Zwangerschap, kinderen en het leven daaromheen

Jij en je partner voeden anders op: wat experts adviseren als je botst

·Tim Vasse
Twee ouders praten aan de keukentafel

Jij wilt dat de tablet om zeven uur uitgaat, je partner geeft nog een kwartiertje omdat er anders gedoe komt. Jij vindt dat het bord leeg moet, de ander laat het staan. Het zijn kleine botsingen, maar ze komen elke dag terug. Kek Mama vroeg deze week experts wat je doet als jij en je partner een andere opvoedstijl hebben. Het geruststellende antwoord is dat verschil op zich geen probleem is. Het gaat om hoe je ermee omgaat.

Verschil is normaal, tegenspreken niet

Psychologen onderscheiden van oudsher vier opvoedstijlen. Autoritatief is warm en betrokken met duidelijke grenzen. Autoritair legt de nadruk op gehoorzaamheid. Permissief is warm maar stelt weinig grenzen, en onbetrokken biedt weinig steun of toezicht. Een autoritatieve stijl hangt volgens onderzoek vaak samen met minder emotionele en gedragsproblemen bij kinderen, al voorkomt die stijl zulke problemen niet automatisch.

Belangrijker is wat Kek Mama daarna schrijft. De meeste ouders passen niet precies in een hokje, en verschillen tussen ouders leiden niet vanzelf tot problemen bij kinderen. De een zorgt voor structuur, de ander voor spontaniteit, en allebei dragen ze iets bij. Het wordt lastig als ouders elkaar voortdurend tegenspreken, elkaars beslissingen terugdraaien of er waar het kind bij is ruzie over maken. Dan wordt het voor een kind onduidelijk welke regel geldt, en leert het snel dat zeuren bij de ene ouder meer oplevert dan bij de andere.

Signalen dat het scheefloopt zijn volgens de experts regelmatig ruzie over opvoedbeslissingen, elkaar tegenspreken waar het kind bij is, een kind dat zich klem voelt zitten tussen jullie, en steeds meer lastig gedrag.

Laat een buitenstaander scheidsrechter zijn

Het advies van de experts is om niet te beginnen bij de vraag wie er gelijk heeft, maar bij wat jullie je kind willen meegeven. Dat klinkt goed, maar in de praktijk blijft het vaak hangen op mening tegenover mening. Wat dan kan helpen, is een gezaghebbende bron als neutrale grond gebruiken. Dan hoeft niemand toe te geven aan de ander, alleen aan de richtlijn.

Voor drie onderwerpen waar ouders vaak over botsen, bestaat zo’n bron al.

  • Schermtijd. De Richtlijn Gezond Schermgebruik uit 2025, waar ook het Oogfonds naar verwijst, geeft per leeftijd een maximum. Geen schermen tot twee jaar, een halfuur van twee tot vier, een uur van vier tot acht, anderhalf uur van acht tot tien en twee uur van tien tot twaalf. Dat is een bovengrens, geen doel, en daarbinnen kunnen jullie samen kiezen.
  • Bedtijd. De richtlijn slaap van de jeugdgezondheidszorg zegt dat een kind waarschijnlijk genoeg slaapt als het door de week uit zichzelf wakker wordt en binnen een half uur trek heeft in ontbijt. Dan wordt de discussie over half acht of acht uur een vraag die je kind zelf beantwoordt.
  • Eten. Over porties, snoep en tussendoortjes heeft het Voedingscentrum per leeftijd adviezen. Ook daar hoef je niet op elkaars gevoel te vertrouwen.

Het mooie van deze aanpak is dat je de discussie verplaatst van “jij bent te streng” naar “wat past bij ons kind”. Het zegt niets over wie de betere ouder is. Wij denken dat juist dat verschil veel ruzies van hun lading ontdoet.

Bespreek het later, niet waar je kind bij is

Ben je het niet eens met hoe je partner iets aanpakt, dan adviseren de experts om dat niet ter plekke uit te vechten. Zoek een rustig moment, luister naar elkaars standpunt en kom samen tot een afspraak. Lukt dat niet meteen, dan is dat ook goed. Respectvol met elkaar omgaan is belangrijker dan het overal eens zijn. Kinderen leren er bovendien van hoe je met een meningsverschil omgaat.

Een praktische afspraak die je samen kunt maken, is dat de ouder die op dat moment een beslissing neemt, die beslissing ook houdt. De ander grijpt niet in, behalve als de veiligheid van het kind in het geding is. Achteraf bespreken jullie of het de volgende keer anders moet. Zo blijft de regel voor het kind voorspelbaar, ook als jullie het niet helemaal eens zijn.

Maak duidelijke afspraken, geef heldere instructies, beloon gewenst gedrag met complimenten en spreek af hoe jullie reageren als je kind zich niet aan een regel houdt. Dat hoeft niet bij allebei precies hetzelfde te klinken. Het belangrijkste is dat je kind weet waar het aan toe is.

Wanneer je hulp inschakelt

Wat nu werkt, past over een paar jaar misschien niet meer. Bespreek daarom af en toe hoe het gaat. Blijven jullie ruzie maken over de opvoeding, of houdt het lastige gedrag van je kind aan, dan is het volgens de experts verstandig om hulp te zoeken bij een opvoeddeskundige of psycholoog. Er bestaan ook opvoedprogramma’s die ouders helpen om op een lijn te komen, en volgens Kek Mama heeft het gezin er ook baat bij als maar een van beide ouders meedoet. In Nederland is het consultatiebureau of het Centrum voor Jeugd en Gezin in je gemeente een logische eerste stap.

Wie verder wil lezen over een andere kijk op grenzen stellen, vindt meer in ons stuk over opvoeden zonder gehoorzamen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen