Voor het leven met kinderen. En alles daaromheen.

Met de kinderen naar buiten als het koud is, ook als niemand er zin in heeft

·Tim Vasse
Moeder op de rug gezien op een nat bospad met in de verte twee rennende kinderen

Zaterdag, vier graden, en de kinderen hangen al sinds het ontbijt op de bank. Jij kijkt naar buiten, ziet alleen grijs en bedenkt dat morgen ook kan. Morgen is het ook grijs.

Toch zit de grootste drempel zelden bij de kinderen. Volgens onderzoek van Jantje Beton uit 2024 wil de helft van alle kinderen wel meer buitenspelen, en zeggen vrijwel alle kinderen dat ze zich vrolijk en blij voelen als ze buiten zijn geweest. Hieronder de zinnen die je op een koude middag het vaakst hoort, met wat ertegen helpt. Een paar daarvan komen uit je eigen mond.

“Het is veel te koud”

Dat klopt zelden voor de kinderen en vaak voor jou. Een kind dat rent, klimt en door de bladeren schopt, houdt zichzelf warm. Jij staat ernaast met je handen in je zakken, en daarom wil jij na twintig minuten naar huis. Slecht weer is ook bij kinderen zelf de meest genoemde reden om binnen te blijven, zo lieten de cijfers zien over kinderen die minder buiten spelen. Dat betekent dat de kleren voor een groot deel bepalen of het lukt.

Laagjes dus, en voor jou eentje meer dan voor hen. Trek je kind iets aan wat het zelf uit kan doen als het warm krijgt, want een kind dat te warm aan de wandel gaat, is na het eerste rennen klam en daarna alsnog koud. Handschoenen raken kwijt, dus neem er een extra paar mee. Stop in de tas ook droge sokken voor iedereen, een oude handdoek en een thermosbeker met iets warms, en leg die tas bij de deur zodra je besluit dat jullie gaan. Dat laatste scheelt meer dan je denkt. Hoe langer het inpakken duurt, hoe groter de kans dat iemand alsnog een serie aanzet, en die iemand ben je soms zelf.

Tas met thermosfles, handdoek en droge sokken op een bankje in het park

“Waar moeten we dan heen?”

Ver hoeft het niet. Het park om de hoek, het plantsoen of het slootje achter de wijk is genoeg, zolang er iets te doen is. Een wandeling is voor volwassenen een plan, voor kinderen is het vooral lopen. Geef het daarom een klusje mee.

  • De kleurenjacht. Vijf dingen zoeken in vijf kleuren. Blauw is in deze tijd van het jaar het moeilijkst, en dat is meteen het leuke.
  • De plassenroute. Alleen lopen waar water ligt, en bij elke plas raden hoe diep hij is voordat iemand het test.
  • De hut. Takken verzamelen tot er een muurtje staat. Klaar wordt hij nooit, en dat hoeft ook niet.
  • De picknick op een bankje. Boterham, warme chocolademelk, tien minuten. Het is koud en daarom lachen ze erom.
  • De zaklampwandeling. Het is vroeg donker, dus dit past gewoon tussen avondeten en bedtijd. Hoe je zo’n maanwandeling met je kinderen aanpakt, beschreven we eerder.

“Mijn voeten zijn nat”

Met deze zin houdt het meestal op, en vaak ben jij degene die hem zegt.

Op de sneakers waarmee je ook naar school fietst, is een bospad na een natte week geen pretje. Stevige wandelschoenen lijken daarvoor al snel overdreven, want je gaat niet de Alpen in, je loopt achter een driejarige aan. Daarom zijn lichte wandelschoenen voor dames voor een middag met de kinderen vaak de betere gedachte. Je hebt grip en droge voeten, en je trekt ze ook aan voor het schoolplein of de boodschappen.

KEEN geeft aan dat de lichte dameswandelschoenen uit deze collectie tussen de 250 en 400 gram wegen, en de Zionic daaruit heeft een KEEN.DRY-membraan dat regen buiten houdt terwijl je voet kan ademen. Het merk noemt deze schoenen geschikt voor verhard en licht oneffen terrein zonder al te veel hoogtemeters, en dat is zo ongeveer elk Nederlands bospad. Wil je meer steun rond je enkel, dan is de Hightrail Mid een halfhoog en waterdicht alternatief. Ga je met zware bepakking op trektocht of het hooggebergte in, dan zit je op een stevigere schoen beter, maar daar hebben we het op een zaterdagmiddag in het park niet over.

In de schoen telt de sok net zo hard mee. De Ascend II Crew van Sockwell is een middelhoge, naadloze wandelsok voor dames met merinowol en alpacawol en een verdikt voetbed. Een dun katoenen sokje houdt vocht vast, en dat voel je na een half uur stilstaan bij de schommel.

“Mag ik in die plas?”

Ja. Dat is het hele antwoord.

Alleen is er een grens aan wat een lichte schoen kan. Komt het water boven de rand, of ga je naar een drassig weiland of een sloot waar de kinderen uren in willen staan, dan ben je beter af met rubber. De Play Short van Hunter is een laars voor dames van natuurlijk rubber, 100 procent waterdicht en net boven de enkel, die je met sokken draagt. Daarmee hoef je niet meer te roepen dat ze moeten uitkijken, en je kunt er zelf ook even in gaan staan. Grote kans dat je kind juist dat onthoudt van deze middag.

Korte rubberlaarzen van een moeder in een plas met ernaast kinderlaarsjes

“Ik wil naar huis”

Deze komt altijd, dus plan hem in. Drie kwartier is voor kleine kinderen op een koude dag vaak mooi genoeg, en het is beter om te vertrekken als iedereen het nog leuk vindt dan wanneer de eerste huilt. Spreek af wat er thuis wacht, al is dat maar een boterham en een film. Dan hebben ze iets om naartoe te lopen, en voelt naar huis gaan niet als het einde van iets.

Reken ook terug vanaf het donker, want dat komt eerder dan je gevoel je vertelt. Loop je rond het schemeren nog langs een weg, zet dan iets opvallends op de jassen. Waar je verder op let met kinderen in het donker, staat bij de donkere spits na de wintertijd.

Eenmaal thuis gaan de schoenen uit in de gang, de natte sokken direct in de was en de jassen over een stoel. Laat de rommel even liggen en warm eerst iedereen op. Je merkt dan vanzelf dat de bank na een uur buiten een stuk lekkerder zit dan de hele ochtend ervoor, en dat de kinderen ’s avonds opvallend weinig over de tablet zeuren.

Morgen is het ook grijs. Dat is dan geen reden meer.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verder lezen