Kan je kind nog hoesten, huilen of praten, dan laat je het hoesten en blijf je ernaast. Komt er geen geluid meer uit, grijpt het naar de keel of kleuren de lippen blauw, dan geef je om en om vijf rugslagen en vijf stoten, en laat je iemand 112 bellen. Bij een baby jonger dan een jaar zijn dat borststoten met je duimen, bij een ouder kind buikstoten. Dat is de kern, en de rest van dit stuk legt uit hoe je dat per leeftijd doet.

De aanleiding is verdrietig. Op school in Antwerpen verslikte een jongetje van drie zich dinsdag tijdens de middagpauze. Hij moest worden gereanimeerd en overleed woensdag 24 september in het ziekenhuis, meldt VRT NWS op basis van de lokale politie. De Standaard schrijft dat het om een boterham ging, HLN bracht het nieuws als eerste. De politie gaat niet uit van kwaad opzet en er loopt een onderzoek. Meer weten we niet, en meer hoeven we ook niet te weten. Wat ouders wel kunnen doen, is zorgen dat ze de handgrepen kennen voordat ze nodig zijn.

Lichte of ernstige verslikking: het verschil zie je aan het geluid

Het Rode Kruis maakt een helder onderscheid. Bij een lichte verslikking is de luchtweg maar deels dicht. Je kind hoest hoorbaar, huilt, kokhalst of praat nog, soms met een andere stem. Hoesten is dan het beste wat er kan gebeuren, dus je moedigt het aan en je slaat níet op de rug. Een kind dat hard hoest, is zichzelf aan het redden.

Bij een ernstige verslikking zit de luchtweg (bijna) helemaal dicht. Dat herken je aan deze signalen.

  • Je kind raakt in paniek en grijpt naar de keel.
  • Het kan niet praten of ademen, je hoort hooguit een piepje of een stil hoestje.
  • De huid en lippen verkleuren, vaak naar blauw.
  • Het kind wordt suf of raakt bewusteloos.

Juist die stilte is verraderlijk. Wie een verslikking voorstelt als veel lawaai, mist de gevallen waarin een kind stil naast je aan tafel zit en niets meer kan.

Bij een baby jonger dan een jaar

Roep direct om hulp en laat iemand 112 bellen. Ben je alleen, dan doe je eerst een ronde rugslagen en borststoten en bel je daarna. Zet je telefoon op de luidspreker zodat je handen vrij blijven.

  1. Kijk in het mondje. Zie je iets zitten en kun je er makkelijk bij, haal het er dan voorzichtig uit. Zie je niets, ga dan niet blind met je vinger zoeken, want zo duw je het dieper.
  2. Leg je baby op de buik over je bovenbeen, met het hoofdje lager dan de borst. Ondersteun het hoofd door je duim en twee vingers op de hoeken van de kaak te leggen, niet op het zachte deel eronder.
  3. Geef met de hiel van je andere hand maximaal vijf stevige slagen tussen de schouderbladen. Kijk na elke slag of het voorwerp los is.
  4. Helpt dat niet, draai je baby dan op de rug, weer met het hoofdje lager. Leg je duimen op elkaar midden op de borstkas en geef maximaal vijf krachtige stoten, één per seconde.
  5. Wissel rugslagen en borststoten af tot het voorwerp eruit is of er hulp is. Raakt je baby bewusteloos, begin dan met reanimeren en volg de meldkamer.

Bij een peuter, kleuter of ouder kind

De volgorde is hetzelfde, alleen worden de borststoten buikstoten.

  1. Leg een klein kind over je been met het hoofd naar beneden. Lukt dat niet, laat je kind dan voorover leunen terwijl je de borst ondersteunt.
  2. Geef maximaal vijf slagen met de hiel van je hand tussen de schouderbladen, en kijk na elke slag of het helpt.
  3. Ga daarna achter je kind staan of knielen, sla je armen om het bovenlijf onder de armpjes door en laat het iets naar voren leunen.
  4. Leg je vuist tussen de navel en de onderkant van de borstkas, pak die vuist met je andere hand en trek met een snelle beweging naar je toe en omhoog. Doe dat maximaal vijf keer en druk niet op het borstbeen of de ribben.
  5. Blijf vijf slagen en vijf stoten afwisselen. Laat je kind niet alleen, ook niet als het beter lijkt te gaan.

Het Rode Kruis adviseert om na rugslagen of stoten altijd contact op te nemen met de huisarts, ook als alles goed lijkt. Door de stoten kan er inwendig iets beschadigd zijn, en een stukje eten kan dieper zijn geschoten zonder dat je het merkt.

Welk eten bij peuters het meeste risico geeft

Voedsel is de grootste boosdoener bij verstikking, schrijft Kinderveiligheid.nl van VeiligheidNL. Het gaat vooral om eten dat rond, glad en ongeveer zo groot als de luchtpijp van een klein kind is. De organisatie noemt druiven en cherrytomaatjes, die je het beste halveert of in stukjes snijdt, en stukjes appel. Het Antwerpse bericht laat zien dat ook iets alledaags als een boterham mis kan gaan.

Minstens zo belangrijk als wát je kind eet, is hóe het eet. Kinderveiligheid.nl adviseert om bij je kind te blijven tijdens het eten en te zorgen dat het rustig zit. Rennend door de kamer met een handvol druiven is precies de combinatie die je wilt vermijden. Ook kleine voorwerpen horen in dit rijtje, zoals knikkers, knoopcelbatterijen en losse onderdelen van speelgoed. Over dat laatste schreven we eerder al waarom waterparels in huis zo’n slecht idee zijn.

Lezen is goed, één keer oefenen is beter

Eerlijk is eerlijk, een stappenplan op een scherm helpt je weinig als je kind op dat moment blauw aanloopt. Wat dan werkt, is wat je handen al een keer hebben gedaan. Daarom vinden wij een cursus EHBO bij baby’s en kinderen een van de nuttigste avonden die je als ouder kunt besteden, ook als je denkt dat je het wel weet. Wat je daar precies leert, lees je in ons stuk over een kinder-EHBO-cursus volgen. Wil je vanavond al iets doen, zet dan de gratis EHBO-app van het Rode Kruis op je telefoon en loop de stappen een keer door met je partner of met de oppas.

En praat er met je kind over, zonder het eng te maken. Een peuter hoeft niets van rugslagen te weten, maar kan wel leren dat we aan tafel eten en niet rennen met iets in de mond. Voor een ouder kind is het goed om te weten dat het altijd een volwassene moet roepen als iemand zich verslikt, ook als dat vriendje zelf zegt dat het wel gaat.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like