Zwangerschap, kinderen en het leven daaromheen

Eigen smartphone op je twaalfde: wat nieuw onderzoek zegt over de risico’s

·Tim Vasse
Meisje van een jaar of twaalf kijkt op haar smartphone

Voor veel kinderen hoort een eigen telefoon bij de overstap naar de brugklas. Nieuw Amerikaans onderzoek zet daar een vraagteken bij. Twaalfjarigen met een eigen smartphone laten vaker signalen zien die passen bij een eetstoornis, en dat verschil is twee jaar later nog zichtbaar. Kek Mama schreef erover, en het nieuws gaat nu rond in oudergroepen. Wat zegt het onderzoek precies, wat zegt het niet, en wat doe je ermee als je kind op het punt staat een telefoon te krijgen?

Wat de onderzoekers vonden

Het onderzoek komt van kinderarts Jason Nagata en collega’s van de University of California, San Francisco, en verscheen eind september 2026 in het vakblad JAMA Network Open. Ze gebruikten gegevens van bijna negenduizend Amerikaanse jongeren uit een groot langlopend onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen. Ouders gaven aan of hun kind op twaalfjarige leeftijd een eigen smartphone had. Dat gold voor ongeveer zeven op de tien kinderen.

De jongeren vulden zelf op hun twaalfde en veertiende vragenlijsten in over eten, gewicht en uiterlijk. De onderzoekers keken naar vier signalen, namelijk eetbuien, compenserend gedrag zoals extreem veel sporten om niet aan te komen, sterke angst om aan te komen, en een gevoel van eigenwaarde dat vooral afhangt van gewicht.

Op hun twaalfde hadden kinderen met een smartphone 61 procent vaker last van eetbuien, en ze koppelden hun eigenwaarde ruim twee keer zo vaak aan hun gewicht. Op hun veertiende was het patroon er nog steeds, ook nadat de onderzoekers rekening hielden met klachten die er op twaalfjarige leeftijd al waren. De kans op eetbuien lag toen 67 procent hoger en de kans op compenserend gedrag ongeveer de helft hoger. Bij meisjes met een smartphone kwamen zorgen over aankomen op hun twaalfde vaker voor dan bij jongens met een toestel.

Wat het onderzoek niet bewijst

Hier wordt het belangrijk om niet te schrikken van de koppen. Dit onderzoek laat een verband zien, geen oorzaak. De onderzoekers zeggen dat zelf ook. Het kan zijn dat de telefoon iets veroorzaakt, maar het kan ook zijn dat kinderen die vroeg een telefoon krijgen op andere punten verschillen van kinderen die dat niet krijgen. De onderzoekers corrigeerden voor een reeks factoren, zoals het inkomen en de opleiding van ouders, gewicht, de fase van de puberteit, depressieve klachten en hoeveel ouders meekeken. Dat maakt het verband sterker, maar sluit niet alles uit.

Daarnaast gaat het om Amerikaanse kinderen. Er is geen reden om aan te nemen dat Nederlandse twaalfjarigen totaal anders reageren, maar de cijfers zijn niet een op een over te zetten. En het gaat om signalen in een vragenlijst, niet om vastgestelde eetstoornissen.

Wat de onderzoekers wel noemen, zijn mogelijke verklaringen. Kinderen aan het begin van de puberteit zijn extra gevoelig voor wat anderen van ze vinden. Via een telefoon zien ze makkelijk beelden van zogenaamd perfecte lichamen. Ze kunnen zonder toezicht in online groepen belanden waar ongezond eetgedrag wordt aangemoedigd. En laat op de avond nog scrollen gaat ten koste van slaap, wat weer invloed kan hebben op honger en verzadiging.

Hoe het Nederlandse advies luidt

In Nederland bestaat sinds juni 2025 een richtlijn voor ouders. De Rijksoverheid adviseert de eerste eigen smartphone vanaf groep 8, chatapps zoals WhatsApp pas op de middelbare school en sociale media zoals Instagram en TikTok pas vanaf 15 jaar. Voor jongeren van 12 en ouder is het advies om niet meer dan drie uur per dag achter een scherm te zitten. Een telefoon op je twaalfde past dus binnen dat advies. Het Amerikaanse onderzoek zegt vooral iets over wát een kind met die telefoon doet en hoe vrij het daarin is.

Wil je weten of jouw kind er al aan toe is, dan helpt ons stuk over de juiste leeftijd voor een eerste smartphone.

Zo regel je die eerste telefoon

De vraag is dus minder of je kind een telefoon krijgt, en meer hoe. Een paar dingen die op basis van dit onderzoek en het Nederlandse advies voor de hand liggen.

  • Begin met weinig apps. Een telefoon om te bellen, te appen met vriendjes en de route naar school te vinden is iets anders dan een telefoon met TikTok en Instagram. Bouw het stap voor stap op.
  • Geen telefoon op de slaapkamer. Laat hem ’s avonds beneden opladen. Dat beschermt de slaap, en dat was precies een van de mogelijke verklaringen uit het onderzoek.
  • Praat over beelden. Vraag af en toe wat je kind tegenkomt, en praat over hoe bewerkte foto’s en filters werken. Dat werkt beter dan alles dichtzetten, want kinderen zien die beelden ook bij vriendinnen.
  • Maak afspraken vooraf. Over schermtijd, over waar de telefoon ligt tijdens het eten en over wat je doet als er iets vervelends gebeurt. In dit artikel over afspraken bij een eerste telefoon staan er een aantal uitgewerkt.

Let ook op signalen. Gaat je kind opvallend vaak over gewicht praten, maaltijden overslaan, stiekem eten of ineens heel fanatiek sporten om te compenseren, maak er dan geen ruzie over, maar vraag rustig hoe het gaat. Blijf je zorgen houden, ga dan naar de huisarts. Wij vinden dat het onderzoek vooral een duwtje is om betrokken te blijven, geen reden om de telefoon tot de examenklas in de la te houden.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen