Voor het leven met kinderen. En alles daaromheen.

Vijf goedbedoelde opvoedfouten die volgens een expert een verwend kind opleveren

·Tim Vasse
Moeder en dochter spelen samen een bordspel aan tafel

Niemand voedt een kind op met het plan om het te verwennen. Je wilt dat je kind gelukkig is, zich geliefd voelt en zelfvertrouwen krijgt. Juist daarom glippen er gewoontes in die goed bedoeld zijn, maar uitpakken als het tegendeel. Kek Mama zette er vijf op een rij, met onder meer opvoedcoach Cassie Gudmundson als bron. Wat opvalt, is hoe gewoon ze zijn. Je herkent ze vrijwel allemaal uit je eigen week.

Daarom hier geen lijst om je schuldig over te voelen, maar per gewoonte de situatie waarin het meestal gebeurt en wat je de volgende keer anders kunt zeggen. Het Nederlands Jeugdinstituut zegt het zelf ook. Wees niet te streng voor jezelf, het lukt niet altijd om je kind aan de regels te houden, zeker niet als je moe of gestrest bent.

De vijf gewoontes en wat je in plaats daarvan doet

1. De grens die toch weer schuift

De situatie ken je. Kassa, supermarkt, een chocoladereep, en een kind dat op de grond gaat liggen. Je zei nee, maar na drie minuten en twintig blikken van andere klanten ligt de reep toch in het mandje. Je kind leert daarvan dat een nee onderhandelbaar is, als het maar hard genoeg protesteert.

Gudmundson adviseert rustig en consequent te blijven, ook als het gedrag heftig wordt. Wie heel fel reageert, maakt het gedrag volgens haar juist erger. Het Nederlands Jeugdinstituut geeft er een praktische tip bij. Maak van een regel geen vraag. Dus niet “het is bedtijd, ga je mee naar boven?” maar “het is bedtijd, we gaan naar boven”. En hou het aantal regels klein, want een kleuter kan er hooguit vijf tot zeven onthouden. Minder regels betekent ook minder momenten waarop je moet volhouden.

2. Een staande ovatie voor elke klus

Je kind ruimt de kamer op en jij roept dat het de allerbeste opruimer van de wereld is. Lief bedoeld, maar wie voor elke gewone handeling een applaus krijgt, gaat dat applaus verwachten. Benoem liever wat er goed ging. “Je hebt alle blokken in de bak gedaan, nu kun je morgen meteen bouwen.” Dat is concreter, en het leert je kind dat inzet ertoe doet zonder dat elke taak een prestatie wordt.

3. Elk probleem meteen oplossen

Ruzie met een vriendje, een gedoe op school, een onaardig appje. De neiging om in te grijpen is groot, en vaak ben je er sneller mee klaar als jij het even regelt. Maar een kind dat nooit zelf een oplossing hoeft te bedenken, bouwt ook geen veerkracht op en krijgt makkelijk het idee dat het geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen.

Je hoeft je kind daarbij niet alleen te laten. Vraag wat er gebeurde, vraag wat je kind zelf zou kunnen doen, en help pas als dat echt niet lukt. Een kinderpsychiater zei eerder iets vergelijkbaars, lees daarvoor ons stuk over kinderen die pas verantwoordelijkheid leren als jij loslaat.

4. Vergelijken met andere kinderen

“Jij bent veel slimmer dan de rest van de klas.” Het voelt als een compliment, en je bedoelt het ook zo. Toch kan je kind eruit halen dat het boven anderen staat en dus recht heeft op een voorkeursbehandeling. Het gaat er niet om dat je minder complimenten geeft, maar om waar je ze aan ophangt. Vergelijk je kind met zichzelf. “Vorige maand vond je die sommen nog lastig, nu reken je ze zo uit.” Zo kan je kind trots zijn zonder dat er iemand onder hoeft te staan.

5. Altijd laten winnen

Een potje memory, het eind van de avond, en jij ziet de tranen al aankomen. Dus doe je net alsof je dat ene kaartje niet weet. Herkenbaar, en op zich geen ramp. Maar een kind dat nooit verliest, mist de kans om te leren dat verliezen niet het einde van de wereld is. Kleine teleurstellingen thuis, op een veilige plek, zijn juist de oefening voor de grotere teleurstellingen later. Laat je kind gerust eens verliezen, en blijf erbij als het verdrietig is. Je hoeft het verdriet niet op te lossen, alleen er te zijn.

Wat deze vijf met elkaar gemeen hebben

Leg de vijf naast elkaar en je ziet steeds hetzelfde patroon. In elke situatie kies je voor de korte termijn. Geen driftbui, geen tranen, geen verdriet om een vriendje. Dat is begrijpelijk, want de korte termijn is waar je op dat moment middenin staat. Het verwende gedrag ontstaat pas als die keuze steeds dezelfde kant op valt.

Dat maakt het ook minder zwaar dan het klinkt. Je hoeft niet alle vijf tegelijk aan te pakken. Kies er een die bij jullie het vaakst voorkomt, en oefen daar een paar weken mee. Lukt het een keer niet omdat je moe bent of geen zin hebt in een scène bij de kassa, dan is dat geen mislukking maar gewoon een dinsdag. Het gaat om de lijn die je kind over langere tijd ziet, niet om een enkele reep chocola.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen