Een flits van een beeld waarin je baby iets overkomt, of erger, waarin jij je baby iets aandoet. Veel nieuwe ouders schrikken zich een hoedje van zulke gedachten en durven er met niemand over te praten. Toch blijkt uit onderzoek dat bijna iedere ouder ze kent, en dat ongeveer de helft zelfs gedachten heeft over bewust iets aandoen. Belangrijker nog, die gedachten zeggen niets over wat je werkelijk wilt of gaat doen.

Wat het onderzoek laat zien

Kek Mama schreef op 26 september over onderzoek van het Perinatal Anxiety Research Lab van de University of British Columbia in Canada. Daaruit blijkt dat 99 procent van de ouders die net zijn bevallen weleens een ongewenste gedachte heeft waarin hun baby per ongeluk iets overkomt. Denk aan het beeld dat je van de trap valt met je kind in je armen. Bij ongeveer 50 procent gaat het verder, dan gaat de gedachte over het kind opzettelijk iets aandoen.

Die gedachten heten intrusieve gedachten. Ze schieten ongevraagd je hoofd in en passen totaal niet bij wie je bent of wat je wilt. Juist daarom zijn ze zo beangstigend. De onderzoekers wijzen erop dat ongeveer 95 procent van alle mensen af en toe zulke gedachten heeft, ook buiten het ouderschap. Na een bevalling komen ze vaker voor, omdat je moe bent, veel stress hebt en je hoofd dag en nacht bezig is met de veiligheid van dat kleine mensje. Je brein zoekt als het ware naar gevaar, en laat je dan precies het scenario zien dat je het allermeest wilt voorkomen.

Betekent zo’n gedachte dat je gevaarlijk bent?

Nee. Dat is misschien wel de belangrijkste uitkomst. In twee studies waren ouders met ongewenste gedachten over het verwonden van hun baby niet vaker fysiek agressief tegen hun kind dan ouders zonder die gedachten. Wie schrikt van een gedachte, laat juist zien dat die gedachte botst met wat hij of zij belangrijk vindt. Vaak doen ouders er van alles aan om het scenario te voorkomen, zoals de baby niet meer op de trap dragen of messen uit het zicht leggen.

Het verschil met een postpartum psychose is groot. Bij een psychose kan iemand wanen hebben of stemmen horen, en dan voelt een gedachte niet meer als iets vreemds uit je eigen hoofd. Die aandoening is volgens het onderzoek veel zeldzamer, met ongeveer één tot twee op de duizend mensen die zijn bevallen. Bij intrusieve gedachten weet je juist heel goed dat de gedachte van jou komt, en vind je hem eng en onlogisch.

Intrusieve gedachteSignalen van een psychose
Je schrikt ervan en wilt hem kwijtDe gedachte voelt logisch of zelfs nodig
Je weet dat hij uit je eigen hoofd komtStemmen die van buitenaf lijken te komen
Je gaat situaties vermijden om je kind te beschermenVerwarring, wanen, niet meer slapen zonder moe te zijn

Waarom zwijgen het zwaarder maakt

Veel ouders houden deze gedachten voor zich uit schaamte. Ze zijn bang dat anderen hen een slechte ouder vinden, of zelfs dat hun kind wordt weggehaald. Volgens de onderzoekers is ook niet elke zorgverlener goed op de hoogte van het verschil tussen intrusieve gedachten, dwangklachten en psychose. Dat maakt de drempel nog hoger.

Daarom vind ik het zo waardevol dat dit onderzoek er ligt. Als je weet dat de helft van de ouders in de kraamtijd hetzelfde meemaakt, wordt het makkelijker om het hardop te zeggen. Tegen je partner, een vriendin of een zorgverlener. Het uitspreken haalt vaak al een deel van de angel eruit. Het past ook bij iets waar we eerder over schreven, dat je je na de bevalling niet oké kunt voelen zonder dat je een depressie hebt.

Wanneer zoek je hulp, en bij wie

Heb je af en toe zo’n gedachte en kun je hem daarna weer loslaten, dan is dat heel gewoon. Maar zoek hulp als een of meer van deze dingen voor jou gelden.

  • De gedachten komen zo vaak dat ze je dag beheersen.
  • Je raakt er erg angstig of somber van, of je slaapt er slecht door, ook als de baby slaapt.
  • Je gaat dingen vermijden, zoals je baby in bad doen of alleen met je kind zijn.
  • Je twijfelt of wat je denkt of hoort nog wel klopt.

In Nederland kun je terecht bij je huisarts, je verloskundige of de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Ook de kraamverzorgende kun je in de eerste week in vertrouwen nemen. Zij kennen dit en kunnen je doorverwijzen, bijvoorbeeld naar een psycholoog of naar een POP-poli, een polikliniek in het ziekenhuis voor psychische klachten rond zwangerschap en bevalling. Vertel gerust letterlijk wat je denkt. Een goede zorgverlener schrikt daar niet van.

Merk je bij jezelf of je partner verwardheid, vreemde overtuigingen of stemmen, bel dan dezelfde dag de huisarts of buiten kantoortijd de huisartsenpost. Dat geldt ook als je gedachten hebt om jezelf iets aan te doen. Dan kun je dag en nacht anoniem praten met 113 Zelfmoordpreventie.

Wat je zelf kunt doen

Probeer de gedachte niet weg te duwen. Hoe harder je vecht, hoe vaker hij terugkomt. Je kunt hem benoemen als wat hij is, een angstgedachte, en dan je aandacht rustig terugbrengen naar wat je aan het doen was. Zorg waar het kan voor slaap, ook als dat betekent dat iemand anders een voeding overneemt. En praat erover. De meeste ouders merken dat ze niet de enige zijn zodra ze het één keer hebben uitgesproken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like
Verder lezen

Originele knuffels en dekentjes

Inhoudsopgave Hide Persoonlijke borduurselsGepersonaliseerde geboortepostersHandgemaakte babykleertjesEen uniek kraamcadeaupakketBijzondere herinneringsdozenMisschien vind je deze artikelen ook interessant: Er gaat niets…