Meisjes van twaalf tot zestien op de middelbare school hebben nog altijd evenveel emotionele klachten als tijdens de coronajaren. Over school denken ze zelfs negatiever dan toen. Tegelijk zegt het grootste deel van hen best tevreden te zijn met hun leven, en juist dat verschil is waar het in de nieuwe cijfers om draait.
Nu.nl schreef over de meting van het HBSC-onderzoek, waarin de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut elke vier jaar duizenden scholieren bevragen over hun gezondheid en hun welbevinden. Wie de cijfers naast elkaar legt ziet dat er van een herstel na corona in het voortgezet onderwijs geen sprake is.
Wat er precies in de cijfers staat
Van de meisjes in het voortgezet onderwijs had 43 procent emotionele problemen in de laatste meting. In 2017 was dat nog 29 procent en in de coronameting van 2021 lag het al op datzelfde hoge niveau. Het percentage meisjes met gedragsproblemen liep in diezelfde periode op van 12 naar 21 procent. Bij jongens zijn de aantallen lager en bewegen ze minder.
School is het onderdeel waar het verder achteruitging. Het aandeel leerlingen dat school leuk vindt daalt al ruim tien jaar en die daling zette ook de afgelopen vier jaar door. Ruim de helft van de meisjes en meer dan een derde van de jongens voelt veel druk door schoolwerk. Er is ook een lichtpuntje, want bij meisjes op de basisschool zijn er juist tekenen van herstel.
Emotionele problemen zijn iets anders dan een depressie
Dit is het stuk dat thuis het meeste uitmaakt. Emotionele problemen in zo’n onderzoek betekent dat een meisje aangeeft zich vaak somber, gespannen of zenuwachtig te voelen, of last te hebben van piekeren en buikpijn. Dat is niet hetzelfde als een depressie, en de meeste meisjes met die klachten geven hun leven alsnog een ruime voldoende.
Daar zit voor ouders zowel geruststelling als een valkuil in. De geruststelling is dat een dochter die een periode veel huilt of slecht slaapt daarmee nog geen diagnose heeft. De valkuil is dat je het daarom wegwuift. Wat je thuis kunt doen is kijken naar de duur en naar de breedte, dus of het weken aanhoudt en of het doorwerkt in eten, slapen, school en vriendinnen. Blijft het bij alle vier hangen, dan is de huisarts of de jeugdverpleegkundige van de GGD het eerste adres.
Wat verder helpt is niet meteen oplossen. De verleiding is groot om met een plan te komen zodra je dochter zegt dat ze zich rot voelt, terwijl luisteren zonder oordeel vaak meer doet. Dat geldt ook voor de schooldruk. Vraag eerst wat er precies zwaar is, want tussen te veel toetsen, een vak dat niet lukt en de sfeer in de klas zit een wereld van verschil.
De schermen spelen mee maar zijn niet het hele verhaal. Hoe er in Europa over een leeftijdsgrens wordt gedacht schreven we eerder op naar aanleiding van de plannen voor sociale media vanaf vijftien, en ook de druk om er op je elfde al verzorgd uit te zien speelt hierin mee, zoals een orthopedagoog uitlegde over skincare bij jonge meisjes.