Op Kek Mama stond deze week het verhaal van een moeder die haar dochter van vier een kwartier kwijt was op het strand bij Katwijk. Wat het zo herkenbaar maakt is de oorzaak. Er parkeerde een ijskar precies voor hun plek, en toen het meisje terugliep zag ze de handdoeken en de tas van het gezin niet meer staan. Voor een kind van vier was daarmee het hele oriëntatiepunt weg, dus liep ze door.

Dat is niet een verhaal over onoplettende ouders. Dat is een verhaal over hoe klein het foutje hoeft te zijn. En omdat die eerste minuten bepalend zijn, is het handig om van tevoren te weten wat je dan doet in plaats van het ter plekke te bedenken.

De eerste vijf minuten

Het eerste wat je doet is niet zoeken, maar zorgen dat er iemand blijft staan. De Katwijkse Reddingsbrigade adviseert om iemand achter te laten op de plek waar het kind voor het laatst is gezien. In de praktijk lopen twee ouders vaak allebei tegelijk weg, en dan komt het kind terug bij een lege handdoek.

Het tweede is dat je de reddingsbrigade waarschuwt en niet eerst zelf een halfuur het strand af gaat. Ga naar de dichtstbijzijnde strandpost en meld het daar. Zij hebben het overzicht dat jij niet hebt, ze kunnen collega’s op andere posten inschakelen en ze hijsen op de posten een vlag met een vraagteken zodra er een kind vermist is. Dat is ook het teken voor iedereen die een verdwaald kind bij zich heeft.

Pas daarna ga je zelf zoeken, en dan met een richting in je hoofd. Volgens Strand Nederland loopt een vermist kind meestal met de zon in de rug weg, en lopen meisjes met lang haar vaak tegen de wind in. Dat klinkt als folklore, maar het is precies waar reddingsbrigades op zoeken, en het scheelt dat je niet alle kanten tegelijk op rent.

Is er sprake van een noodsituatie die directe actie vraagt, bijvoorbeeld omdat je kind heel jong is of bij het water was, dan bel je 112. De politie houdt daarvoor 112 aan als spoednummer en 0900-8844 voor de gevallen die geen onmiddellijke actie vragen. Je hoeft er niet eerst een uur mee te wachten en je hoeft je er ook niet voor te schamen.

Waarom kinderen de verkeerde kant op lopen

Een volwassene oriënteert zich op de horizon, op een strandtent in de verte, op de richting van de zee. Een kind van vier oriënteert zich op de spullen van het eigen gezin, op een grote parasol of op iets anders dat op ooghoogte staat. Zodra dat ding weg is of afgedekt wordt, is het kind niet een beetje in de war maar volledig het spoor bijster.

Daar komt bij dat een strand voor een kind letterlijk kleiner oogt. Tussen de handdoeken en de parasols kijkt het niet over de drukte heen, dus het loopt door om te zoeken en raakt met elke stap verder weg van de plek waar jij nog staat. Zeker op een druk strand kost dat binnen twee minuten honderden meters.

Wat je vooraf regelt

De bekendste tip is ook echt de beste. Bij reddingsbrigadeposten, strandtenten en paviljoens liggen gratis polsbandjes waarop je je mobiele nummer schrijft. Wordt je kind door iemand anders gevonden, dan hoeft die persoon niets uit te zoeken en wordt er gewoon gebeld. Het Rode Kruis deelt ze ook uit, en ze zijn op sommige plekken aan de kust bij politieposten en hotels te krijgen.

Spreek daarnaast een punt af dat je kind zelf herkent, en dat niet weg kan lopen. Een strandpaviljoen met een naam erop werkt, jullie eigen parasol niet. Op veel stranden staan blauwe verdwaalpalen met een symbool erop, bijvoorbeeld een zeilboot of een ijsje, die aangeven in welk strandvak je bent. Wijs die aan het begin van de dag even aan en laat je kind het symbool hardop zeggen. Dat kost een halve minuut.

Leer je kind ook wat het moet doen als het jou niet meer ziet. Naar een strandpaviljoen lopen en aan een medewerker vragen om hulp, dat is de instructie die reddingsbrigades geven. Kinderen die dat hebben geoefend, blijven eerder staan en gaan minder ver lopen. En zorg dat je telefoon opgeladen is en het geluid aanstaat, want dat blijkt in de praktijk verrassend vaak het zwakke punt.

In de stad werkt het net iets anders

In een winkelstraat of een winkelcentrum vervalt de reddingsbrigade, maar de volgorde blijft hetzelfde. Iemand blijft staan waar je je kind voor het laatst zag, en jij meldt het direct bij het personeel van de winkel of bij de servicebalie. Grote winkels en attractieparken hebben hier een vaste werkwijze voor en kunnen de uitgangen in de gaten houden, iets wat jij in je eentje niet kunt.

Het punt dat je vooraf afspreekt is in de stad ook belangrijker dan mensen denken. Kies iets vasts zoals de kassa’s van een bepaalde winkel of de informatiebalie, niet de plek waar jullie toevallig stonden. En leer je kind bij wie het moet aankloppen, namelijk iemand achter een kassa of een ouder met kinderen, niet de eerste de beste voorbijganger.

Verder is dit hetzelfde soort voorbereiding als oversteken oefenen met je kind of het regelen van de juiste zwemles. Je oefent iets in een rustige situatie zodat het klopt op het moment dat je er geen tijd voor hebt. Dat klinkt zwaar voor een dagje strand, maar het is een gesprek van twee minuten op de parkeerplaats.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like