Er is een groot verschil tussen een kind dat huilend je slaapkamer binnenkomt en een kind dat rechtop in bed zit te gillen terwijl het je niet lijkt te zien. Het eerste is een nachtmerrie. Het tweede is waarschijnlijk nachtangst, en dat is iets anders, met een andere aanpak.
Ik wist dat verschil niet toen het bij ons voor het eerst gebeurde. Onze zoon zat overeind, hij schreeuwde, zijn ogen waren open en hij reageerde nergens op. Ik heb hem opgetild, wakker geschud, koud water gehaald en met hem gepraat, en niets hielp. De volgende ochtend wist hij van niets en was hij vrolijk. Ik ben er die nacht meer van geschrokken dan hij.
Hoe je het verschil ziet
Een nachtmerrie is een droom, en dromen gebeuren vooral in de tweede helft van de nacht. Een kind wordt daar wakker van, is dan ook echt wakker, en kan de volgende ochtend meestal navertellen waar het over ging. Het zoekt troost en het is bang om weer te gaan slapen.
Nachtangst gebeurt in de regel in het eerste deel van de nacht, tijdens de diepe slaap, en het kind wordt niet wakker. Het kan schreeuwen, om zich heen slaan, zweten, het kan zijn ogen open hebben en toch niet aanspreekbaar zijn. Het duurt vaak een paar minuten, soms wat langer, en daarna gaat het kind uit zichzelf weer liggen slapen. De volgende ochtend herinnert het zich niets, en dat is meteen het duidelijkste onderscheid.
Dat laatste is ook de reden waarom het voor ouders zoveel indrukwekkender is dan voor kinderen. Het kind is er niet bij. Jij wel.
Wat je doet tijdens een aanval van nachtangst
Zo min mogelijk. Wakker maken werkt niet en maakt het meestal langer en verwarrender, want een kind dat uit de diepe slaap wordt getrokken is gedesoriënteerd en kan dan pas echt in paniek raken. Wat wel helpt is erbij blijven, zachtjes praten zonder aandringen, en zorgen dat het kind zich niet kan bezeren als het om zich heen slaat. Dus geen harde randen in de buurt en niet op de bovenste laag van een stapelbed als het vaker gebeurt.
Bij een nachtmerrie doe je precies het omgekeerde: dan is troosten en erover praten wél waar het om gaat, want het kind is wakker en heeft dat nodig.
Wat het vaak uitlokt
Nachtangst komt bij veel kinderen voor en verdwijnt in de regel vanzelf. Het lijkt samen te hangen met slaaptekort, met een onregelmatig slaapritme, met koorts en met perioden waarin er veel gebeurt: een verhuizing, een nieuwe school, een broertje erbij. Dat maakt het eerste wat je eraan kunt doen ook meteen het saaiste: vaste bedtijden, op tijd naar bed, en niet te lang uitslapen in het weekend om het in te halen.
Gebeurt het bijna elke nacht rond hetzelfde tijdstip, dan is er een aanpak die ouders vaak wordt uitgelegd op het consultatiebureau, waarbij je het kind kort voor dat vaste moment even licht wakker maakt en meteen weer laat slapen. Of dat bij jouw kind zinvol is, bespreek je met de jeugdarts of de huisarts, want dat hangt af van hoe vaak het gebeurt en wat er verder speelt.
Wanneer je erover belt
Neem contact op met de huisarts of het consultatiebureau als het heel vaak gebeurt, als je kind er overdag moe en prikkelbaar van is, als het zich tijdens een aanval bezeert of het bed uitloopt, of als het pas begon nadat er iets ingrijpends is gebeurd. Datzelfde geldt als je twijfelt of het wel nachtangst is en niet iets anders, want dat onderscheid maak je niet zelf op basis van een stuk op internet.
En bel ook gewoon als je er zelf niet meer van slaapt. Dat is een geldige reden, ook als je kind er niets van merkt, en het is de reden die ouders het minst vaak noemen.