Thuis kletst je kind je de oren van het hoofd. Verhalen over de klas, over vriendjes, over wat er in de pauze gebeurde. Maar bij het hek van school, bij de juf of aan de kassa in de supermarkt komt er geen woord meer uit. Veel ouders denken dan aan verlegenheid, of hopen dat het vanzelf overgaat. Soms is het meer dan dat. Dan gaat het om selectief mutisme, een angststoornis die vaker voorkomt dan je zou denken.
J/M Ouders sprak op 7 oktober met Eustache Sollman, specialist in selectief mutisme en auteur van het boek Breek de Stilte, over hoe je het herkent en wat helpt. Zijn belangrijkste boodschap is dat een kind met selectief mutisme wel kan praten, en vaak ook heel graag wil. De angst houdt het tegen.
Wat selectief mutisme is
Selectief mutisme is geen taalprobleem en ook geen koppigheid. Thuisarts.nl omschrijft het als een angststoornis waarbij een kind in bepaalde situaties niet durft te praten, terwijl het dat elders gewoon doet. Het begint meestal voor het vijfde jaar. Vaak valt het pas op als een kind naar de opvang, de peuterspeelzaal of de basisschool gaat, omdat het daar ineens met andere volwassenen en kinderen moet praten.
Hoe vaak het voorkomt is lastig precies te zeggen. In het artikel van J/M Ouders noemt Sollman cijfers van een Zweeds onderzoekscentrum, waarin 0,11 tot 2 procent van de kinderen ermee te maken heeft. Daarmee zit er in een gemiddelde school al gauw een kind met deze klachten.
Het wordt nog weleens verward met autisme, omdat ook autistische kinderen soms niet praten. Sollman wijst op het verschil. Autisme is een ontwikkelingsstoornis, met communicatieproblemen in allerlei situaties, ook thuis. Bij selectief mutisme laat een kind thuis juist zien dat het prima kan praten.
Vijf signalen om op te letten
Op basis van wat Sollman beschrijft en wat Thuisarts.nl noemt, zijn dit de signalen waar je als ouder op kunt letten.
- Thuis praat je kind volop, op school of opvang niet. Het verschil is groot en steeds hetzelfde. Ouders vertellen weleens dat het voelt alsof ze twee verschillende kinderen hebben.
- Je kind praat tegen sommige mensen wel en tegen anderen niet. Bijvoorbeeld wel tegen een vriendinnetje, maar niet tegen de juf. Of wel tegen oma, maar niet tegen de buurvrouw.
- Je kind fluistert of communiceert zonder woorden. Het knikt, wijst of trekt aan je mouw in plaats van te praten, zodra er iemand bij is buiten de vertrouwde kring.
- Je kind verstijft of trekt zich terug. Het kijkt weg, staat stil of klampt zich aan jou vast als het iets moet zeggen. Soms is er thuis na een schooldag ook meer spanning of boosheid.
- Het duurt langer dan een maand. De eerste weken op een nieuwe school of opvang zijn voor veel kinderen spannend, en stil zijn is dan normaal. Houdt het daarna aan en zit het je kind in de weg, dan is het tijd om verder te kijken.
Eén signaal zegt nog niet zoveel. Het gaat om het patroon, vooral de combinatie van een kind dat thuis gewoon praat en buiten de deur steeds op dezelfde momenten dichtklapt.
Wat je zelf kunt doen
Het lastige is dat goedbedoelde reacties de angst soms groter maken. Sollman noemt twee valkuilen. De eerste is beschermen. Als je ziet dat je kind iets spannend vindt, is het verleidelijk om te zeggen dat het niet hoeft, of om zelf het woord te doen. Op korte termijn neemt de spanning af, maar op lange termijn leert je kind dat vermijden werkt, en groeit de angst.
De tweede valkuil is juist te veel druk, bijvoorbeeld door vooraf af te spreken dat je kind vandaag iets tegen de juf gaat zeggen en na school te vragen of het gelukt is. Voor een kind met selectief mutisme kan dat enorm veel druk geven.
Wat helpt dan wel?
- Neem de angst serieus en benoem het. Vertel je kind dat er meer kinderen zijn die praten spannend vinden, en dat je samen gaat kijken wat helpt.
- Zoek een stap die wel lukt. Sollman geeft het voorbeeld van een high five aan de juf in plaats van goedemorgen zeggen. Daarna kan een hand geven en de juf aankijken een volgende stap zijn.
- Kijk naar wat wel gaat. Lukt het om tegen één klasgenoot te praten, of om iets te fluisteren? Dat is iets om op voort te bouwen.
- Geef een compliment voor dapper gedrag, maar maak er geen groot feest van, want ook dat kan spanning geven.
- Dwing niets af en geef geen straf of beloning voor praten.
Betrek ook de leerkracht of de pedagogisch medewerker. Hoe beter jullie dezelfde aanpak volgen, hoe veiliger je kind zich voelt. Dat contact kun je goed gebruiken, zoals we eerder schreven over een goede band met de juf.
Wanneer zoek je hulp
Volgens Thuisarts.nl maak je een afspraak bij de huisarts of jeugdarts als je kind langer dan een maand in bepaalde situaties niet durft te praten en het daar in het dagelijks leven last van heeft. Die kan je doorverwijzen naar een psycholoog of een jeugd-ggz-instelling.
De behandeling bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie, waarbij je kind stap voor stap leert om met de angst om te gaan. Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie noemt daarvoor onder meer de methode Spreekt voor zich, bedoeld voor kinderen van 4 tot 8 jaar, waarbij ook ouders en leerkrachten betrokken worden. Het goede nieuws is dat selectief mutisme goed te behandelen is. Sollman waarschuwt wel dat het tijd kost, soms een tot twee schooljaren. “Het gaat niet om het leren praten, want praten kunnen ze al”, zegt hij.
Vooral dat laatste is iets om aan vast te houden als je je zorgen maakt. Je kind is niet stil omdat het niets te zeggen heeft. Met geduld, kleine stappen en mensen om zich heen die erin blijven geloven, komt die stem er buiten de deur ook.



