Bijna twee derde van de Nederlandse jongeren voelt zich soms tot vaak onveilig, en bij meisjes en jonge vrouwen ligt dat nog hoger. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van kinderrechtenorganisatie KidsRights, dat op 6 oktober 2026 naar buiten kwam. Het gaat om jongeren van 12 tot en met 29 jaar, dus niet over je kleuter of kind in groep 4. Toch raakt het ook ouders van jonge kinderen. Want wat een meisje van vijftien meemaakt, begint vaak bij lessen over grenzen die ze veel eerder (of juist niet) heeft gekregen.
Wat het onderzoek laat zien
Het onderzoek is gedaan door State of Youth NL, een initiatief van KidsRights, onder 1.980 jongeren uit heel Nederland. In het persbericht van KidsRights staan de belangrijkste cijfers. 63 procent van de jongeren voelt zich soms tot vaak onveilig, vooral ’s avonds op straat en in het openbaar vervoer. Bijna zeven op de tien maakten minstens één vorm van grensoverschrijdend gedrag mee, van beledigingen in het gezicht tot fysieke agressie.
Ook online gaat het mis. Zestien procent werd online gepest, zestien procent kreeg bedreigende berichten en negen procent zag beelden van zichzelf rondgaan zonder dat ze daar toestemming voor hadden gegeven. Slechts dertig procent van de jongeren had met geen van deze dingen te maken.
Bij meisjes en jonge vrouwen zijn de cijfers het scherpst. De helft van hen heeft seksueel grensoverschrijdend gedrag meegemaakt, en 54 procent vermijdt bewust plekken waar ze zich onveilig voelt. Meisjes geven hun veiligheidsgevoel gemiddeld een 6,4, jongens een 7,5. Voorzitter Marc Dullaert noemt het in een interview met het AD een normverandering, met de woorden “ons moreel kompas is gewoon stuk”. Hij wijst daarbij ook op vrouwonvriendelijke content online, die volgens hem langzaam kan beïnvloeden hoe jongens met meisjes omgaan.
Opvallend is dat jongeren zelf met oplossingen komen. Ze willen dat er strenger wordt opgetreden tegen pesten en intimidatie, dat er meer aandacht komt voor mentaal welzijn en dat schadelijke content online sneller verdwijnt. Tegelijk voelen ze zich nauwelijks gehoord. Ze geven de mate waarin naar hen wordt geluisterd over veiligheid gemiddeld een 5,0.
Waarom dit al begint als je kind klein is
Je kunt een kind van zes niet beschermen tegen alles wat het op zijn vijftiende tegenkomt. Wat je wel kunt doen, is het een stevige basis geven. Een kind dat jong leert dat zijn lijf van hemzelf is, dat het nee mag zeggen en dat het een ander ook moet vragen, staat later sterker. Dat is geen garantie, maar wel een begin.
Het Nederlands Jeugdinstituut zegt het in zijn uitleg voor ouders over toestemming ook zo. Kinderen die eraan gewend zijn om toestemming te vragen, doen dat later ook, bijvoorbeeld bij zoenen of bij het delen van berichten en foto’s. Je kunt daar volgens het NJi al mee oefenen als je kind nog klein is.
Wij vinden dat een geruststellende gedachte. Je hoeft geen groot gesprek te plannen over onveiligheid op straat. Het zit in kleine, gewone momenten.
Zo praat je thuis over grenzen en veiligheid
Begin bij het lichaam. Vraag je kind of het oma een knuffel of liever een high five wil geven, en accepteer het antwoord, ook als oma even teleurgesteld kijkt. Zo leert je kind dat kiezen mag en dat het zelf voelt waar het zich prettig bij voelt.
Geef zelf het voorbeeld. Zeg hardop wanneer jij een grens hebt, bijvoorbeeld “ik kan je nu niet optillen, maar ik kan wel je hand vasthouden”. En vraag het je kind ook, gewoon tussendoor. Wil je nu praten of liever even alleen zijn?
Benoem grenzen van anderen. Zegt een vriendje op de speelplaats dat hij niet geduwd wil worden, vraag dan wat je kind denkt dat het dan moet doen. Dat lijkt klein, maar zo leert een kind dat nee ook nee is als een ander het zegt. Dat is precies het stuk dat in de cijfers van KidsRights ontbreekt, want grensoverschrijdend gedrag heeft altijd iemand die de grens overgaat.
Maak het bespreekbaar als iets niet goed voelt. Laat je kind merken dat het altijd bij jou terecht kan, ook als het zelf iets heeft gedaan wat niet mocht. Een kind dat bang is voor straf, houdt een vervelende ervaring eerder voor zich. Bij pesten werkt dat net zo, en daar schreven we eerder over in ons stuk over het gesprek over pesten thuis.
Praat ook over wat je kind online ziet. Negen procent van de jongeren zag eigen beelden verspreid zonder toestemming. Leer je kind daarom vroeg dat je geen foto van een ander deelt zonder te vragen, en dat het jou mag vertellen als het iets naars tegenkomt. Hoe je dat gesprek voert over filmpjes die een kind bang maken, lees je in ons artikel over enge video’s op TikTok.
Jongens horen er ook bij
Het is verleidelijk om dit vooral als een verhaal over meisjes te lezen, want zij worden het hardst geraakt. Maar de les over toestemming vragen is net zo goed voor jongens bedoeld. Een zoon die thuis leert dat een ander nee mag zeggen en dat hij daar rekening mee houdt, draagt later bij aan een veiliger schoolplein en een veiliger straat. Juist daar ligt een taak voor ouders, naast wat scholen, gemeenten en online platforms moeten doen.
Voor oudere kinderen komt er meer bij, zoals de eerste eigen telefoon en sociale media. Twijfel je wanneer je daarmee begint, dan helpt ons stuk over een eigen smartphone op je twaalfde bij die afweging. Maar de basis leg je nu al, met een knuffel die je kind mag weigeren en een vraag die je echt meent.



