Bij opa en oma gaat het nu eenmaal anders. De tablet blijft in de tas, er wordt om zes uur gegeten en wie zich verveelt, krijgt te horen dat hij maar iets moet verzinnen. Kek Mama zette op 29 oktober negen van die ouderwetse gewoontes op een rij en concludeerde dat ze eigenlijk best goed zijn voor je kind. Daar valt veel voor te zeggen. Voor een aantal van die gewoontes is er ook onderzoek dat laat zien waarom ze werken. Hieronder de negen, met wat we erover weten, en daarna hoe je met opa en oma afspreekt welke regels gelden als zij oppassen.
De negen gewoontes en wat ze je kind opleveren
1. Gewoon naar buiten. Bij opa en oma is “ga maar lekker buiten spelen” nog een normaal antwoord. En dat is hard nodig. Uit onderzoek van Verian in opdracht van Jantje Beton bleek in 2024 dat kinderen van 6 tot 12 jaar iets meer dan zeven uur per week buiten spelen, tegen 9,5 uur in het onderzoek van 2022, meldde de NOS. Ruim 400.000 kinderen spelen nooit of bijna nooit buiten zonder toezicht van een volwassene. Onderzoeken uit 2013, 2018 en 2022 lieten dezelfde dalende lijn zien. Een middag bij opa en oma met een bal in de tuin of een wandeling naar de eendjes is dus geen ouderwetse luxe, maar een stukje dat thuis vaak ontbreekt.
2. Verveling mag. Oma die haar schouders ophaalt als je kind klaagt dat het niks te doen heeft, doet iets slims. De Britse psychologen Sandi Mann en Rebekah Cadman lieten volwassenen eerst een tijdje iets saais doen, zoals telefoonnummers overschrijven of voorlezen, en daarna een creatieve opdracht. De groep die zich eerst had verveeld, kwam met meer ideeën. Vooral de passieve verveling, waarbij het hoofd kan afdwalen, maakte het verschil. Het onderzoek ging over volwassenen, maar het principe herken je bij kinderen meteen. Na tien minuten zeuren ligt er ineens een hut van dekens in de woonkamer.
3. Samen aan tafel, zonder scherm. Bij oma komt iedereen aan tafel, en de televisie staat uit. Kinderen oefenen dan met vertellen, luisteren en vragen stellen. Een vast etensmoment is ook een van de weinige momenten per dag waarop een kind de volle aandacht van een volwassene heeft. Het helpt bovendien bij het eten zelf, want kinderen die vaker samen met anderen eten, proberen makkelijker iets nieuws.
4. Niet elk ruzietje meteen oplossen. Sommige grootouders grijpen niet direct in als twee kleinkinderen om hetzelfde speelgoed vechten. Ze houden een oogje in het zeil, maar laten de kinderen eerst zelf proberen eruit te komen. Zo oefenen kinderen met onderhandelen en rekening houden met een ander. Zolang het veilig blijft, is dat een vaardigheid die ze nergens anders zo goed leren als bij broertjes, zusjes en neefjes.
5. “En wat zeg je dan?” Dank je wel, alsjeblieft, een hand geven bij het afscheid. Het klinkt streng, maar het leert kinderen opletten wat een ander voor ze doet. Bijkomend voordeel is dat het voor een kind duidelijk is. Bij opa en oma weet je precies wat er van je verwacht wordt, en voorspelbaarheid geeft kinderen rust.
6. Wachten op je beurt. Het spelletje komt pas als opa zijn koffie op heeft, de appeltaart moet nog even in de oven. In een wereld waarin een filmpje of liedje altijd met één tik klaarstaat, is wachten een vaardigheid geworden die kinderen moeten oefenen. Ergens naar uitkijken hoort daar ook bij, en is eigenlijk best leuk.
7. Een plaat opzetten. Het gaat niet om de platenspeler zelf, maar om wat er gebeurt als opa een plaat uit de hoes haalt. Je kind ziet hoe iets werkt, stelt vragen en hoort verhalen over vroeger. Samen naar muziek luisteren en erover praten is een vorm van aandacht die je moeilijk kunt nabootsen met een afspeellijst op de achtergrond.
8. Een potje kaarten. Kwartetten, memory of pesten trainen onthouden, concentreren, tellen en ook het lastigste van allemaal, tegen je verlies kunnen. Verliezen van opa is frustrerend, en dat is precies de oefening. Spelletjes zijn ook een fijne manier om met een kind te praten zonder dat het een gesprek voelt.
9. Zelf de telefoon pakken. Oma belt liever dan dat ze appt, en soms mag je kind zelf even vertellen hoe het gaat. Voor kinderen die gewend zijn dat ouders het woord doen, is dat spannend. Maar zelf een gesprek voeren, luisteren en vragen beantwoorden is goede oefening, en het houdt het contact met familie warm.
Afspraken maken als opa en oma oppassen
Al die gewoontes zijn mooi zolang iedereen er rustig onder blijft. Wordt opa en oma een vaste oppas, dan merken veel ouders dat de andere regels ook kunnen schuren. Uit eerder onderzoek bleek dat een derde van de ouders zich weleens ergert aan de bemoeienis van grootouders, schreven we in ons stuk over opa en oma als oppas. Een paar dingen helpen om het gezellig te houden.
- Kies wat echt belangrijk is. Slaaptijden, allergieën, autostoeltjes en medicijnen zijn harde afspraken. Een extra koekje of een uur later naar bed is iets waar je soms je schouders over kunt ophalen.
- Zeg wat je fijn vindt. Laat opa en oma weten dat je het buiten spelen, de spelletjes en de vaste etenstijden waardeert. Dan voelt een afspraak op een ander punt niet als kritiek.
- Spreek schermtijd vooraf af. Vaak gaat het juist andersom en is er bij de oppas meer schermtijd dan thuis. Hoe je dat bespreekt, lees je in ons stuk over schermtijdregels bij de oppas.
- Bespreek het niet waar je kind bij is. Een kind dat merkt dat ouders en grootouders het oneens zijn, gaat ze tegen elkaar uitspelen.
Niet elke gewoonte van vroeger is automatisch beter, en opa en oma hoeven het ook niet anders te doen dan jij. Maar het is wel opvallend hoeveel van wat ouders nu bewust proberen in te bouwen, minder scherm, meer buiten, ruimte om je te vervelen, bij de grootouders gewoon vanzelf gaat. Misschien is dat ook wel de reden dat kinderen er zo graag komen. Merk je thuis dat je dezelfde kant op wilt, lees dan eens wat ouders vertellen over de tablet de deur uit doen.



