Voor het leven met kinderen. En alles daaromheen.

ADD of ADHD bij je kind: wat is het verschil en hoe herken je het?

·Tim Vasse
Dromerig schoolkind kijkt uit het raam terwijl het huiswerk voor hem op tafel ligt

Je kind zit met zijn hoofd in de wolken, vergeet zijn gymtas voor de derde keer deze maand en heeft na een uur huiswerk nog maar één som af. Is dat ADD? En hoe zit het dan met ADHD? De twee termen worden voortdurend door elkaar gebruikt. Kek Mama zette het verschil op 28 oktober nog eens op een rij. Het korte antwoord is dat ADD officieel niet meer bestaat als aparte diagnose. Het lange antwoord is interessanter, want het verklaart ook waarom juist de stille variant zo vaak gemist wordt.

Eén diagnose, drie beelden

Hulpverleners spreken tegenwoordig alleen nog van ADHD. Binnen die diagnose onderscheiden ze drie beelden, zoals het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie uitlegt.

  • Overwegend onoplettend. Dit is wat de meeste mensen nog ADD noemen. Het kind heeft vooral moeite met aandacht vasthouden, plannen en onthouden, maar is niet opvallend druk.
  • Overwegend hyperactief en impulsief. Het kind kan moeilijk stilzitten, praat veel, valt anderen in de rede en doet dingen voordat het nadenkt.
  • Gecombineerd. Beide soorten kenmerken zijn duidelijk aanwezig.

Het woord ADD is dus niet fout, het is alleen verouderd. Wie het gebruikt, bedoelt bijna altijd het onoplettende beeld. Belangrijk om te weten is dat een kind in de loop der jaren kan verschuiven. Een kleuter die vooral druk is, kan als tiener vooral nog moeite hebben met concentratie, omdat de lichamelijke onrust vaak afneemt terwijl de aandachtsproblemen blijven.

Waarom het stille beeld vaak laat opvalt

Een kind dat door de klas rent, valt op. Een kind dat stil uit het raam kijkt, niet. Dat is de kern van het probleem. Dromerige kinderen storen niemand en worden daardoor eerder als lui, ongeïnteresseerd of “een beetje traag” gezien dan als een kind dat hulp nodig heeft.

Bij meisjes zie je dit vaker. Zij laten minder vaak storend gedrag zien en passen zich in de klas vaak sterk aan. Thuis komt dan de vermoeidheid of frustratie eruit. Veel vrouwen krijgen hun diagnose daardoor pas als volwassene, soms pas nadat ze zelf moeder zijn geworden. Daarover schreven we eerder in ons stuk over moeders die ADHD ontdekken na hun tweede kind.

Signalen per leeftijd naast elkaar

Elk kind is weleens druk of afgeleid. Waar het om gaat, is of het veel vaker gebeurt dan bij leeftijdsgenoten en of je kind er last van heeft. Zo ziet het er per leeftijd vaak uit.

Leeftijd Vooral onoplettend (“ADD”) Vooral druk en impulsief
Peuter en kleuter Lastig te zien. Kan moeite hebben om een spelletje af te maken of een opdracht van de juf te volgen. Altijd in beweging, klimt overal op, rent weg, kan moeilijk op zijn beurt wachten.
Groep 3 tot en met 5 Raakt spullen kwijt, droomt weg tijdens instructie, vergeet halverwege wat de opdracht was. Draait op zijn stoel, roept door de klas, botst vaker met klasgenootjes.
Groep 6 tot en met 8 Moeite met plannen van werkstukken en huiswerk, werkt traag, slordige fouten. Impulsieve opmerkingen, moeite met regels bij spel, snel boos.
Middelbare school Loopt vast op plannen en zelfstandig werken, cijfers zakken ondanks inzet, chaotische tas en agenda. Innerlijke onrust in plaats van rennen, risicovol gedrag, moeite met wachten en luisteren.

Bij jonge kinderen is voorzichtigheid op zijn plaats. Veel peuters en kleuters zijn druk en kort van aandacht, en dat hoort bij hun leeftijd. Daarom stellen hulpverleners de diagnose bij heel jonge kinderen zelden. Het omslagpunt komt vaak in groep 3 of 4, als er meer stilzitten en zelfstandig werken van een kind wordt gevraagd. Het onoplettende beeld wordt nog later zichtbaar, vaak pas in de bovenbouw of in de brugklas, als plannen en zelf organiseren ineens het verschil maken.

Wanneer is het meer dan een fase

Om van ADHD te spreken, kijken hulpverleners niet naar één slechte week maar naar een patroon. Volgens de criteria die huisartsen en psychologen gebruiken, moeten verschillende kenmerken al voor het twaalfde jaar aanwezig zijn, en op twee of meer terreinen spelen, bijvoorbeeld thuis en op school. En ze moeten je kind duidelijk hinderen in hoe het meedoet op school, met vriendjes of thuis.

Dat laatste is een goede toets voor jezelf. Een dromerig kind dat goed meekomt, vriendjes heeft en lekker in zijn vel zit, heeft waarschijnlijk gewoon een dromerig karakter. Een kind dat ondanks zijn best steeds achterloopt, zich dom gaat voelen of thuis na school volledig instort, verdient een nadere blik. Merk je dat je kind zichzelf al naar beneden praat, lees dan ook ons stuk over een kind dat denkt dat het dom is.

Wat je doet als je twijfelt

Begin met vergelijken. Vraag de leerkracht of die hetzelfde ziet als jij, en noteer een paar weken concrete voorbeelden. Ziet de school het ook, dan heb je een stevig startpunt. Ziet de school het niet maar jij thuis wel, dan is dat ook informatie. Sommige kinderen houden zich op school groot en laten thuis pas los.

Ga daarna naar de huisarts of de jeugdarts van school. Die kan samen met jullie bekijken of verder onderzoek nodig is en waar dat kan. Hoe dat traject loopt, van eerste gesprek tot onderzoek bij een psycholoog of kinderpsychiater, lees je in ons artikel over je kind laten testen op ADHD.

En wacht niet op een diagnose om te beginnen met helpen. Kinderen met aandachtsproblemen hebben thuis en op school veel aan dezelfde dingen, zoals korte opdrachten, vaste routines, een overzicht van de dag en een rustige plek om te werken. Het Nederlands Jeugdinstituut raadt ouders en school aan om die aanpak samen af te stemmen, zodat je kind niet twee verschillende systemen hoeft te volgen. Dat helpt een dromer net zo goed als een kind dat niet stil kan zitten, met of zonder label.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen