In Florida is een moeder van vier kinderen op het vliegveld van Orlando gearresteerd. Ze zat sinds 18 oktober voor haar werk in Las Vegas, terwijl haar kinderen van 9, 11, 12 en 14 jaar thuis zaten. Een oppas kwam ’s ochtends en ’s middags langs, maar bleef ’s nachts niet slapen. Het kwam uit toen een zus het Amerikaanse alarmnummer belde, omdat het jongste broertje een vallende dumbbell tegen zijn hoofd had gekregen. Dat meldt de Amerikaanse zender WKMG. Het jongetje werd in het ziekenhuis behandeld en mocht dezelfde dag naar huis. De moeder is aangeklaagd voor vier keer kinderverwaarlozing.
Een week alleen is een extreem geval, daar is iedereen het snel over eens. Maar het verhaal raakt aan een vraag die bijna elke ouder een keer stelt. Wanneer kan mijn kind een uurtje alleen thuis blijven? En wat zegt de wet daar in Nederland eigenlijk over?
Wat de Nederlandse wet zegt
In Nederland staat nergens een leeftijd waarop je je kind alleen thuis mag laten. Wat er wel is, is artikel 255 van het Wetboek van Strafrecht. Dat verbiedt het om iemand voor wie je moet zorgen ‘in hulpeloze toestand’ te brengen of te laten. Bij een kind gaat het dus om de vraag of het zichzelf kan redden zolang jij weg bent. Kan het dat niet, en gaat er iets mis, dan kun je als ouder strafbaar zijn. Op dat artikel staat een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.
In de praktijk betekent dat ook iets geruststellends. Niemand komt je opzoeken omdat je tienjarige een halfuur alleen een boek zat te lezen terwijl jij boodschappen deed. De wet kijkt naar de situatie, niet naar een getal. Dat legt de afweging wel helemaal bij jou. Een kind van negen is het ene kind niet, en een kwartier overdag is iets heel anders dan een avond.
Opvallend aan de Amerikaanse zaak is dat er wel iemand langskwam. De oppas zorgde dat de kinderen naar school gingen. Toch vond de politie het niet genoeg, omdat er ’s nachts geen volwassene in huis was. Dat is precies het punt waar het ook hier om draait. Het gaat niet om de vraag of er af en toe iemand is, maar of er iemand is op het moment dat het misgaat.
Wat pedagogen per leeftijd adviseren
Omdat er geen wettelijke leeftijd is, werken opvoedkundigen met vuistregels. Die komen grofweg op hetzelfde neer.
- Jonger dan 7 jaar. Niet alleen laten, ook niet ‘even’. Een kind van deze leeftijd overziet gevaar nog niet en weet in paniek niet wat het moet doen.
- Rond 8 en 9 jaar. Je kunt gaan oefenen met heel korte stukjes, overdag, terwijl jij dichtbij bent. Denk aan het brood halen bij de bakker om de hoek.
- Groep 7 en 8. De meeste kinderen kunnen dan een uur of wat alleen zijn, bij daglicht, met duidelijke afspraken. Rond deze leeftijd fietsen veel kinderen ook al zelf naar school of naar een vriendje.
- Vanaf de middelbare school. Een avond alleen wordt voor veel kinderen haalbaar. Een nacht zonder volwassene in huis raden de meeste deskundigen tot ver in de tienerjaren af.
Een handige toets die vaak genoemd wordt: durf je je kind alleen op de fiets door de wijk te sturen, dan kan het meestal ook kort alleen thuis zijn. Het omgekeerde geldt ook. Twijfel je nog over die fietstocht, dan is het voor alleen thuis vaak ook te vroeg.
Belangrijker dan de leeftijd is hoe je kind er zelf in staat. Sommige kinderen vinden het geweldig stoer, andere worden er onrustig van, ook als ze oud genoeg zijn. Dwing het niet. Een kind dat bang is, maakt eerder rare keuzes als er iets onverwachts gebeurt.
Zo oefen je het, stap voor stap
Begin klein. Laat je kind eerst tien minuten alleen terwijl jij bij de buren bent of de auto wast. Gaat dat goed, maak het dan een halfuur, en daarna een boodschap in de supermarkt. Bespreek na afloop hoe het ging. Wat voelde gek, wat was juist leuk?
Maak vooraf een paar heldere afspraken en vraag je kind ze zelf terug te vertellen. Als je kind het in eigen woorden kan zeggen, zit het ook echt in zijn hoofd.
- Doet je kind de deur open, en zo ja voor wie?
- Welke apparaten mag het gebruiken? Laat de oven, kaarsen en de wasdroger liever uit.
- Wie belt het als er iets is? Zet jouw nummer en dat van een buurvrouw of opa en oma in de telefoon, en hang ze ook op een briefje bij de deur.
- Wanneer bel je 112? Oefen dat met een paar voorbeelden, zoals rook in huis of iemand die gewond is en niet reageert.
Twee praktische dingen worden vaak vergeten. Doe de voordeur nooit op slot als je kind hem niet zelf open kan maken, want bij brand moet het naar buiten kunnen. En zorg dat er een huissleutel is die je kind kan pakken als het naar de buren moet.
Heeft je kind een eigen telefoon, dan is het makkelijk om even te bellen of te appen. Toch is het goed om te weten dat een telefoon geen vervanging is van iemand in de buurt. Een kind dat zich bezeert, of een broertje dat zich bezeert, heeft dan iemand nodig die binnen een paar minuten kan komen. In de Amerikaanse zaak was het een van de zussen die de hulpdiensten moest bellen toen haar broertje gewond raakte. Wil je meer weten over de leeftijd voor die eerste telefoon, lees dan ons stuk over de eerste smartphone.
Met meer kinderen alleen thuis
Een veelgehoorde gedachte is dat een oudere broer of zus de zorg kan overnemen. Dat kan, maar het is iets anders dan zelf alleen zijn. Je vraagt dan van je oudste niet alleen dat hij zichzelf redt, maar ook dat hij verantwoordelijk is voor een ander. Doe dat pas als je oudste het alleen zijn al goed kan, en spreek af wie de baas is en wat er gebeurt bij ruzie. Laat het oudste kind ook niet elke keer opdraaien voor de opvang. Dat kan zwaar op een kind drukken, ook als het dat zelf niet zegt.
Wordt je kind een tiener, dan schuiven de vragen op naar thuiskomtijden en avonden alleen. Daarover schreven we eerder hoe je afspraken maakt over thuiskomen. De rode draad blijft dezelfde. Bouw het op, praat erover en kijk naar je eigen kind in plaats van naar de leeftijd van het buurmeisje.



