De eerste schoolweken zijn nog niet om of het briefje zit al in de tas: er is hoofdluis gevonden in de klas. Bij ons leverde dat de eerste keer een avond op waarin ik het halve huis heb gewassen, alle knuffels in de vriezer heb gepropt en mijn dochter met een plastic kammetje uit de badkamerla te lijf ging. Vrijwel alles wat ik die avond deed was overbodig. Het enige dat er echt toe deed, het kammen, deed ik te snel en te onzorgvuldig, en twee weken later begon het gedoe opnieuw.
Dat is precies waar hoofdluis mensen te pakken heeft. Het is geen ingewikkeld probleem, maar het is wel een probleem met een strikte volgorde en een strikte doorlooptijd. Wie die volgorde aanhoudt is er in twee weken vanaf. Wie halverwege afhaakt omdat hij niets meer ziet, begint over een maand opnieuw.
Eerst weten wat je zoekt
Een hoofdluis is een insect van een paar millimeter, grijsblauw tot roodbruin, dat op de hoofdhuid leeft en bloed opzuigt. Van die beetjes gaat het jeuken, vooral in de nek, achter de oren en onder de pony. Jeuk is alleen geen betrouwbaar alarm: het duurt soms weken voor een kind er last van krijgt, en sommige kinderen krijgen helemaal geen jeuk.
Wat je vaker ziet dan de luizen zelf zijn de eitjes, de neten. Dat zijn kleine grijswitte puntjes vlak bij de hoofdhuid, en ze lijken sprekend op roos of een droge huidschilfer. Het onderscheid is simpel en het is het enige dat je hoeft te onthouden: roos schud je met een tik van het haar af, een neet zit vastgeplakt en gaat er alleen met je nagels of de kam af. Zit het vast, dan heb je beet.
Het helpt om te weten hoe gewoon dit is. Uit onderzoek van het RIVM heeft ongeveer drie procent van alle kinderen tussen nul en achttien jaar op enig moment hoofdluis. In de basisschoolleeftijd is dat zeven procent, bij middelbare scholieren twee procent en onder de vier jaar nog geen procent. Luizen lopen over als hoofden elkaar raken, dus bij spelen, knuffelen en het maken van een selfie. Ze springen niet, ze vliegen niet, en ze hebben niets met schoon of vies haar te maken. Dat laatste zeg ik met nadruk, want de schaamte rond luizen is in mijn ogen schadelijker dan de luizen. Ouders die het niet doorgeven aan school houden de hele klas in een cirkel van herbesmetting.
Wat je in huis moet hebben
De uitrusting is klein en je hebt hem jaren.
- Een fijntandige netenkam, liefst van metaal met lange tanden. De plastic kam die bij een luizenmiddel zit is meestal te grof. Te koop bij de apotheek, Kruidvat, Etos, de DA en online; reken op vijf tot vijftien euro voor een metalen exemplaar.
- Een gewone kam of borstel om het haar eerst helemaal te ontwarren.
- Crèmespoeling, een goedkope volstaat. De Action, Kruidvat en elke supermarkt hebben er een voor rond de twee euro. De spoeling maakt het kammen draaglijk en vertraagt de luizen.
- Een wit vel papier of een witte handdoek om onder het hoofd te leggen. Op wit zie je wat er uit de kam valt.
- Haarklemmen of elastiekjes om het haar in vakken te verdelen. Bij lang haar is dit het verschil tussen tien minuten en drie kwartier.
- Eventueel een antiluismiddel op basis van dimeticon, verkrijgbaar bij drogist en apotheek. Lees de bijsluiter en verwacht er niet te veel van: ook na een middel blijf je kammen, want op de eitjes werkt het niet altijd.
Het kamschema, stap voor stap
- Ontwar het haar volledig met een gewone kam. In klitten kom je met een netenkam nergens en je kind haakt af voor je begonnen bent.
- Smeer het haar royaal in met crèmespoeling en spoel die nog niet uit. Nat haar met spoeling glijdt, en luizen liggen stil zolang ze in de zeep zitten.
- Laat je kind voorover buigen boven het witte papier, aan tafel of boven de wastafel. Zelf zit je erachter, met licht van opzij.
- Verdeel het haar in vakken en werk systematisch van het ene oor naar het andere. Niet kriskras, want dan sla je stukken over zonder het te merken.
- Kam elke pluk helemaal uit, van de hoofdhuid tot de punt. De tanden moeten de huid raken, daar zitten de neten.
- Veeg de kam na iedere haal af aan het papier of spoel hem om, en kijk wat eruit komt.
- Spoel het haar uit en doe dit elke dag opnieuw, veertien dagen lang.
Die veertien dagen zijn geen ruime schatting maar de kern van de aanpak. Een neet die je mist komt na een dag of acht uit, en dat jonge beestje legt zelf na een dag of tien weer eitjes. Stop je op dag zes omdat je niets meer vindt, dan zit je precies in het gat tussen twee generaties. Kam je door tot dag veertien, dan is elke luis die nog uit een gemist eitje kruipt uitgekamd voor hij zich kan voortplanten.
De rest van het huis: veel minder werk dan je denkt
Hier heb ik zelf het meeste tijd verspild. Hoofdluis verplaatst zich vrijwel uitsluitend via haren, niet via kleding, beddengoed, knuffels of de kat. Een luis die van een hoofd valt overleeft buiten het haar niet lang. Het wasfestijn op zestig graden, de knuffels drie dagen in een vuilniszak, de bank stofzuigen: het kan geen kwaad, maar het lost niets op. De tijd die je daarin steekt kun je beter aan de kam geven.
Wat wel werkt is iedereen in huis controleren, op dezelfde avond. Broers, zussen, ouders, en zeker als kinderen bij elkaar op de kamer slapen en hun hoofden ’s nachts een halve meter van elkaar liggen. Vind je bij een van hen ook maar één luis, dan gaat die persoon ook aan het kamschema. Behandel je alleen het kind met de jeuk, dan geeft de rest het gewoon terug.
Meld het daarnaast bij school of de opvang. Een kind met hoofdluis mag er gewoon naartoe, dus thuishouden hoeft niet, maar de leerkracht kan wel de andere ouders inseinen en een controleronde inplannen. Vindt de klas het lastig om dat luizenpluizen georganiseerd te krijgen, dan is het net zoiets als het gezamenlijk regelen van de buitenruimte: het lukt pas als een paar ouders het gewoon oppakken.
Voorkomen kan nauwelijks, vroeg vinden wel
Er bestaat geen spray die luizen tegenhoudt, hoe overtuigend de verpakking ook oogt. Wat wel scheelt is lang haar in een staart of vlecht op schooldagen, en één keer per maand een kamronde bij iedereen, bijvoorbeeld op de eerste zondag van de maand. Dat kost een kwartier en het verschil tussen twee luizen vinden en twintig luizen vinden is precies dat kwartier.
Het seizoen begint traditioneel na elke vakantie, wanneer klassen weer bij elkaar komen. De eerste weken van september zijn dus een goed moment om de kam alvast klaar te leggen, samen met de rest van de spullen die met het nieuwe schooljaar meekomen zoals een tas die past.
Kam je drie weken consequent en blijf je toch levende luizen vinden, dan is er iets anders aan de hand: een gezinslid dat over het hoofd wordt gezien, of een besmetting die telkens van buiten terugkomt. Dat is het moment om de huisarts of de GGD te bellen, niet het moment om nog een middel te kopen. Het probleem zit dan niet in het flesje maar in de cirkel eromheen.