“Mijn kinderen hoeven niet te luisteren.” Het klinkt als een zin waar de halve verjaardag van gaat steigeren. Toch beschreef een moeder in Kek Mama precies dat. Ze stopte met eisen dat haar kinderen gehoorzamen, ging meer samenwerken, en zag de ochtendstress en het geruzie flink afnemen. Is dat zweverig, of zit er iets in? En vooral, werkt het ook bij jouw kind?
Luisteren is iets anders dan gehoorzamen
De kern van het verhaal zit in één onderscheid. Een kind kan prima luisteren, dus horen wat je zegt en begrijpen wat je bedoelt, zonder meteen te doen wat je vraagt. Gehoorzamen betekent doen wat er gezegd wordt omdat een volwassene het zegt. De moeder in Kek Mama besloot dat ze dat laatste niet meer als doel wilde hebben. In plaats daarvan ging ze kijken waarom haar kinderen dwarslagen, en samen met hen naar een oplossing zoeken.
Dat idee is niet nieuw. Ze noemt zelf de Amerikaanse schrijver Alfie Kohn als inspiratie, die al jaren kritiek heeft op opvoeden met straf en beloning. In het artikel komen ook een pedagoog en een psycholoog aan het woord. Pedagoog Eva Bronsveld adviseert om vaker te benoemen wat je ziet en de emotie van je kind te erkennen, ook als die in jouw ogen nergens op slaat. Je staat dan niet meer tegenover je kind, zegt ze, maar ernaast. Psycholoog Laura Fobler waarschuwt dat kinderen die alleen maar moeten gehoorzamen, later in de puberteit meer moeite kunnen hebben om zelf keuzes te maken.
Wat zeggen pedagogen over gehoorzaamheid?
Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft verschillende opvoedstijlen, en die helpen om het verhaal in perspectief te zetten. Bij een autoritaire stijl zijn er strikte regels en weinig overleg, en volgens het NJi krijgt het kind dan weinig ruimte om zelf iets uit te proberen. Bij een toegeeflijke stijl is er veel warmte maar weinig grenzen, en kinderen kunnen dan moeite krijgen met regels en hun impulsen. De stijl die het NJi het gunstigst beschrijft, de autoritatieve, combineert duidelijke regels met ruimte en aandacht voor wat het kind nodig heeft.
Dat is belangrijk, want “niet hoeven gehoorzamen” kan op twee manieren uitpakken. Als het betekent dat je samen afspraken maakt, uitlegt waarom iets moet en je kind serieus neemt, zit je dicht bij die autoritatieve stijl. Als het betekent dat er geen grenzen meer zijn, schuif je richting toegeeflijk, en dat pakt volgens het NJi juist minder goed uit. Opvallend is dat de moeder in Kek Mama zelf ook vooraf duidelijke afspraken maakt en die bewaakt. Ze heeft de regels niet afgeschaft, ze heeft de toon veranderd.
Het NJi zegt er nog iets bij wat ik erg geruststellend vind. Er is geen stijl die voor elk kind de beste is. Het belangrijkste is kijken wat jouw kind nodig heeft.
Voor wie werkt het, en voor wie niet?
Samenwerken in plaats van commanderen werkt vaak goed bij kinderen die veel willen begrijpen. Het kind dat bij elke regel vraagt waarom, en dat bij strafmaatregelen alleen maar bozer wordt, heeft meer aan uitleg en inspraak dan aan een time-out op de trap. Ook peuters in de nee-fase reageren vaak beter op een keuze dan op een bevel. Jas aan of jas in de hand mee, dat werkt beter dan alleen maar “jas aan”.
Er zijn ook kinderen en momenten waarbij het minder goed past.
- Bij gevaar. In het verkeer, bij een hete pan of aan de waterkant moet een kind gewoon stoppen als jij dat zegt. Ook de moeder in Kek Mama noemt het verkeer als de plek waar haar kinderen wel moeten gehoorzamen.
- Bij kinderen die veel structuur nodig hebben. Sommige kinderen worden onrustig van te veel keuzes. Voor hen is een vast ritme met weinig onderhandeling juist een vorm van rust.
- Als jij op bent. Samenwerken kost tijd en geduld. Op een ochtend waarop je om half acht de deur uit moet, is het prima om gewoon te zeggen hoe het gaat. Een kind kan dat aan, als het niet de hele dag zo gaat.
- Als ouders het niet eens zijn. Kinderen merken feilloos als de ene ouder overlegt en de andere commandeert. Bespreek eerst samen welke regels echt vastliggen en waar ruimte is.
Zo probeer je het zonder alle regels los te laten
Je hoeft niet in één keer om. Begin met het ene moment van de dag dat steeds op strijd uitloopt, voor veel gezinnen de ochtend of het naar bed gaan.
- Vraag je kind wat het lastig vindt. Soms zit het antwoord in iets kleins, zoals zelf wakker worden in plaats van gewekt worden.
- Benoem wat je ziet. “Je wilt nog niet stoppen met spelen, dat snap ik.” Daarna pas de afspraak.
- Bied twee keuzes die jij allebei goed vindt. Zo houdt je kind regie en houd jij de grens.
- Laat kleine gevolgen gebeuren. Wie op sokken naar buiten wil, krijgt natte voeten. Dat leert meer dan tien keer zeggen dat het niet slim is.
- Vertel hoe jij je voelt. Een ik-boodschap komt vaak beter binnen dan een verwijt.
Pas wel op dat samenwerken niet omslaat in alles voor je kind oplossen. Ook dat voelt liefdevol, maar het kan een kind onzekerder maken, zoals we eerder schreven over je kind redden als iets niet lukt.
Mijn conclusie
De kop van het verhaal is provocerender dan de inhoud. Wat deze moeder beschrijft, is geen opvoeding zonder grenzen, maar opvoeding met minder strijd. Dat is iets wat veel ouders zouden willen, en het kost vooral oefening en een beetje lef tegenover de familie aan de kersttafel. Probeer het een week bij dat ene lastige moment van de dag. Werkt het niet voor jouw kind, dan weet je dat ook. Er is, zoals het NJi zegt, niet één goede manier.



