Voor het leven met kinderen. En alles daaromheen.

Je kind huilt bij het afscheid op de opvang: wat een pedagogisch medewerker ziet

·Tim Vasse
Peuter zwaait naar zijn moeder bij de deur van het kinderdagverblijf

Je kind klampt zich vast aan je been, huilt alsof het nooit meer goed komt, en jij fietst met een brok in je keel naar je werk. Daar zit je de hele ochtend te wachten op een telefoontje van de opvang. Dat telefoontje komt bijna nooit. Laura Mooij werkt al vijftien jaar in de kinderopvang en beschrijft in een column bij J/M Ouders wat er gebeurt nadat de deur dichtgaat. Haar samenvatting is even simpel als herkenbaar. Jij vertrekt huilend, en je kind zit vijf minuten later een rijstwafel te eten.

Dat is een geruststelling. Maar het roept ook vragen op. Waarom huilt je kind dan zo hard? En wat kun je zelf doen om het afscheid korter en rustiger te maken?

Wat er na het afscheid gebeurt

Volgens Mooij zien pedagogisch medewerkers dit ritueel elke dag. Het ene kind heeft even nodig om uit te razen in de poppenhoek, het andere wil een flinke knuffel. Een medewerker vraagt of je kind de rode auto wil, leest samen een boekje of wacht gewoon tot de grootste storm voorbij is. Daarna gaat je kind meestal over op de gewone dag.

Belangrijk is wat Mooij erbij zegt. De tranen zijn niet nep, maar huilen bij het afscheid betekent ook niet dat je kind de hele ochtend ongelukkig is. Voor jou voelt het afscheid als het hoogtepunt van de dag. Voor je kind is het een moment van verdriet dat net zo snel weer plaatsmaakt voor iets anders. Peuters zijn wat dat betreft heerlijk onvoorspelbaar.

Dat je kind bij het afscheid huilt, zegt bovendien iets goeds. Het laat zien dat je kind aan jou gehecht is en het jammer vindt dat je weggaat. Vooral tussen ongeveer acht maanden en twee jaar zijn veel kinderen extra gevoelig voor afscheid. Ze begrijpen dan wel dat jij weggaat, maar nog niet goed dat je ook weer terugkomt. Dat hangt samen met de fase waarin kinderen ook eenkennig worden, waarover je meer leest in ons stuk over eenkennigheid.

De grootste valkuil bij het afscheid

Mooij noemt één ding de absolute hoofdzonde. Het afscheid dat maar niet af raakt. Nog een kusje, nog een knuffel, toch nog even terug om te zwaaien. Zodra je kind je opnieuw ziet, begint het hele afscheid van voren af aan. Voor je kind wordt het daardoor langer en zwaarder, niet lichter. En de medewerker die je kind wil helpen landen, moet steeds opnieuw beginnen.

Het omgekeerde is ook geen goed idee. Stiekem weggaan als je kind net even niet kijkt, voelt misschien als een manier om het verdriet te voorkomen. Maar een kind dat ineens merkt dat jij weg bent zonder dat het dat zag aankomen, kan juist onzekerder worden en zich de volgende keer nog steviger aan je vastklampen.

Zo maak je het afscheid korter en rustiger

Het doel is een afscheid dat voorspelbaar is, kort duurt en elke dag ongeveer hetzelfde gaat. Daar heeft je kind houvast aan.

  • Vertel wat er gaat gebeuren. Zeg onderweg al dat je je kind straks naar de groep brengt en dat je het na het slapen of na het fruit weer ophaalt. Koppel het aan iets wat je kind kent, in plaats van aan een tijd.
  • Bedenk een vast ritueel. Een knuffel, een kus en een zwaai bij het raam, en dan echt gaan. Hoe korter en vaster, hoe beter.
  • Geef je kind over aan iemand. Laat je kind niet zomaar los in de groep, maar geef het aan een vaste medewerker. Die kan het meteen opvangen.
  • Neem iets vertrouwds mee. Een knuffel of doekje van thuis kan helpen, zeker in het begin.
  • Blijf zelf rustig. Kinderen voelen feilloos aan of jij twijfelt. Een ouder die zelf gespannen is, maakt het voor het kind moeilijker. Doe alsof je zeker bent, ook als je dat even niet bent.
  • Vraag gerust hoe het gaat. Bel of app na een kwartier als je dat fijn vindt. De kans is groot dat je hoort dat je kind alweer speelt.

Wanneer je wel aan de bel trekt

Huilen bij het afscheid is normaal. Het wordt een ander verhaal als je kind ook lang na het afscheid verdrietig blijft en niet te troosten is, of als het thuis ineens veel slechter slaapt, eet of speelt. Een goede medewerker zal dat volgens Mooij niet wegwuiven, maar contact met je opnemen om te bespreken wat er speelt. Dat is geen alarmbel, maar een gesprek over wat je kind nodig heeft.

Is je kind net begonnen, dan hoort een paar weken onrust ook bij het wennen. Hoe lang dat meestal duurt, lees je in ons stuk over wennen op de kinderopvang. En mocht je vanochtend weer met die brok in je keel zijn weggefietst, weet dan dat je kind waarschijnlijk allang een rijstwafel heeft gegeten.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen