In de Amerikaanse staat Wisconsin is een baby overleden aan mazelen, meldde de NOS op 5 november. Het is het eerste mazelensterfgeval in die staat sinds 1990. Eerder die week overleed in New York ook al een kind aan de ziekte. Wisconsin telt 431 besmettingen, en landelijk stond de teller eind oktober volgens de NOS op 5000 gevallen, tegen 2289 in heel 2025. Het is de zwaarste uitbraak in de VS sinds 1991.
Heb je zelf een baby, dan blijft vooral één ding hangen: een kind van een paar maanden kan nog geen BMR-prik krijgen. In september schreven we al over de vaccinatiegraad in Nederland en het vaccinatieschema. Dit stuk gaat over de vraag die daarna komt: wat kun je doen in de maanden dat je baby nog afhankelijk is van de mensen om zich heen?
Hoe het er hier nu voor staat
Volgens de laatste cijfers van het RIVM, tot en met 8 september 2026, zijn er dit jaar acht mazelengevallen in Nederland gemeld. Vier mensen raakten in Nederland besmet, de andere vier liepen het op in Indonesië, Irak en Turkije. Sinds juni kwamen er geen nieuwe meldingen bij en er is geen landelijke uitbraak. De volgende update verwacht het RIVM begin december.
Daar staat tegenover dat de BMR-vaccinatiegraad bij zuigelingen volgens het RIVM op bijna 88 procent ligt. Voor bescherming van de hele bevolking is minstens 95 procent nodig. Dat verschil is precies de ruimte waarin een ingevoerd geval kan uitgroeien tot een uitbraak, en baby’s die nog te jong zijn voor de prik lopen dan het meeste risico.
Waarom de prik pas op 14 maanden komt
In het Rijksvaccinatieprogramma krijgt je kind de BMR-prik op 14 maanden en rond de 3 jaar. De eerste prik kan vanaf 12 maanden. Eerder heeft weinig zin, omdat antistoffen van de moeder bij jonge kinderen de werking van het vaccin kunnen verminderen. Vervroegen omdat er mazelen in Nederland rondgaan, is volgens het Rijksvaccinatieprogramma niet mogelijk.
Het RIVM wijst er wel op dat jonge baby’s van moeders die niet gevaccineerd zijn en nooit mazelen hebben gehad, een groter risico lopen op ernstige ziekte. Je eigen bescherming telt dus mee, en daarmee kom je bij de dingen die je wel zelf in de hand hebt.
Wat je wel kunt doen zolang je baby te jong is
Een baby onder de 14 maanden wordt vooral beschermd doordat de mensen eromheen geen mazelen kunnen doorgeven. Dat begint bij jezelf en je partner.
- Weet of je zelf beschermd bent. Wie mazelen heeft gehad of gevaccineerd is, is beschermd. Twijfel je, vraag dan je vaccinatie-overzicht op. Ben je in 1992 of later geboren, dan kan dat met DigiD via Mijn RIVM, mits je toestemming hebt gegeven om je gegevens te delen. Ben je eerder geboren, dan gaat het via een aanvraagformulier, en daar zit ongeveer zes weken op. Gegevens van voor de start van de registratie in jouw provincie zijn soms niet bekend.
- Niet beschermd? Volwassenen die geen mazelen hebben gehad en niet gevaccineerd zijn, kunnen zich op eigen kosten laten vaccineren via de GGD of een vaccinatiecentrum, schrijft het RIVM. Kinderen tot 18 jaar kunnen een gemiste prik gratis inhalen bij de jeugdgezondheidszorg, dus ook oudere broertjes of zusjes.
- Houd je aan het schema. Laat de prik op 14 maanden niet uitlopen. Zit er een afspraak aan te komen en twijfel je, bespreek het dan met het consultatiebureau.
Op reis met een baby, ook naar Amerika?
Ga je met een baby tussen 6 en 14 maanden naar het buitenland, dan kan een vervroegde BMR-prik nodig zijn. Dat hangt af van het land, en daarvoor houdt het Rijksvaccinatieprogramma een BMR-landenlijst bij. Wat opvalt na dit nieuws: de Verenigde Staten staan op die lijst, bijgewerkt op 10 september 2026, nog steeds als land waarvoor vervroegen niet wordt geadviseerd. Binnen Europa geldt het advies onder meer voor Armenië, Oekraïne, Rusland en Roemenië, en bij familiebezoek in Turkije. Wordt de eerste prik voor de eerste verjaardag gegeven, dan is later een extra prik nodig.
Staat er een reis gepland, overleg dan met het consultatiebureau of een reizigersvaccinatiebureau. Zij kijken naar het actuele advies voor jouw bestemming, en dat kan veranderen als een uitbraak groter wordt.
Als je mazelen vermoedt
Mazelen begint volgens het RIVM plotseling, met klachten als koorts, neusverkoudheid, hoesten en ontstoken ogen. Na drie tot zeven dagen volgen rode vlekjes, eerst achter de oren en daarna over het hele lichaam. Denk je dat je kind mazelen heeft, bel dan eerst de huisarts en ga niet zomaar naar de praktijk. Zo voorkom je dat je in de wachtkamer andere baby’s of zwangeren besmet. Het RIVM adviseert een ziek kind thuis te houden tot en met vier dagen nadat de vlekjes zijn verschenen, en dat geldt ook voor broertjes of zusjes die niet gevaccineerd zijn. Wanneer een kind na ziekte weer naar de opvang mag, lees je in ons stuk over weer naar school of opvang na ziekte.
Heb je vragen over de bescherming van je eigen baby, dan is het consultatiebureau de plek om ze te stellen. Zij kennen het dossier van je kind en kunnen met je meedenken over het moment van de prik.



