Voor het leven met kinderen. En alles daaromheen.

Je kind wil niet meer naar school: wat je doet en wie je kan helpen

·Tim Vasse
Kind zit met rugtas op de trap thuis en kijkt somber voor zich uit

Hoofdpijn, buikpijn, koorts op maandagochtend en een kind dat aan de ontbijttafel zegt dat het echt niet meer gaat. Linda Leenders vertelde op 29 oktober aan J/M Ouders hoe eerst haar dochter van acht en later haar zoon thuis kwamen te zitten. Haar dochter bleef lang doorgaan omdat ze erbij wilde horen, tot haar lichaam het niet meer trok. Haar zoon raakte na een fijn eerste jaar op een nieuwe school angstig door sociale onveiligheid en zat ruim drie jaar thuis. Inmiddels gaan alle drie haar kinderen weer met plezier naar school.

Wat haar verhaal laat zien, is hoe lang zoiets kan sluimeren voordat het ontploft, en hoeveel er dan op de schouders van ouders terechtkomt. Hieronder lees je waar je eerder op kunt letten, hoe het gesprek met school loopt en bij wie je kunt aankloppen als je vastloopt.

Niet willen of niet kunnen

Een kind dat af en toe geen zin heeft in school, is heel gewoon. Schoolweigering is iets anders. Het kind wil vaak wel, maar het lukt niet. Dat zie je terug in de signalen, die zelden met een duidelijke weigering beginnen.

  • Lichamelijke klachten die vooral op schooldagen opspelen en in het weekend of de vakantie verdwijnen, zoals hoofdpijn, buikpijn of misselijkheid.
  • Moeite met inslapen op zondagavond, of een kind dat ’s ochtends steeds trager wordt en uiteindelijk niet aangekleed raakt.
  • Huilen of boosheid bij het afscheid, ook bij een kind dat daar eerder geen moeite mee had.
  • Vaker naar de wc of de ziekenboeg op school, en vaker opgehaald worden.
  • Thuis heel moe of prikkelbaar zijn na een gewone schooldag, alsof het kind de hele dag zijn adem heeft ingehouden.

Bij Linda’s dochter zag je dat laatste patroon. Ze paste zich op school zo aan dat ze er ziek van werd. Juist kinderen die op school weinig laten zien, kunnen thuis het meest uitvallen. Een leerkracht die zegt dat het in de klas prima gaat, spreekt jouw beeld dus niet tegen.

Spijbelen is weer een ander verhaal. Daarbij blijft een kind weg zonder dat de ouders het weten, en vaak zonder angst. Wat je dan doet, lees je in ons stuk over een kind dat spijbelt.

Wanneer heet je kind een thuiszitter

Dat woord valt al snel, maar het heeft een vaste betekenis. Volgens de landelijke definitie gaat het om een leerplichtig kind van 5 tot 18 jaar dat langer dan vier weken zonder geldige reden niet naar school gaat en geen vrijstelling heeft. Een kind dat ziek gemeld is, valt daar formeel niet onder, ook al zit het in de praktijk net zo goed thuis.

Die ziekmelding is vaak de eerste stap, zoals bij Linda. Dat is begrijpelijk, maar laat het daar niet bij. Duurt de ziekmelding langer of komt die steeds terug, dan schakelt de school meestal de jeugdarts van de GGD in. Dat voelt misschien als controle, maar de jeugdarts kan juist helpen uitzoeken wat erachter zit en meedenken over een aangepast rooster. Bij langere afwezigheid, ook door ziekte, neemt de school volgens de meeste regionale afspraken na vier weken contact op met de leerplichtambtenaar van je gemeente.

Het gesprek met school

Hoe eerder je met school om tafel zit, hoe meer er nog kan. Vraag om een gesprek met de leerkracht of mentor en, als je school die heeft, de intern begeleider of zorgcoördinator. Neem mee wat je thuis ziet. Een paar weken bijhouden op welke dagen de klachten opspelen, helpt om het gesprek concreet te maken.

Een paar vragen die het gesprek verder brengen:

  • Wat ziet de school in de klas, in de pauze en bij gym? Gebeurt er iets in de groep waar jij geen zicht op hebt?
  • Kan je kind tijdelijk een deel van de dag komen, met een vaste plek of persoon om naar toe te gaan als het te veel wordt?
  • Wie is het vaste aanspreekpunt, en wanneer spreken jullie elkaar weer?
  • Wat is er nodig om te onderzoeken of er meer speelt, bijvoorbeeld angst, prikkelgevoeligheid of een leerprobleem?

Scholen hebben sinds de invoering van passend onderwijs een zorgplicht. Lukt het niet op deze school, dan moet het schoolbestuur samen met het samenwerkingsverband zoeken naar een plek die wel past. Speelt er pesten of onveiligheid zoals bij Linda’s zoon, dan heb je als ouder ook iets af te dwingen. Hoe dat gaat, staat in ons stuk over een school die het pesten erkent maar niets doet.

Wie je verder kan helpen

Je hoeft het niet alleen met school uit te zoeken. Dit zijn de plekken die het vaakst helpen.

  • De huisarts of jeugdarts. Voor de lichamelijke klachten, en voor een verwijzing als je kind angstig of somber lijkt.
  • Het wijkteam of jeugdteam van je gemeente. Voor jeugdhulp en ondersteuning thuis. Linda kreeg via de gemeente bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, zodat er thuis wat druk af ging.
  • De leerplichtambtenaar. Klinkt streng, maar bij een kind dat niet kan in plaats van niet wil, denkt die vooral mee over een oplossing en een passend aanbod.
  • De Onderwijsconsulenten. Komen jij, de school en het samenwerkingsverband er samen niet uit, dan kun je je kind gratis aanmelden. Een onderwijsconsulent adviseert, bemiddelt en zoekt met alle partijen naar een plek die past.

Vergeet jezelf niet

Het meest openhartige deel van Linda’s verhaal gaat over haarzelf. Ze stond de hele dag aan, ging minder sporten, zag haar vriendinnen nauwelijks en herkende zichzelf op een gegeven moment niet meer. “Het was pure onmacht en vermoeidheid”, zegt ze. Wat haar hielp, was de zorg eerlijker verdelen met haar man, zelf begeleiding zoeken en elke dag één vast ankerpunt kiezen, zodat de kinderen wisten wat ze konden verwachten.

Dat is misschien wel het nuttigste wat je uit haar ervaring kunt halen. Een kind dat thuiszit, heeft een ouder nodig die het een paar maanden of zelfs jaren volhoudt. Dat lukt alleen als je zelf ook ergens kunt bijtanken. Merk je dat school al langer stress geeft, kijk dan ook eens naar ons stuk over prestatiedruk herkennen. Hoe eerder je de signalen serieus neemt, hoe kleiner de kans dat het zo ver komt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen