Een moeder vertelt vandaag bij J/M Ouders hoe haar dochter in groep 8 al bijna een jaar wordt buitengesloten, uitgelachen en gefilmd, en hoe de school dat inmiddels zelf pesten noemt. Er zijn gesprekken met de leerkracht en de intern begeleider geweest, er wordt gemonitord en er wordt extra opgelet in de pauze. Ondertussen trekt haar dochter elke ochtend met tegenzin haar jas aan. Het verhaal is herkenbaar omdat het bijna nooit gaat over een school die pesten ontkent. Het gaat over een school die het erkent en vervolgens blijft praten. Wat kun je dan als ouder eisen, en bij wie?
Wat een school verplicht is
Dit is het deel dat de meeste ouders niet weten en dat het gesprek verandert. Scholen zijn wettelijk verantwoordelijk voor de sociale veiligheid van hun leerlingen. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut betekent dat concreet dat een school een veiligheidsplan moet hebben waarin staat hoe pesten wordt gesignaleerd, welke afspraken er zijn om het te voorkomen, wie de vertrouwenspersoon is, wie het aanspreekpunt pesten is, hoe de klachtenregeling werkt en waar de onafhankelijke klachtencommissie zit. Een school moet bovendien een medewerker hebben die het antipestbeleid coördineert en een vast aanspreekpunt is voor leerlingen, en moet periodiek meten hoe veilig leerlingen zich voelen.
Dat is geen intentie maar een verplichting. Een school die zegt dat er sprake is van pesten, heeft daarmee zelf vastgesteld dat haar eigen plan in werking moet treden. De vraag aan de school is dus niet of ze iets willen doen, maar wat er in hun eigen protocol staat en welke stap daarvan nu aan de beurt is. Vraag het pestprotocol op; het staat meestal in de schoolgids of op de website. Werkt de school met een programma als KiVa, dan hoort daar een vaste aanpak bij voor precies deze situatie.
De route, stap voor stap
De volgorde hieronder komt overeen met wat de Rijksoverheid beschrijft. Sla geen stap over, want elke volgende instantie vraagt wat je bij de vorige hebt gedaan.
- De leerkracht en de intern begeleider, maar nu met een plan. Vraag niet om extra toezicht, vraag om een plan op papier: wie is verantwoordelijk, wat gebeurt er precies, hoe wordt je kind beschermd in de pauze en bij groepswerk, en wanneer wordt geëvalueerd. J/M Ouders adviseert hetzelfde: een concreet plan met een evaluatiemoment, en zelf een logboek bijhouden van incidenten en gesprekken. Dat logboek is later je belangrijkste document.
- Het aanspreekpunt pesten en de vertrouwenspersoon. Elke school heeft ze, en ze zijn er ook voor ouders. Het aanspreekpunt is degene die het antipestbeleid coördineert; de vertrouwenspersoon kan je helpen de klacht te formuleren en bemiddelen. Vraag hun namen op als je ze niet kunt vinden.
- De directie, schriftelijk. Heeft het plan na de afgesproken evaluatie niets opgeleverd, stuur dan een brief of e-mail aan de schoolleiding waarin je de situatie, de gevoerde gesprekken en het uitblijvende resultaat samenvat, en waarin je om een formeel gesprek vraagt. Schriftelijk is belangrijk: het dwingt tot een antwoord en het is de basis voor de volgende stap.
- Het schoolbestuur. Boven de directeur staat het bestuur van de stichting waar de school onder valt. Ook daar kun je met dezelfde brief terecht als de directie niet levert.
- De klachtencommissie. Elke school is aangesloten bij een onafhankelijke klachtencommissie; in de schoolgids staat welke. Een klacht indienen kost niets. De commissie onderzoekt, hoort beide kanten en doet een uitspraak met aanbevelingen aan het bestuur. Een school die zelf heeft erkend dat er wordt gepest en geen effectieve maatregelen kan laten zien, staat daar zwak.
- De vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. Bij ernstige gevallen, waaronder grove pesterijen, kun je terecht bij de vertrouwensinspecteurs. Zij luisteren, adviseren over je mogelijkheden en kunnen aanleiding zien om naar de school te kijken. Ze nemen de klacht niet van je over, maar ze wegen mee.
- De Kinderombudsman. Als eerdere klachten niet zijn opgelost, kun je volgens de Rijksoverheid ook bij de Kinderombudsman terecht.
Wat je intussen voor je kind doet
De route hierboven duurt weken tot maanden, en het kind zit ondertussen in de klas. J/M Ouders wijst er terecht op dat de aandacht niet alleen naar de pesters moet gaan. Vraag de school om één vaste volwassene bij wie je kind direct terechtkan als het misgaat, en spreek af hoe dat in de praktijk werkt: mag ze de klas uit, naar wie gaat ze, wat gebeurt er dan. Vraag ook hulp bij het herstellen van zelfvertrouwen, via de school of via de jeugdgezondheidszorg. Een kind dat thuis begint te vragen of haar kleding raar is, heeft meer nodig dan een verbeterde pauzeregeling.
En de verleiding om je kind thuis te houden, die de moeder in het verhaal ook voelt? Begrijpelijk, maar wees voorzichtig. Thuishouden zonder afspraken met school kan problemen met de leerplicht opleveren en verschuift de last naar het kind dat niets fout deed. Overleg het altijd met de school en, als het langer duurt, met de leerplichtambtenaar van de gemeente. Voor een kind in groep 8 is er nog één praktische stap: zorg dat de middelbare school van keuze bij de aanmelding weet wat er is gebeurd, zodat de nieuwe start ook echt een nieuwe start is.
Wat dit verhaal vooral laat zien, is dat erkenning geen resultaat is. Een school die zegt dat het pesten is, heeft daarmee een verplichting op zich genomen. Ouders mogen daaraan herinneren, op papier, en desnoods bij een commissie die niet van de school zelf is. Welke vragen je vóór zo’n situatie al aan de leerkracht kunt stellen, staat in ons stuk over de vragen aan de leerkracht op de ouderavond.