De meeste ouders die zich afvragen of hun kind zich wel gezien voelt, doen het juist goed. Je knuffelt, troost, regelt, en toch kan er iets tussen zitten. Liefde geven en de gevoelens van je kind begrijpen zijn twee verschillende dingen, schrijft Kek Mama vandaag in een stuk over zes gewoonten van kinderen die zich emotioneel niet gezien voelen. Het artikel leunt op het werk van de Amerikaanse klinisch psycholoog Jonice Webb, die al jaren schrijft over wat zij emotionele verwaarlozing in de kindertijd noemt. Het gaat daarbij niet om wat er misgaat, maar om wat er ontbreekt.
Dat is een ongemakkelijk onderwerp, omdat het zo makkelijk als verwijt binnenkomt. Daarom eerst de signalen, en daarna wat je ermee doet zonder dat het een schuldvraag wordt.
De zes signalen
Kek Mama beschrijft zes gewoonten. Elk ervan komt ook voor bij kinderen die zich prima gezien voelen. Het gaat om het patroon, niet om één los moment.
Je kind houdt gevoelens voor zich. Het trekt zich terug als het verdrietig is en praat er liever niet over. Kinderen die weinig erkenning krijgen voor wat ze voelen, kunnen leren dat het geen zin heeft om het te delen. Webb omschrijft het zo dat een kind stopt met zoeken als het merkt dat de bron is opgedroogd.
Je kind haakt snel af bij tegenslag. Een verloren wedstrijd of huiswerk dat niet lukt, en het geeft het op. Dat hoeft geen gebrek aan doorzettingsvermogen te zijn. Het kan ook gaan om weinig ervaring met hulp bij moeilijke gevoelens.
Je kind zegt overal ja op. Het past zich aan, wil geen ruzie en durft nauwelijks aan te geven wat het zelf wil.
Je kind wil iedereen blij maken. Dat lijkt makkelijk, maar achter dat gedrag kan onzekerheid zitten. Psycholoog Mark Travers beschrijft hoe kinderen hun eigen wensen opzijzetten om de rust in huis te bewaren.
Je kind is hard voor zichzelf. Uitspraken als “ik kan dit toch niet” of “ik doe nooit iets goed”. Psychotherapeut Terri Cole legt in het artikel uit dat een kritische innerlijke stem kan ontstaan als gevoelens niet consequent worden erkend.
Je kind vindt kiezen moeilijk. Van een ijsjessmaak tot een sport. Kinderen die weinig ruimte krijgen om zelf te kiezen, of merken dat hun voorkeur vaak wordt afgewezen, gaan twijfelen aan hun eigen oordeel.
Waarom dit lijstje niet over schuld gaat
Bijna elk van deze zes signalen heeft ook andere verklaringen. Kek Mama noemt zelf temperament en faalangst. Een rustig, introvert kind houdt gevoelens vaker voor zich, ook in een warm gezin. Een kind met veel aanleg voor perfectionisme is vaak hard voor zichzelf, hoe vaak je ook zegt dat het niet erg is. En moeite met kiezen hoort er op sommige leeftijden gewoon bij.
Wat het werk van Webb wel duidelijk maakt, is dat het zelden gaat om ouders die niet om hun kind geven. Het gaat om iets wat in drukke gezinnen makkelijk gebeurt. Een kind dat verdrietig is, krijgt snel een oplossing, een afleiding of een “het valt wel mee”, en niet de ervaring dat het gevoel er mag zijn. Ouders die zelf weinig hebben geleerd over emoties praten, geven dat ongemerkt door. Dat maakt het herkennen ervan geen beschuldiging maar een kans om iets bij te leren, en dat kan op elke leeftijd.
Wat je thuis anders doet
De adviezen in het artikel komen neer op één verschuiving. Je reageert eerst op het gevoel en pas daarna op het probleem. In de praktijk ziet dat er zo uit.
- Vraag door in plaats van weg te wuiven. “Je baalt, hè?” werkt beter dan “joh, volgende keer beter”. Je hoeft niet meteen een oplossing te hebben. Juist dat laat je kind merken dat het alles met je mag delen.
- Laat het gevoel bestaan, ook als het gedrag niet oké is. Boos zijn mag, slaan niet. Die twee uit elkaar houden, voelt voor een kind als gezien worden én grenzen krijgen.
- Oefen met nee zeggen. Laat je kind merken dat het ergens anders over mag denken en dat het niet verantwoordelijk is voor ieders humeur. Een kind dat thuis veilig nee kan zeggen, kan dat later ook bij vrienden.
- Prijs de inspanning, niet alleen het resultaat. Dat helpt tegen die strenge innerlijke stem, omdat je kind leert dat fouten maken iets anders is dan tekortschieten.
- Geef kleine keuzes, passend bij de leeftijd. Welke trui, welk boek voor het slapengaan, wat er zaterdag op brood komt. Zo bouwt je kind vertrouwen op in het eigen oordeel.
Wat je zegt doet er ook toe. Sommige goedbedoelde zinnen leren een kind juist om problemen voor zichzelf te houden. Welke dat zijn en wat je beter kunt zeggen, lees je in ons stuk over zinnen die je kind later moeilijk om hulp laten vragen.
Als je merkt dat het niet bij een signaal blijft
Herken je meerdere van deze gewoonten tegelijk en houden ze lang aan, of zie je dat je kind er echt onder lijdt, dan is het verstandig om het niet alleen thuis op te lossen. Vraag op school hoe de leerkracht je kind ervaart, want die ziet het in een groep en in een andere omgeving. Je kunt ook terecht bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige van de GGD, bij het centrum voor jeugd en gezin in je gemeente of bij de huisarts. Die kunnen helpen uitzoeken of er iets anders speelt, zoals angst, pesten of een ontwikkelingsprobleem.
Het belangrijkste uit dit verhaal is misschien wel dat het werkt in beide richtingen. Een kind dat jarenlang heeft geleerd zijn gevoel weg te stoppen, kan dat ook weer afleren, als het merkt dat er thuis iemand is die vraagt, luistert en niet meteen alles oplost. Dat vraagt geen perfecte ouder, alleen een ouder die vaker even blijft staan bij wat het kind voelt.



