Het seizoen is begonnen. De eerste snotneuzen zijn binnen, de eerste ochtendtelefoontjes van de opvang ook, en daarmee komt elk jaar dezelfde discussie terug. Niet de vraag of je kind thuis moet blijven (dat is op een dag met koorts meestal wel duidelijk), maar de vraag daarna: wanneer mag hij weer terug? De ene ouder houdt een kind drie dagen thuis, de andere brengt met een loopneus, en beiden denken dat ze de regels volgen.

Wat de richtlijn werkelijk zegt

Het RIVM heeft voor kindercentra een eigen kennissite, KIDDI, en die is opvallend nuchter. De kern: een ziek kind kan beter thuisblijven als het erg ziek is of de rest van de groep kan aansteken. Een kind met lichte verschijnselen, zoals een snotneus of wat huiduitslag, kan gewoon meedoen in de groep.

Daar staat dus geen aantal dagen bij, en ook geen lijst met ziektes die automatisch thuis horen. Het criterium is praktisch: heeft dit kind rust en aandacht nodig die in een groep niet te geven is, of niet? Een kind dat overgeeft, veel pijn heeft of hoge koorts heeft, valt in de eerste categorie. Een kind dat hoest maar verder gewoon speelt, valt in de tweede.

Thuisblijven en wering zijn twee verschillende dingen

Het woord wering valt vaak in gesprekken met de opvang, en het betekent iets specifiekers dan mensen denken. Wering is het tijdelijk niet toelaten van een kind om de rest van de groep en de medewerkers te beschermen, en het RIVM adviseert dat alleen te doen als anderen nog niet besmet zijn en altijd in overleg met de GGD. Het gaat dus om ernstige infectieziekten, niet om de gemiddelde najaarsverkoudheid.

Dat onderscheid is meer dan een woordspelletje. Als je opvang zegt dat je kind geweerd wordt, is dat een besluit met een medische grond erachter. Zegt de opvang dat je kind vandaag beter thuis kan blijven, dan is dat een inschatting van de dag, en daar mag je gewoon over praten.

De koortsgrens komt niet uit de richtlijn

Veel ouders kennen een getal: achtendertig en een half, of negenendertig graden, en daaronder mag je brengen. Dat getal staat niet in de landelijke richtlijn. Het komt uit het eigen protocol van de opvangorganisatie, en dat verschilt per organisatie. Sommige hanteren een harde grens, andere kijken naar hoe het kind eraan toe is.

Ik snap waarom die grenzen bestaan, want een pedagogisch medewerker met acht kinderen kan geen zieke peuter op schoot houden. Maar het is wel goed om te weten dat je met een protocol te maken hebt en niet met de wet. Vraag er dus naar bij de intake, of zoek het op in het ziektebeleid dat je bij de start hebt gekregen. Dat scheelt discussie op het moment dat je haast hebt. Wat je bij die eerste periode verder kunt verwachten, staat in ons stuk over wennen op de kinderopvang.

De test die er op de ochtend zelf toe doet

Als je om kwart voor zeven staat te twijfelen, helpt de thermometer minder dan je denkt. Deze vier vragen doen het beter:

  • Kan hij meedoen? Niet volop meerennen, maar meedoen met wat de groep die dag doet. Kan dat niet, dan is thuis de juiste plek.
  • Drinkt hij normaal? Bij jonge kinderen is dat het duidelijkste signaal dat er meer aan de hand is dan een verkoudheid.
  • Wil hij alleen maar liggen? Een kind dat uit zichzelf gaat liggen, geeft daarmee het antwoord.
  • Is er iets besmettelijks bij? Overgeven, diarree en bepaalde huiduitslag zijn een ander verhaal dan hoesten, omdat ze de hele groep raken.

En twijfel je echt, bel dan even. Geen enkele opvang vindt het vervelend als een ouder overlegt, en het is een stuk prettiger dan om tien uur terug moeten rijden.

En dan nog je eigen werkdag

Blijft je kind thuis, dan begint het tweede probleem, en dat is meestal het probleem waar je meer van wakker ligt. Nederland kent vier verschillende verlofvormen voor precies deze situatie, met grote verschillen in wat er wordt doorbetaald en wat je werkgever wel en niet mag weigeren. Welke regeling wanneer geldt, hebben we op een rij gezet in ziek kind en toch moeten werken. Kijk daar vooral naar de kolom over weigeren, want daar zit de misvatting die ouders het vaakst vakantiedagen kost.

Wat mij betreft is de belangrijkste les van dit hele onderwerp dat er minder vaststaat dan iedereen denkt. Er is geen landelijke lijst die zegt hoeveel dagen een kind thuis hoort. Er is een richtlijn die zegt: kijk naar het kind. Dat vraagt meer van ouders dan een getal, en het levert wel betere beslissingen op.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like
Verzwaringsdeken voor kinderen
Verder lezen

Verzwaringsdeken voor kinderen

Inhoudsopgave Hide Oorzaken en ‘oplossingen’ die je vast al eens hebt geprobeerdDe voordelen van een verzwaringsdekenMisschien vind je…