Bijziendheid bij kinderen neemt toe, en het onderwerp duikt deze maand overal op. Het Oogfonds begon op 8 oktober in Groningen aan een schooltour waarbij de komende jaren de ogen van 50.000 kinderen worden gemeten, meldde RTV Noord. Een week later zette Kek Mama samen met een opticiensketen een webinar online over hoe je myopie bij je kind herkent.
Wat heb je daar als ouder aan? Vooral de vraag waar je op let, en wat je doet als het zover is. Want een bril lost minder op dan veel ouders denken.
Wat bijziendheid is en waarom het toeneemt
Een bijziend kind ziet dichtbij scherp en in de verte wazig. Dat komt doordat het oog te lang doorgroeit. Volgens het LUMC begint bijziendheid meestal tussen zes en twaalf jaar, neemt het toe zolang het oog groeit en blijft het rond het 25e jaar meestal stabiel. Het is deels erfelijk. Is een van de ouders bijziend, dan is de kans groter dat het kind het ook wordt.
Erfelijkheid verklaart alleen niet waarom het zo snel toeneemt. Het Oogfonds noemt Nederlands onderzoek waaruit blijkt dat ongeveer 56 procent van de mensen die rond 2000 zijn geboren bijziend is. Gebrek aan daglicht en veel dichtbij kijken spelen een grote rol. Daarbij gaat het niet alleen om schermen. Lezen, tekenen, puzzelen en huiswerk tellen net zo goed mee, en een telefoon of tablet in de hand is belastender dan een televisie aan de andere kant van de kamer.
Signalen die je thuis kunt zien
Veel ouders ontdekken pas bij een oogmeting dat hun kind slecht ziet. Kinderen klagen er zelden over, omdat ze niet weten dat de wereld er scherper uit hoort te zien. Let daarom op gedrag:
- je kind schuift steeds dichter naar de televisie of houdt een tablet vlak voor het gezicht;
- het knijpt de ogen samen om iets in de verte te lezen, zoals een bord in de klas, een verkeersbord of ondertiteling;
- het klaagt na school over hoofdpijn of is opvallend moe;
- de juf merkt dat lezen of overschrijven van het bord moeizaam gaat.
Dat laatste signaal komt van een schooldirecteur die RTV Noord sprak bij de start van de schooltour. Leesproblemen worden soms lang als leerprobleem gezien, terwijl het kind gewoon het bord niet scherp ziet. Wij vinden dat een goede reden om bij elk leesprobleem eerst de ogen te laten meten, voordat er een traject van bijles of onderzoek begint.
De 20-20-2-regel en wat die vraagt
Het Oogfonds en oogzorgprofessionals adviseren de 20-20-2-regel. Na 20 minuten dichtbij kijken minstens 20 seconden in de verte kijken, en elke dag minimaal twee uur naar buiten. Die twee uur hoeven niet aan een stuk. Fietsen naar school, buitenspelen en een rondje park tellen allemaal mee, en ook op een bewolkte dag krijgen de ogen buiten veel meer licht dan binnen.
Die laatste twee in de regel is volgens ons het onderdeel dat het meest wordt onderschat. De 20 seconden uit het raam kijken is met een timer prima te regelen. Twee uur buiten op een schooldag in november is een ander verhaal, zeker als je bedenkt dat kinderen in Nederland steeds minder buiten spelen. Het Oogfonds zegt zelf dat een dag missen niet erg is, zolang je het gemiddelde haalt.
Het Oogfonds verwijst ook naar de Richtlijn Gezond Schermgebruik uit 2025, met een maximum per leeftijd:
| Leeftijd | Schermtijd per dag (maximum) |
|---|---|
| 0 tot 2 jaar | geen |
| 2 tot 4 jaar | 30 minuten |
| 4 tot 8 jaar | 1 uur |
| 8 tot 10 jaar | 1,5 uur |
| 10 tot 12 jaar | 2 uur |
| vanaf 12 jaar | 3 uur |
Zie die tijden als bovengrens, niet als doel. Spreek ook af dat een boek of scherm op armlengte blijft, minstens 30 tot 40 centimeter van de ogen. En maak dezelfde afspraken met opa, oma en de oppas, want daar gaat het vaak mis, zoals we eerder schreven over schermtijdregels bij de oppas.
Als je kind bijziend blijkt
Dan komt er een bril of, bij oudere kinderen, contactlenzen. Daarmee ziet je kind weer scherp. Maar zoals het Oogfonds tegen RTV Noord zei, het oog blijft bijziend. Een bril remt de groei van het oog niet. En juist die doorgroei vergroot op latere leeftijd de kans op ernstige oogproblemen.
Daarom bestaan er behandelingen die de toename willen afremmen. Volgens het LUMC zijn atropine-oogdruppels daarvoor het meest effectief. De wereldorganisatie voor kinderoogheelkunde adviseert druppels van 0,05 procent, die je kind elke dag in beide ogen krijgt, meestal een aantal jaren lang en met regelmatige controle. Daarnaast zijn er speciale brillenglazen en contactlenzen voor kinderen met toenemende bijziendheid. Welke aanpak past, beslist de oogarts of orthoptist.
De leefstijlregel blijft daarbij belangrijk. Ook bij een kind dat al bijziend is, kan meer buitenlicht helpen om verdere toename te beperken.
Twijfel je? Ga naar de huisarts of de jeugdarts, die kunnen doorverwijzen. Hoe eerder je het weet, hoe meer er in de groeijaren nog te remmen valt. En stel het niet uit omdat je kind zelf nergens over klaagt, want dat doet het bijna nooit.



