Voor het leven met kinderen. En alles daaromheen.

Artsen willen het RS-vaccin ook voor longpatiënten: zo zit het met de prik voor je baby

·Tim Vasse
Pasgeboren baby die slaapt in een wiegje

Het RS-virus staat weer in het nieuws, maar dit keer niet vanwege baby’s. Longartsen willen dat ook ouderen met een chronische longziekte, zoals COPD of ernstig astma, een vaccin tegen het RS-virus krijgen, meldde de NOS op 6 november. Net zoals baby’s al een prik krijgen, zeggen ze. Voor die ouderen wordt het vaccin nu niet algemeen vergoed. Het Zorginstituut zegt dat er nieuw bewijs is en komt begin 2027 met een nieuw advies.

Ben je moeder van een baby, dan lees je zo’n bericht misschien met een vraag in je achterhoofd. Hoe zat het ook alweer met die prik voor mijn kind, en wanneer is mijn baby aan de beurt? Dat zetten we hieronder op een rij, met alleen de informatie van het RIVM en het Rijksvaccinatieprogramma.

Wat het pleidooi met jouw gezin te maken heeft

Het voorstel van de longartsen gaat niet over baby’s. Toch is het geen ver-van-je-bedshow. Het RS-virus verspreidt zich via hoesten en niezen en via druppeltjes op handen, speelgoed en kleding, schrijft het Rijksvaccinatieprogramma. Een baby met een snotneus op schoot bij opa of oma is dus precies het soort contact waarlangs het virus de ene kant op kan gaan, en de andere kant ook. Volgens de longartsen in het NOS-artikel kunnen ouderen met een longziekte er flink ziek van worden. Heeft een grootouder COPD of ernstig astma, dan is dat een goede reden om bij een verkoudheid even te overleggen of een bezoek kan wachten.

Of grootouders met een longziekte zelf in aanmerking komen voor een vaccin, is een vraag voor hun eigen huisarts of longarts. Voor je baby is het antwoord eenvoudiger, want die regeling bestaat al.

De RS-prik voor baby’s: geen vaccin, wel snelle bescherming

Sinds september 2025 zit de RS-virusprik in het Rijksvaccinatieprogramma. Het is geen vaccin in de gewone zin. De prik bevat zelf al antistoffen, waardoor je baby vrijwel meteen beschermd is. Die bescherming duurt ongeveer zes maanden, en dat is genoeg om de baby door het RS-seizoen in de herfst en winter te helpen. Je kind krijgt de prik één keer, in het eerste levensjaar, in het bovenbeentje. Het consultatiebureau regelt de afspraak.

Het eerste seizoen leverde een duidelijk resultaat op. Van 29 september 2025 tot 1 februari 2026 werden 43 baby’s met het RS-virus opgenomen op een kinder-ic, tegen 178 in dezelfde periode een jaar eerder, meldde het RIVM in februari. Dat is 75 procent minder. Het RIVM schrijft een groot deel daarvan toe aan de prik, al wordt het precieze effect nog onderzocht. Ongeveer driekwart van de baby’s kreeg de prik. Ter vergelijking: zonder prik belanden er volgens het Rijksvaccinatieprogramma elk jaar 1.500 tot 3.000 baby’s met het RS-virus in het ziekenhuis, en hoe jonger de baby, hoe groter het risico.

Wanneer is jouw baby aan de beurt?

Het moment hangt af van de geboortemaand. Het nieuwe seizoen ging op 14 september 2026 van start.

  • Geboren tussen 1 oktober en 31 maart: de prik binnen twee weken na de geboorte, vaak gewoon thuis. Wordt je baby deze maand geboren, dan valt hij dus in deze groep.
  • Geboren tussen 1 april en 30 september: de prik in september of oktober, vlak voor het RS-seizoen.

Is je baby in het voorjaar of de zomer geboren en heb je nog geen afspraak gehad of gemist? Neem dan contact op met het consultatiebureau. Informatie krijg je ook via de verloskundige, het consultatiebureau of het RIVM.

Bijwerkingen komen weinig voor. Het Rijksvaccinatieprogramma noemt huiduitslag bij 7 op de 1.000 kinderen, koorts bij 5 op de 1.000 en pijn of roodheid op de prikplek bij 3 op de 1.000. Krijgt een baby jonger dan drie maanden koorts, bel dan de huisarts, zodat die andere oorzaken kan uitsluiten. Heeft je kind een afweerstoornis, dan is de prik veilig, maar werkt hij mogelijk minder goed. Bespreek dat met de kinderarts.

Wanneer je je baby laat nakijken

Het Rijksvaccinatieprogramma noemt een loopneus en hoesten als gewone klachten van het RS-virus. Neem contact op met de huisarts als je baby niet goed drinkt, koorts heeft en zich anders gedraagt dan normaal, kortademig is of piept, ontroostbaar is of steeds zieker wordt. Hoe je thuis omgaat met een zieke kleine en wat artsen ouders meegeven, lees je ook in ons stuk over griep in huis.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen