Wie tussen 22 en 24 weken zwanger is en de zwangerschap wil afbreken, kan daar in Nederland wettelijk voor kiezen, maar vindt in de praktijk nauwelijks een plek. Daar komt nu verandering in. Verschillende ziekenhuizen gaan het komende jaar vaker zulke late abortussen uitvoeren, bevestigde minister Sophie Hermans van Volksgezondheid deze week in antwoorden op Kamervragen. Kek Mama zette de hoofdlijnen op 23 september op een rij.
Het onderwerp ligt politiek gevoelig, en dat is te merken aan de reacties in de Tweede Kamer. Voor zwangeren zelf is een andere vraag belangrijker. Wat geldt er nu eigenlijk, waar kom je terecht, en wat verandert er echt? Dat zetten we hieronder feitelijk op een rij.
Wat de wet zegt en wat de praktijk is
Een abortus is in Nederland toegestaan tot 24 weken. Die grens hangt samen met het moment waarop een foetus buiten de baarmoeder levensvatbaar kan zijn. Aan die wet verandert niets, en er komt ook geen nieuwe medische richtlijn. Dat benadrukte de minister zelf.
Het probleem zit in de praktijk. Na ongeveer 22 weken is het medische risico zo groot dat een abortus in een ziekenhuis moet gebeuren, en niet meer in een abortuskliniek. Die ziekenhuiszorg is er tot nu toe vooral voor zwangerschappen die om medische redenen worden afgebroken, bijvoorbeeld bij een ernstige afwijking. Wie om een andere reden in die weken een abortus wil, vond in Nederland bijna geen ziekenhuis. De NOS schreef in augustus dat vrouwen dan uitwijken naar Spanje, Groot-Brittannië of bepaalde staten in de Verenigde Staten.
Het gaat om een kleine groep. Volgens de NOS vonden er in 2024 in Nederland ruim 39.000 abortussen plaats, waarvan 331 tussen de 22e en de 24e week. Daar zitten ook de abortussen om medische redenen bij.
| Termijn | Waar in de praktijk |
|---|---|
| Tot 9 weken | Abortuskliniek, en sinds 2023 kan ook de huisarts de abortuspil voorschrijven |
| Tot ongeveer 22 weken | Abortuskliniek |
| 22 tot 24 weken | Ziekenhuis, tot nu toe vooral bij een medische reden |
| Na 24 weken | Alleen in uitzonderlijke medische situaties, onder strikte regels |
Wat er nu verandert
De beroepsvereniging van gynaecologen, de NVOG, werkt al langer aan betere toegang tot deze zorg. In juli schreef de vereniging op haar eigen site dat ze een toolkit, trainingsmateriaal en ondersteuning voor teams heeft ontwikkeld, en dat verschillende ziekenhuizen verkennen of ze willen meedoen. Het doel is dat de zorg beter over het land verspreid raakt en dat klinieken en ziekenhuizen beter samenwerken.
Uit de antwoorden van de minister blijkt hoe dat eruit gaat zien. Per deelnemend ziekenhuis gaat het om ongeveer vier ingrepen in het komende jaar, zodat teams ervaring kunnen opdoen. Dat is geen harde doelstelling. Meedoen is vrijwillig, en artsen en verpleegkundigen die er om gewetensredenen niet aan mee willen werken, hoeven dat niet te doen. Het Amsterdamse OLVG was eerder al betrokken bij een proef met vier van zulke abortussen. Welke andere ziekenhuizen meedoen, maakt de NVOG niet bekend.
Hermans noemt het geen verruiming maar een betere toegang tot zorg die er wettelijk al was. Een aantal partijen ziet dat anders. SGP en PVV stelden Kamervragen, en partijen met samen zeventig zetels willen er op korte termijn over debatteren. Of dat debat iets aan de plannen verandert, is nog niet te zeggen.
Wat dit betekent als je zwanger bent
Voor de meeste zwangeren verandert er niets. Het overgrote deel van de abortussen vindt ver voor de 22e week plaats, in een kliniek of via de huisarts. Sinds 2023 geldt er ook geen verplichte bedenktijd van vijf dagen meer. Je bepaalt samen met de arts wanneer je er klaar voor bent.
Voor wie laat in de zwangerschap alsnog voor een abortus kiest, verandert er wel iets. De kans wordt groter dat dat in een Nederlands ziekenhuis kan in plaats van in het buitenland. Dat scheelt een reis, kosten en de eenzaamheid van een ingreep ver van huis. Het is ook medisch veiliger om in je eigen zorgsysteem geholpen te worden, met nazorg in de buurt.
Een late abortus is geen lichte ingreep, en ziekenhuizen gaan er ook niet licht mee om. Volgens de NOS gaan zorgverleners en medisch maatschappelijk werkers vooraf uitgebreid in gesprek met de zwangere. Andere mogelijkheden, zoals afstand doen ter adoptie, komen daarbij ter sprake, en er is psychologische hulp. De minister erkent in haar antwoorden ook dat het bij een abortus met medicijnen rond deze termijn kan voorkomen dat de foetus na de geboorte nog kort tekenen van leven vertoont. Dat is een van de redenen dat deze zorg in een ziekenhuis hoort, met een team dat daarop is voorbereid.
Waar je terechtkunt
Ben je zwanger en twijfel je, dan is de huisarts een goed eerste aanspreekpunt. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met een abortuskliniek, daarvoor heb je geen verwijzing nodig. Ben je al verder dan 22 weken, dan verwijst de kliniek of de huisarts je door naar een ziekenhuis. Hoe sneller je contact zoekt, hoe meer ruimte er is om in alle rust te beslissen.
Het debat over late abortus wordt ongetwijfeld nog fel gevoerd. Voor de vrouwen die hier echt mee te maken krijgen, is het belangrijkste nieuws nuchterder. De wet blijft zoals hij is, en de kans dat je in Nederland geholpen wordt als je in die laatste weken voor die keuze staat, wordt groter.