| 134 | 129 tot 134 cm | ongeveer 9 jaar | Slanke en brede pasvormen lopen sterk uiteen per merk |
| 140 | 135 tot 140 cm | ongeveer 10 jaar | Meten in plaats van gokken loont hier het meest |
| 146 | 141 tot 146 cm | ongeveer 11 jaar | Sommige merken stoppen hier en gaan over op S en M |
| 152 | 147 tot 152 cm | ongeveer 12 jaar | Groeispurten maken een half jaar vooruit kopen riskant |
| 158 | 153 tot 158 cm | ongeveer 13 jaar | Vaak gelijk aan een damesmaat XS of een heren S |
| 164 | 159 tot 164 cm | ongeveer 14 jaar | Laatste kindermaat bij de meeste winkels |
De leeftijden in de derde kolom zijn nadrukkelijk een gemiddelde. Zit je kind er structureel boven of onder, dan is dat geen probleem maar informatie: koop gewoon op de lengte en trek je van het getal in de winkel niets aan.
Hoe je goed meet
Zet je kind zonder schoenen met de hielen tegen de deurpost, laat het rechtop staan met de blik vooruit, leg een boek plat op het hoofd en zet een streepje. Meet vanaf de vloer tot het streepje. Doe dat elke drie tot vier maanden en zet de datum erbij, dan zie je meteen aankomen wanneer een maat op is.
Voor broeken en jassen is de lengte alleen niet genoeg. Meet ook de omvang van de borst, de taille en de binnenbeenlengte, en leg die naast de maattabel van het merk. Bijna elk merk publiceert zo’n tabel op de eigen site, en juist bij online bestellen scheelt dat de helft van je retouren. Een kind met een lange romp en korte benen valt in twee maten tegelijk, en dan wil je weten welk van de twee getallen je moet volgen.
Wat je met de maten van vorig jaar doet
Twee keer per jaar de kast doorlopen kost een halfuur en levert meer op dan welke opruimtruc ook. Leg drie stapels: past nu, past volgend seizoen, kan weg. Die middelste stapel gaat in een doos met de maat er dik op geschreven, en die doos zet je op een plek waar je hem terugvindt, niet achter de kerstspullen. Wie meerdere kinderen heeft weet hoe snel maat 98 van de oudste ongemerkt een jaar te laat bij de jongste aankomt.
Kleding die weg kan, kun je verkopen, doorgeven of inleveren. Wat er bij ons het beste werkte was een vaste afspraak met twee andere gezinnen: zij kregen onze maten, wij kregen die van hen terug in de maat erboven. Dat scheelt geld, maar vooral gedoe, want je hoeft niets te fotograferen, te beschrijven of te verzenden. Zet in dezelfde doos een briefje met wat er stuk aan was, dan hoeft de volgende ouder daar niet achter te komen op een regenachtige ochtend.
De praktijkregels die het meest schelen
- Koop hooguit één maat vooruit. Twee maten vooruit betekent een jaar rondlopen in iets dat niet past, en tegen de tijd dat het past is het uit de mode of stuk.
- Reken op verschil per merk. Dezelfde 116 kan bij het ene merk ruim vallen en bij het andere krap. Vind je een merk dat past, onthoud dat dan.
- Let op krimp. Katoen dat op zestig graden de was in gaat, komt er een halve maat kleiner uit. Bij schoolkleding die vaak gewassen wordt is dat een reden om net iets ruimer te kopen.
- Beoordeel de pasvorm op de schouder, niet op de mouw. Mouwen kun je omslaan, schouders niet.
Mijn eigen mening, na jaren mismatchen: koop de maten waar kinderen het snelst doorheen groeien zoveel mogelijk tweedehands, en zet je geld in de kleding die het zwaar krijgt. Een jas, schoenen en een regenbroek verdienen kwaliteit, want die gaan dagelijks mee. Een T-shirt in maat 74 dat drie maanden meegaat verdient dat niet. Tweedehands is bovendien vaak al een keer gewassen, dus wat er nog aan krimp in zat is er al uit, en dat maakt de maat betrouwbaarder dan nieuw.
Voor die tweedehands maten is het aanbod inmiddels groot: zo goed als nieuwe kinderkleding kost een fractie van de winkelprijs en is voor de kleine maten bijna altijd de verstandigste route. Wil je juist iets nieuws voor de dagen dat het ergens om gaat, dan is trendy kinderkleding leuker om per stuk te kiezen dan per doos. En voor schoenen, waar de maat er echt toe doet, kun je het beste passen in de winkel en pas daarna kijken of hetzelfde model in de sale te vinden is.