Ruim de helft van de 10- tot 20-jarigen is weleens bewust buitengesloten in een groepsapp. Dat blijkt uit onderzoek van Motivaction in opdracht van Helpwanted en School & Veiligheid, dat J/M Ouders op 21 oktober 2026 besprak met mediacoach Lisanne Hagens. Een derde van de tieners voelt zich weleens onder druk gezet om mee te doen, en jongeren zitten volgens hetzelfde onderzoek dagelijks gemiddeld 4,1 uur in groepschats op WhatsApp, Snapchat en Instagram. Het lastige voor ouders is dat buitensluiten in een app bijna onzichtbaar is. Er wordt niets gezegd, er gebeurt gewoon niets.
Hoe buitensluiten er in een app uitziet
Op het schoolplein zie je een kind alleen staan. In een groepsapp zie je niets, want het buitensluiten zit in wat er niet gebeurt. Volgens Hagens gaat het vaak heel subtiel. Op een berichtje van je kind komt geen enkele reactie, terwijl het bericht erna tien hartjes krijgt. Er worden grapjes gemaakt die je kind niet snapt, omdat ze ergens anders zijn ontstaan. Plannen worden per ongeluk in een andere app gemaakt, en je kind hoort pas maandag dat iedereen zaterdag samen was.
Soms is het juist heel duidelijk. Een kind wordt uit de groep verwijderd of geblokkeerd, of er blijkt een tweede groep te bestaan met een naam die precies zegt wie er niet bij hoort. Daarnaast noemt Hagens de kwetsende grap die achteraf maar een grapje was, en de stortvloed aan berichten waarmee een ruzie in een paar minuten uit de hand loopt omdat iedereen meekijkt. Wie het dan aan een volwassene vertelt, krijgt het etiket verklikker. Dat blijft niet in de app hangen, maar gaat de volgende ochtend mee naar school.
Signalen die je thuis kunt zien
Vraag je of er iets speelt, dan is het antwoord vaak nee hoor. Hagens raadt aan om eerst te kijken hoe je kind met de telefoon omgaat en hoe het zich na het appen gedraagt. Dit zijn dingen die opvallen.
- je kind checkt de telefoon steeds, schrikt van een melding of durft hem niet weg te leggen
- de stemming slaat om na het appen, van vrolijk naar kortaf, boos of verdrietig
- je kind slaapt slechter, heeft minder zin in school of spreekt minder af
- je kind wordt stiller, of gedraagt zich juist extra druk om erbij te horen
- er komen lichamelijke klachten bij, zoals buikpijn, hoofdpijn of sneller huilen
Veel van die signalen lijken op wat je ziet bij pesten in het algemeen. In ons stuk over een kind dat gepest wordt en het niet vertelt staan ze uitgebreider. Het verschil bij groepsapps is de timing. Let vooral op wat er gebeurt vlak nadat je kind op de telefoon heeft gekeken.
Niet alles in de groep is een probleem
Een geruststellend punt uit het gesprek met Hagens is dat ouders zich ook onterecht zorgen maken. Een groep vol onzin, emoji’s en honderd berichten achter elkaar is voor veel jongeren gewoon stoeien, zoals het schoolplein dat vroeger was. Een kind dat weinig typt of niets terugzegt, is niet automatisch afgewezen. Af en toe een ruzie hoort erbij, alleen voelt die online groter. De vraag die telt is hoe vaak het gebeurt, hoe heftig het is en of je kind zich er alleen in voelt.
Wat helpt en wat het erger maakt
De reflex om in te grijpen is begrijpelijk, maar drie bekende reacties werken volgens Hagens averechts. Zelf lid worden van de groep maakt van je kind het kind met die moeder. Alle apps verbieden verplaatst het probleem naar een andere groep, en je kind vertelt je daarna minder. Stiekem meelezen kost je het vertrouwen op precies het moment dat je dat nodig hebt. Ook zinnen als trek het je niet aan of wat deed jij dan helpen niet. De tweede voelt als een verwijt, terwijl buitengesloten worden nooit de schuld van je kind is.
Wat wel werkt, is eerst luisteren zonder meteen een oplossing te geven. Begin bij je kind zelf in plaats van bij de app, bijvoorbeeld door te zeggen dat je ziet dat het de laatste tijd stiller is. Hagens raadt ook aan om iets over jezelf te vertellen, over een keer dat jij je rot voelde in een appgroep. Dan merkt je kind dat het niet gek is. Daarna kun je samen kijken naar praktische dingen, zoals meldingen uitzetten en alleen op vaste momenten kijken, een zin klaar hebben om even weg te kunnen gaan, en één vriend of vriendin hebben om een op een mee te praten. Een handig kompas is de vraag of je kind zich na het lezen van de groep beter, hetzelfde of slechter voelt.
Dat laatste sluit aan bij de discussie over telefoons op school. Sinds de regels daar strenger zijn, verschuift een deel van het sociale leven naar de uren na school, zoals we schreven over het telefoonverbod tijdens de schooldag.
Wanneer je verder gaat dan praten
Gaat het om iets dat steeds terugkomt, wordt je kind bewust verwijderd of belachelijk gemaakt, of blijft het er na een paar weken nog onder lijden, dan is het tijd om school in te lichten. Veel ruzies uit klassenapps spelen tussen dezelfde kinderen in de klas, en een mentor of leerkracht kan in de klas iets doen wat jij thuis niet kunt. Gaat het om foto’s, bedreiging of iets anders wat over de grens gaat, dan kunnen jij en je kind terecht bij Helpwanted, het meldpunt dat ook opdrachtgever was van het onderzoek. Bewaar in dat geval schermafbeeldingen, met je kind erbij, zodat het niet het gevoel krijgt dat er achter zijn rug om iets gebeurt.



