Een cleanser, een serum, een moisturizer en soms een eigen koelkastje op de slaapkamer. Waar een meisje van elf vroeger hooguit een potje tegen puistjes had, hebben veel meiden nu een complete ochtend- en avondroutine. De vraag die daaronder zit, is of je daar als ouder iets van moet vinden. Orthopedagoog Kina Smit legt in een interview met J/M Ouders uit waar de grens ligt, en die ligt niet bij het potje.

Waarom die interesse op zichzelf normaal is

Op die leeftijd worden kinderen zich bewuster van hoe ze eruitzien. Ze kijken naar oudere meiden, naar vriendinnen en naar wat er online voorbijkomt, en dat vergelijken hoort volgens Smit gewoon bij identiteitsvorming. Uiterlijk is in de puberteit ook communicatie. Met kleding, make-up, haar en tegenwoordig dus skincare laat een kind zien wat ze mooi vindt en bij welke groep ze zich thuis voelt.

Ze vergelijkt het zelfs met spelen. Meiden schamen zich voor hun Barbies en hun opmaakpop en verplaatsen datzelfde uitproberen naar zichzelf. Samen naar de drogist, potjes bekijken en iets smeren dat lekker ruikt, hoeft dus niets problematisch te betekenen.

Wat er wel is veranderd

Het verschil met vroeger zit niet in de belangstelling maar in het vergelijkingsmateriaal. Dat komt nu de hele dag via het scherm binnen, en een kind van elf kan nog moeilijk beoordelen wat een influencer haar precies probeert te verkopen. Smit zegt daarover dat er een complete beauty-industrie klaarstaat om bovenop de onzekerheid van die meiden te springen.

Nederlands onderzoek van de Radboud Universiteit uit 2026 laat zien hoe lastig het is om er niet mee in aanraking te komen. Onderzoekers spraken zestien meisjes en jonge vrouwen van dertien tot negentien jaar over beautycontent. Die deelnemers kwamen dergelijke video’s regelmatig ongevraagd tegen via algoritmes, gebruikten ze voor inspiratie en entertainment, en zagen tegelijk steeds hetzelfde vrij homogene beeld van hoe je eruit zou moeten zien. Volgens de onderzoekers kan die voortdurende blootstelling bijdragen aan zorgen over het uiterlijk en aan de wens om de producten van die influencers zelf te kopen. De studie bewijst niet dat sociale media automatisch voor onzekerheid zorgen, dus daar moet je geen conclusie in lezen die er niet staat.

Wanneer het wel zorgelijk wordt

De grens die Smit trekt, gaat niet over het aantal potjes maar over wat een kind denkt dat ze ermee oplost. Wordt ze heel kritisch op haar gezicht, kan ze niet meer zonder haar routine, is ze voortdurend bezig met poriën en puistjes of wordt ze onzeker omdat haar huid niet zo glad is als die van iemand online, dan gaat het niet meer over verzorging maar over zelfbeeld. Zoals zij het samenvat, het wordt problematisch wanneer een meisje op haar elfde al leert dat haar gezicht “een verbeterproject” is.

Haar advies is om eerst nieuwsgierig te zijn en niet meteen af te wijzen. Vraag wat ze er leuk aan vindt, wie het nog meer doet, waar ze het gezien heeft en wat ze denkt dat zo’n serum eigenlijk doet. Wie meteen begint met “je bent elf, wat moet je daarmee”, hoort daarna niets meer, en dan gaat er alleen in het geniep meer op dat gezicht.

Wat je thuis wel en niet koopt

Een gezonde huid van elf heeft geen ingewikkeld antiverouderingsprogramma nodig. Dat maakt het kooplijstje kort. Een milde reiniger, een eenvoudige moisturizer en zonnebrand dekken alles wat een jonge huid nodig heeft, en daar hoef je geen speciaalzaak voor in. De gewone drogist volstaat en de huismerken doen in deze categorie hetzelfde werk als de flesjes die op TikTok voorbijkomen.

Wat je overslaat, zijn de producten die voor een volwassen huid bedoeld zijn. Retinol, stevige zuren en alles met een antiverouderingsbelofte horen niet in de badkamer van een elfjarige, simpelweg omdat er geen probleem is om op te lossen en de kans op irritatie wel reëel is. Smit zegt zelf dat ze producten die schadelijk of ongeschikt zijn voor een jonge huid niet zou toestaan, en ook niet mee zou gaan in eindeloos bijkopen omdat er elke week een nieuw wondermiddel langskomt.

Een grens hoeft geen afwijzing te zijn. Het verschil zit tussen “wat een onzin, weg ermee” en de vraag of jullie samen even kijken of dit product wel bij haar huid past. Die tweede versie houdt het gesprek open, en dat is precies wat je nodig hebt als er over een jaar iets ingewikkelders langskomt.

En dan is er nog het onderdeel waar ouders minder graag naar kijken, namelijk het eigen voorbeeld. Wie thuis voortdurend hardop ontevreden is over het eigen uiterlijk, hoeft niet verbaasd te zijn als dat wordt overgenomen. Wat je doet telt nu eenmaal zwaarder dan wat je zegt. Dat geldt trouwens breder dan bij beauty alleen, of het nu gaat om de leeftijd waarop je kind een eerste smartphone krijgt of om de regels rond schermen en AI op school.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like