Een baby die schatert als je met je vingers over zijn buikje gaat, lijkt het toonbeeld van plezier. Pedagogisch coach Michelle van Eck plaatst daar in J/M Ouders van 20 oktober 2026 een kanttekening bij. Haar advies is om baby’s en jonge kinderen die nog niet genoeg taal hebben om een grens aan te geven, niet te kietelen. Niet omdat kietelen per se verkeerd is, maar omdat je volgens haar niet goed kunt vaststellen hoe je kind de aanraking echt beleeft. Dat klinkt streng, maar de redenering erachter is goed te volgen.
Waarom een kietellach geen gewone lach is
Van Eck noemt het lachen door kietelen voor een groot deel een reflex. Het lichaam reageert op een onverwachte prikkel, en dat zegt nog niet of de prikkel fijn is. Veel volwassenen herkennen dat. Je kunt slap liggen van het lachen en tegelijk willen dat het ophoudt.
Wat er in het lichaam gebeurt, maakt dat begrijpelijk. Op de Nederlandstalige Wikipedia-pagina over kietelen staat dat bij mensen die er gevoelig voor zijn de kleine hersenen fel reageren op de onverwachte impulsen, met onwillekeurige bewegingen en vaak hard lachen als gevolg. Psychologen maakten al in 1897 onderscheid tussen twee soorten kietelen. De eerste is een heel lichte beweging over de huid, zoals met een veer, en geeft de meeste mensen een aangenaam kriebelgevoel zonder hard te lachen. De tweede is herhaald drukken met de vingertoppen op gevoelige plekken, en dat roept bij de meeste mensen onwillekeurig schaterlachen op. Het bekende buikkietelen valt in die tweede categorie. De lach die je dan hoort, is dus precies de lach waar je kind het minst controle over heeft.
Datzelfde verklaart waarom je jezelf niet kunt kietelen. Je hersenen weten dan al wat er komt, en zonder verrassing blijft de reactie uit. Het effect zit in het onverwachte, en juist dat maakt het lastig om bij een baby te zien wat ervan genieten is en wat schrikreactie.
De signalen van je baby lezen
Een baby kan nog niets zeggen, maar communiceert de hele dag. Van Eck wijst op kleine signalen die laten zien dat iets te veel wordt, zoals het hoofdje wegdraaien of het lijfje verstijven. Bij plezier zie je juist het omgekeerde. Een baby die je aankijkt, zich met een ontspannen lijf naar je toedraait en laat merken dat hij meer wil, neemt zelf deel aan het spel.
Dat verschil noemt zij wederkerigheid. Bij een woordspelletje of gebarenspelletje komt de lach van twee kanten. Jij doet iets, je baby reageert, jij reageert weer, en er ontstaat een soort gesprek zonder woorden. Bij kietelen is de lach een antwoord op een prikkel waar je kind zelf niet om heeft gevraagd. Kijk daarom niet alleen naar de lach, maar ook naar de rest van het lichaam en naar wie het initiatief neemt.
Wat dit zegt over gewone verzorgingsmomenten
Het interessante aan het verhaal van Van Eck is dat het eigenlijk niet over kietelen gaat. Ze gebruikt het als voorbeeld van iets groters. In de eerste levensfase leert een kind of er gereageerd wordt als het iets laat zien. Ze noemt de baby die zijn hoofd wegdraait van een hapje en toch een lepel in zijn mond krijgt. Het signaal was er, alleen deed niemand er iets mee.
Dezelfde houding kun je meenemen naar de momenten die je tientallen keren per dag doet. Een luier verschonen, een slabbetje omdoen of een rompertje aantrekken gaat vaak op de automatische piloot. Van Eck raadt aan om eerst het slabbetje te laten zien en te zeggen wat je gaat doen, of een washandje voor te houden en even te wachten tot je baby er zelf een handje op legt. Een baby heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken dan we vaak denken. Door iets te vertragen, merk je hoeveel je kind al kan aangeven.
Ze werkt daarbij vanuit de ideeën van Emmi Pikler en Maria Montessori, waarin respectvolle verzorging en ruimte voor het initiatief van het kind centraal staan. Dat betekent niet dat je baby overal zijn zin krijgt. Jij blijft verantwoordelijk voor hoe de verzorging verloopt. Het gaat erom dat je kind leert dat zijn signalen ertoe doen.
Moet je nu nooit meer kietelen?
Dat is niet wat Van Eck zegt, en het hoeft ook niet zo zwart-wit. Kietelen komt veel voor tussen ouders en kinderen, en voor veel gezinnen hoort het bij stoeien en knuffelen. Het verschil zit in de leeftijd en in de vraag of je kind kan aangeven dat het genoeg is. Een kleuter die gillend wegrent en meteen terugkomt voor meer, laat zelf zien wat hij wil. Een baby van vijf maanden kan dat nog niet. Wil je speels contact zonder twijfel, kies dan voor spelletjes waarin je baby zelf kan meedoen, zoals een liedje met gebaren, een geluidje nadoen of een blik die je beantwoordt. Wie wil weten hoe zulk samenspel zich verder ontwikkelt, vindt meer in ons stuk over samenwerken in plaats van gehoorzamen.



