Voor het leven met kinderen. En alles daaromheen.

Op zwemles voor je vijfde: wat onderzoek zegt over taal, rekenen en luisteren

·Tim Vasse
Jong kind tijdens zwemles in een binnenbad

Zit je kind al voor zijn vijfde op zwemles, dan loopt het misschien voor met taal, rekenen en luisteren. Dat is de boodschap die deze week rondgaat, nadat Kek Mama op 3 november schreef over Australisch onderzoek van emeritus hoogleraar Robyn Jorgensen. Op sommige onderdelen zouden jonge zwemmers 5 tot 18 maanden voorlopen op leeftijdsgenoten. Dat klinkt als een reden om je peuter vandaag nog in te schrijven, maar als je verder kijkt dan dat ene getal, wordt het een stuk minder dringend.

Wat er precies is onderzocht

Jorgensen, verbonden aan de University of Canberra, volgde vier jaar lang jonge zwemmers en bundelt de uitkomsten nu in een boek. Volgens Scientias verzamelde ze enquêtes bij bijna 7.000 ouders en zwemscholen en liet ze 177 kinderen apart testen op motoriek, taal en rekenen. De scores zijn vergeleken met de normen voor hun leeftijd, en de voorsprong gold ook voor kinderen uit gezinnen met een lager inkomen.

Helemaal nieuw is dit overigens niet. In 2013 maakte de Griffith University de uitkomsten bekend van een vierjarig project onder leiding van dezelfde Jorgensen, opgezet samen met zwemcoach Laurie Lawrence, met 7.000 kinderen en een kerngroep van 176 geteste kinderen. Opzet en aantallen komen zo sterk overeen dat het boek hier duidelijk op voortbouwt. In dat persbericht uit 2013 staat ook iets wat in de meeste berichten nu ontbreekt, namelijk dat het project werd betaald door de zwemschoolbranche. Jorgensen zelf zegt in de aankondiging van haar boek dat ze geen belang had bij de uitkomst, omdat ze niet uit de zwemwereld komt. Dat maakt de resultaten niet onwaar, maar het is wel prettig om te weten wie het heeft gefinancierd.

Waar de voorsprong het grootst was

Dat ene getal van 5 tot 18 maanden verbergt nogal wat verschil tussen de onderdelen. In het bericht uit 2013 staan de scores per test, gemeten bij kinderen van gemiddeld 50 maanden, dus iets ouder dan vier jaar.

  • Instructies begrijpen, 20 maanden voor
  • Een verhaal navertellen, 17 maanden voor
  • Mondeling uitdrukken, 11 maanden voor
  • Redeneren met getallen, 6 maanden voor
  • Kort lezen, 2 maanden voor

Het boek noemt inmiddels een iets andere bandbreedte, dus lees dit als een indruk en niet als het laatste woord. Het patroon is wel interessant. De grootste verschillen zitten bij luisteren en vertellen, de kleinste bij lezen. Dat past bij de uitleg van Jorgensen, want een kind in het water moet goed opletten en tot tien tellen bij elke beenslag. Maar het past net zo goed bij kinderen die thuis al veel worden voorgelezen en aangesproken, en dat zegt dan niets over het zwembad.

De kanttekening die het verschil maakt

Een groep kinderen zonder zwemles ontbrak, en daar valt het hele verhaal op terug. De jonge zwemmers zijn alleen vergeleken met algemene normen. Bewegingswetenschapper Esther Hartman (UMCG) en onderzoeker Patty van ’t Hooft (Hogeschool Windesheim en UMCG) wijzen er tegenover Scientias op dat daardoor onduidelijk blijft of deze kinderen al verder waren voor ze begonnen, of dat ouders juist de kinderen aanmeldden die er al aan toe waren. Daar komt bij dat zwemles geld kost. Jorgensen noemt de prijs zelf de grootste drempel, dus wie meedeed, kwam eerder uit een gezin dat dit kon en wilde betalen, ook al gold de voorsprong ook bij lagere inkomens.

Ook de verklaring zelf heeft een voorwaarde. Tellen en luisteren oefen je alleen als de les daar ruimte voor maakt. “Tellen en instructies volgen worden niet overal geoefend”, zeggen de twee onderzoekers, en soms verwachten zwemleraren juist dat een kind dat al kan. Het idee vinden ze overigens wel aannemelijk, omdat denken en bewegen in het water samenkomen. Een bewijs dat zwemles een kind die voorsprong geeft, is het alleen niet. Jorgensen zegt zelf ook dat zwemmers er niet slimmer van worden. Bovendien komt het onderzoek niet uit Nederland, en wat er in die lessen gebeurde, hoeft niet te lijken op een Nederlandse les richting diploma A.

Moet je peuter nu al op zwemles?

Op grond van dit onderzoek niet. In Nederland starten de meeste kinderen volgens de Nationale Raad Zwemveiligheid gemiddeld rond hun vijfde, en drie of vier jaar vindt de Raad tegenover LINDA nog aan de jonge kant, omdat de vaardigheden dan moeilijk zijn en een kind ook net aan de basisschool begint. Ook volgens Hartman en Van ’t Hooft is het van belang dat de les past bij de leeftijd en ontwikkeling van je kind. Meer over die keuze staat in ons stuk over de leeftijd en de kosten van een zwemdiploma.

Inschrijven is wel een andere vraag dan beginnen. Dat kan vaak al vanaf vier jaar, en Ouders van Nu raadt aan om dat dan ook te doen, omdat veel zwembaden met lange wachtlijsten werken. Hoe lang je mogelijk moet wachten, lees je in ons artikel over de wachtlijst voor zwemles. Dat is een praktische reden om op tijd te zijn, en die staat helemaal los van taal en rekenen.

Tot die tijd helpt het vooral om gewoon vaak samen naar het zwembad te gaan, en dat is ook wat de Raad aanraadt. Lol hebben in het water en wennen aan warm en koud, drijven en zakken, daar heeft een peuter geen les voor nodig. Wil je meegeven wat Jorgensen in de les ziet gebeuren, dan kun je gewoon samen tot tien tellen bij het schoppen. En kijk je straks naar een zwemschool, dan is het een goede vraag hoe de lessen eruitzien, want niet elke lesvorm past bij elk gezin. Begint je kind pas later, dan geeft dit onderzoek geen reden om je zorgen te maken dat het daardoor op school achterloopt. Leren zwemmen blijft de reden om te gaan, en dat is al reden genoeg.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen