Tweedehands kinderkleding is voor veel gezinnen gewoon geworden, en met een kind dat in een jaar drie maten opschiet is dat ook niet gek. Bij schoenen ligt het anders, zegt podotherapeut Lisa van Oorschot van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten in een artikel van Ouders van Nu van eind augustus 2026. Haar advies is kort: koop kinderschoenen niet uit tweede hand.
Dat is een vervelend advies in een tijd waarin iedereen probeert minder nieuw te kopen. Daarom is het de moeite waard om te weten waar het precies op stoelt, en waar de uitzondering zit.
Een gedragen schoen heeft zich al aangepast
De redenering van Van Oorschot draait om iets wat je niet ziet als je de schoen in je handen houdt. Een schoen die maanden gedragen is, heeft zich naar de voet van het vorige kind gevormd, en niet alleen in de zool: de vervorming zit in de hele schoen. De steun die de schoen zou moeten geven, staat daardoor op de verkeerde plek voor de volgende drager.
Een nieuw inlegzooltje lost dat niet op, zegt ze in hetzelfde artikel. Dat is precies de oplossing waar veel ouders naar grijpen, en het is begrijpelijk, maar het raakt alleen de onderkant van het probleem.
Waarom dat bij kinderen zwaarder telt dan bij volwassenen: kindervoeten zijn tot ongeveer het achtste jaar nog in ontwikkeling. Wat in die jaren voortdurend duwt en steunt op de verkeerde plek, doet meer dan bij een voet die al af is.
Wanneer tweedehands wel kan
Er is een duidelijke uitzondering, en die staat ook in het artikel: ongedragen schoenen. Op een platform als Vinted staan geregeld paren die nooit buiten zijn geweest, vaak omdat ze cadeau kwamen in een maat die niet klopte. Zo’n schoen heeft zich nog naar niemand gevormd, en daar geldt het bezwaar dus niet voor.
Let dan wel op wat je koopt. “Nauwelijks gedragen” is iets anders dan ongedragen, en op een foto is dat verschil lastig te zien. Vraag om een foto van de zool en van de binnenkant, want daar staat de slijtage.
Waar je op let bij een nieuwe schoen
Nieuw kopen betekent niet automatisch goed kopen. Volgens Van Oorschot lopen veel kinderen in te kleine schoenen, en dat kan op termijn klachten geven zoals een scheefstaande grote teen (hallux valgus).
De Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten zet op haar eigen site op een rij waar je in de winkel op let:
- Houd gemiddeld 1 tot 1,5 centimeter groeiruimte aan.
- Is de inlegzool uitneembaar, haal hem eruit en kijk waar de voetafdruk eindigt. Zit er ongeveer een duimbreedte ruimte voor de tenen, dan is het genoeg.
- Kan de zool er niet uit, meet dan de voet zelf op en ga uit van de langste van de twee.
- Een veterschoen sluit steviger om de voet dan een instapper, en dat helpt bij een kind dat de hele dag rent.
- Het buigpunt van de schoen hoort onder de bal van de voet te liggen.
Diezelfde vereniging schrijft dat de voet na de eerste snelle jaren nog gemiddeld een tot twee maten per jaar groeit. Meet dus meerdere keren per jaar, en ga niet af op de maat van vorig seizoen. Dat is hetzelfde soort meetwerk als bij kledingmaten per lengte: de maat op het label zegt minder dan wat je zelf naast je kind legt.
En babyschoentjes dan
Ook daarvan raadt Van Oorschot tweedehands af, met een opmerking die veel geld scheelt: babyschoenen zijn pas nodig als je kind buiten gaat lopen. Tot dat moment volstaan sokjes of sloffen. De meeste schoentjes in maat 17 zijn dus vooral leuk op foto’s, niet nodig aan de voet.
Wat ik ervan vind
Het is een advies met een prijskaartje, en dat mag gezegd worden. Een fatsoenlijke kinderschoen kost al gauw vijftig euro en gaat een half jaar mee. Tegelijk is dit een van de weinige aankopen waar het verschil tussen goed en goedkoop zich niet in comfort maar in ontwikkeling laat voelen, en die afweging maak je nu eenmaal maar een paar keer per jaar.
Mijn eigen middenweg: nieuw voor de schoen die je kind elke dag draagt, en tweedehands of doorgeef voor wat af en toe aan gaat. En vooral: meet vaker dan je denkt nodig te hebben. Een schoen die te klein is, kost je hoe dan ook geld, want hij gaat toch de deur uit.