In de Amerikaanse staat Pennsylvania is een vierde persoon overleden aan mazelen. Ars Technica meldde gisteren dat het gaat om een niet-gevaccineerde achttienjarige, die overleed aan een zeldzame maar bekende complicatie waarbij ontstekingen de beschermlaag rond zenuwcellen in hersenen en ruggenmerg aantasten. Het gezondheidsdepartement van de staat bevestigde daarnaast het overlijden van een niet-gevaccineerde vrouw van veertig. De twee eerdere sterfgevallen waren baby’s: een pasgeboren jongen en een meisje van zes weken, allebei nog te jong om gevaccineerd te worden.
Dat laatste is het detail dat blijft hangen als je zelf een baby in huis hebt. Een kind van zes weken kan zichzelf niet beschermen. Dat kind is afhankelijk van alle anderen die het tegenkomt.
Wat er in Pennsylvania gebeurt
De staat heeft dit jaar 693 mazelengevallen gemeld in 38 county’s, waarvan 99 in de laatste zeven dagen. In totaal zijn 133 mensen in het ziekenhuis beland. De gezondheidsminister van de staat noemt het de zwaarste mazelenuitbraak in ruim dertig jaar. Landelijk staat de teller in de Verenigde Staten op bijna 3.300 gevallen dit jaar, meer dan het record van vorig jaar en het hoogste aantal sinds 1991.
De Verenigde Staten verklaarden mazelen in het jaar 2000 officieel uitgeroeid, omdat de ziekte een jaar lang niet meer binnen het land werd doorgegeven. Met de huidige cijfers dreigt het land die status te verliezen. De verklaring die deskundigen daarvoor geven is simpel en oncomfortabel: de vaccinatiegraad zakte ruim onder de 95 procent die nodig is om verspreiding te stoppen.
Hoe het er in Nederland voor staat
Eerst het geruststellende deel. Volgens de actuele cijfers van het RIVM zijn er in 2026 tot en met 8 september acht mazelengevallen in Nederland gemeld, en de afgelopen drie maanden kwamen daar geen nieuwe meldingen bij. Vier van die acht mensen liepen de ziekte in het buitenland op, in Indonesië, Irak en Turkije. Dat is een heel ander verhaal dan de honderden gevallen per staat die je uit Amerika hoort.
Het minder geruststellende deel zit in de vaccinatiegraad. Het RIVM meldde eind juni bij het rapport over het verslagjaar 2026 dat de vaccinatiegraad bij baby’s en kleuters opnieuw licht is gedaald, en dat de BMR-vaccinatiegraad onder de 90 procent ligt. Terwijl er ten minste 95 procent nodig is om de bevolking tegen uitbraken te beschermen. In 2025 waren er in Nederland ruim 500 mazelengevallen. Het verschil met Amerika is dus niet dat wij immuun zijn voor dit probleem, maar dat wij er iets eerder in zitten.
Wanneer je kind de prik krijgt
De BMR-prik beschermt tegen bof, mazelen en rodehond en zit in het Rijksvaccinatieprogramma. Kinderen krijgen hem twee keer: de eerste op de leeftijd van 14 maanden, de tweede op hun derde. Ben je gewend aan het oude schema, let dan even op: kinderen die geboren zijn tussen 2016 en 2021 krijgen hun tweede prik nog tussen hun vijfde en negende jaar, omdat het programma vanaf 2025 is aangepast.
Na de eerste prik is ongeveer 95 procent van de kinderen beschermd, na de tweede ongeveer 99 procent. Ongeveer 1 procent van de mensen reageert helemaal niet op het vaccin, en dat is precies waarom die 95 procent dekking in de omgeving zo zwaar weegt.
Twee vragen komen hierbij steeds terug. De eerste: kan mijn baby de prik eerder krijgen als er een uitbraak is? Bij een uitbraak in Nederland is het antwoord van het Rijksvaccinatieprogramma nee. De leeftijd van 14 maanden is gekozen omdat de antistoffen van de moeder dan zijn uitgewerkt en het afweersysteem van het kind het beste reageert. De tweede: en als we op reis gaan? Dan kan het wél. Kinderen tussen 6 en 14 maanden kunnen voor een reis naar bepaalde landen vervroegd gevaccineerd worden. Het Rijksvaccinatieprogramma raadt aan dat te overleggen met het consultatiebureau of een reizigersvaccinatiebureau.
Wat je doet als je twijfelt
Twijfelen is niet hetzelfde als weigeren, en dat wordt in deze discussie vaak door elkaar gehaald. Wie vragen heeft over bijwerkingen, over de timing of over wat er precies in zit, kan die vragen gewoon stellen bij het consultatiebureau of bij de jeugdarts. Dat gesprek is er ook voor. Mijn eigen mening: je hoeft niemand op Facebook te overtuigen, maar je wilt wel dat je informatie van het RIVM komt en niet uit een reactieveld.
Weet je niet meer of je kind alles heeft gehad, bijvoorbeeld na een verhuizing of een periode waarin er van alles tegelijk speelde, dan kun je dat navragen bij de jeugdgezondheidszorg in je gemeente. Ontbrekende prikken kunnen op een later moment alsnog gehaald worden.
En heeft je kind koorts en vlekjes, ga dan niet zelf op de foto’s in een zoekmachine af. Bel de huisarts en zeg erbij dat je aan mazelen denkt, zodat de praktijk je niet in een volle wachtkamer zet. Dat is trouwens hetzelfde principe als bij andere kinderziektes: wanneer je kind weer naar school of de opvang mag, hangt af van wat het precies heeft. Bij mazelen is dat oordeel echt aan de arts en niet aan de ouder.