Een kinderfeestje thuis loopt niet stuk op de spelletjes en ook niet op de traktatie. Het loopt stuk op de gaten ertussen. Tien kinderen die tien minuten niets te doen hebben in een woonkamer vinden binnen die tien minuten iets, en dat is bijna altijd iets wat jij liever niet had gehad. De oplossing is niet meer activiteiten bedenken, maar de overgangen dichtzetten.

Wat bij ons werkt is een draaiboek van twee uur waarin elk kwartier iets gebeurt en waarin de rustige en drukke blokken elkaar afwisselen. Twee uur is bewust kort. Een feestje van drie uur is voor iedereen te lang, en het laatste half uur is standaard het uur waarin er iets sneuvelt of iemand huilt.

De boodschappen

  • Karton, crêpepapier, lijm, stiften en kwasten voor de knutselactiviteit. De Action en de Hema zijn hiervoor het goedkoopst, en bij Xenos vind je vaak de wat leukere restjes.
  • Een groot vel behangpapier of een oud tafelzeil om de tafel af te dekken.
  • Een pak ballonnen, twee bollen touw en een rol crêpepapier voor de spelletjes.
  • Prijsjes voor de spelletjes, maar dan zo dat iedereen er één krijgt. Zakjes van de Flying Tiger of de Action doen het prima.
  • Eten dat kinderen zonder bestek eten: pizzapunten, komkommer, worteltjes, kaasblokjes, druiven, en één ding dat overduidelijk snoep is.
  • Bekers met een naam erop, want anders staan er na een half uur veertien halfvolle bekers en drinkt niemand meer.

Reken op meer drinken dan je denkt en op minder eten dan je denkt. Kinderen op een feestje eten opvallend weinig, tot het moment waarop ze naar huis gaan.

Het draaiboek van twee uur

Kwartier 1: binnenkomst en cadeautjes. Dit organiseert zichzelf, mits er iemand bij de deur staat. Laat de jarige de cadeaus meteen uitpakken en leg ze daarna op één vaste plek weg. Blijven ze rondslingeren, dan gaat het hele feestje daarover.

Kwartier 2 en 3: de knutselactiviteit. Direct beginnen met iets aan tafel is tegen je gevoel in, want iedereen is net binnen en druk. Precies daarom werkt het. Kinderen die binnenkomen in een huis dat ze niet kennen willen iets te doen hebben, en aan een tafel zitten met een taak brengt de temperatuur meteen omlaag. Kies iets waar het resultaat mee naar huis kan: een masker, een schatkist van karton, een tas beschilderen.

Kwartier 4: iets te drinken en de eerste ronde chaos. Even niets. Drinken, rondrennen, kijken wat er gebeurt. Een feestje zonder een moment waarin niets georganiseerd is voelt voor kinderen als school.

Kwartier 5: het drukke spel. Dit is het moment waarop ze het meeste energie hebben. Ballonnen tussen twee kinderen geklemd van de ene naar de andere kant, of stoelendans, of een estafette door de tuin. Buiten als het even kan, want dan overleeft de woonkamer het.

Kwartier 6: eten. Alles staat al klaar en de kinderen zitten weer aan tafel. Dat is de tweede keer dat ze zitten en dat is precies de bedoeling.

Kwartier 7: het rustige spel. Na eten gaat het niet meer om rennen. Een speurtocht door het huis met briefjes, of raden wat er onder een doek ligt, of een verhaal waarbij iedereen om de beurt een woord noemt. Dit is ook het blok waarin je een kind dat het even niet meer trekt uit de groep kunt halen zonder dat het opvalt.

Kwartier 8: taart en zingen. Bewust aan het eind en niet in het midden. Taart in het midden betekent een uur lang suiker plus tijd, en dat is een combinatie die ouders bij het ophalen aan hen doorschuift.

Daarna zijn de ouders er. Zorg dat de meeneemzakjes bij de deur klaarstaan, want kinderen zoeken hun jas niet en hun eigen knutselwerk al helemaal niet.

Waar het meestal misgaat

Het gaat mis bij de overgang van het ene naar het andere blok, en dat is dus waar je op moet letten. Alles wat je nodig hebt voor het volgende onderdeel ligt al klaar in een andere kamer of onder een doek. Ga je tijdens het feestje op zoek naar de ballonnen, dan ben je vier minuten kwijt en dat zijn precies de vier minuten waarin het uit de hand loopt.

Het gaat ook mis bij winnen en verliezen. Er is altijd één kind dat verliezen zwaar opvat, en dat wordt op een verjaardag van iemand anders een groter probleem dan thuis. Spellen zonder winnaar of met wisselende teams voorkomen dat, en de prijsjes geef je aan het eind aan iedereen tegelijk.

En het gaat mis met te veel kinderen. De vuistregel die je overal hoort is het aantal jaren dat het kind wordt, en ik vind dat een bruikbare regel tot een jaar of zeven en daarna niet meer. Wat wel klopt is dat het aantal begeleiders belangrijker is dan het aantal kinderen: twee volwassenen voor acht kinderen is comfortabel, één volwassene voor acht kinderen is een middag rennen.

Een mening over hoe groot dit moet zijn

De verjaardagen die bij ons het best zijn bevallen waren de goedkoopste. Vier kinderen, een speurtocht in het park, patat halen, klaar. De duurste was een gehuurd springkussen waar na twintig minuten niemand meer op wilde, en de rest van de middag hebben we geïmproviseerd.

Ik denk dat kinderfeestjes de afgelopen jaren een prestatie zijn geworden, en dat dat vooral iets doet met ouders en nauwelijks iets met kinderen. Een kind onthoudt dat het zijn eigen dag was, dat er iets geks gebeurde en dat er iemand kwam die het leuk vindt. Of dat in een gehuurde zaal gebeurde of aan je eigen keukentafel met karton en lijm maakt in de herinnering vrijwel niets uit, en in je agenda en je portemonnee des te meer.

Zoek je een variant waarbij het knutselblok het hele feestje vult, dan werkt een creatief thema goed. Hoe dat er in de praktijk uitziet lees je in het stuk over creatieve kinderfeestjes, waarin het maken zelf het programma is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like