Kinderen spelen 23 procent minder buiten dan twee jaar eerder, en het aantal kinderen dat elke dag zelfstandig buiten speelt is gehalveerd. Die cijfers gaan deze week opnieuw rond, nadat J/M Ouders Geert Pelsma interviewde, de initiatiefnemer van Chill Adventures. Hij vreest dat kinderen daardoor minder veerkrachtig worden. Goed om te weten voordat je schrikt. Het gaat niet om nieuw onderzoek, maar om het Buitenspeelonderzoek dat Jantje Beton in 2024 publiceerde.
Wat Jantje Beton precies mat
Het onderzoek werd in het voorjaar van 2024 door bureau Verian uitgevoerd onder ruim duizend duo’s van een ouder en een kind van 6 tot en met 12 jaar. Volgens Jantje Beton speelde in 2022 nog 25 procent van de kinderen in hun vrije tijd elke dag buiten zonder toezicht. In 2024 was dat 13 procent. Het aantal kinderen dat nooit of bijna nooit zonder volwassene buiten speelt, groeide in twee jaar met 60 procent, tot ruim 400.000.
Kinderen kwamen in 2024 samen met hun ouders uit op iets meer dan zeven uur buitenspelen per week. De NOS plaatste daar wel een kanttekening bij. De meting van 2024 vond begin maart plaats, die van 2022 in mei, en in mei speel je nu eenmaal makkelijker buiten. Helemaal zuiver is de vergelijking dus niet. Toch laten alle eerdere metingen, uit 2013, 2018 en 2022, dezelfde dalende lijn zien.
De belangrijkste reden is het weer
Het meest genoemde excuus om binnen te blijven was slecht weer, bij 62 procent van de kinderen. Daarna volgden liever iets digitaals doen (39 procent) en te weinig andere kinderen om mee te spelen (38 procent). Ouders noemden vaker dan in 2022 het gebrek aan speelplekken en sociale veiligheid. Tegelijk gaven ze buitenspelen gemiddeld een 8,8 voor belangrijkheid, en de helft van de kinderen zei meer buiten te willen spelen.
Dat weer bovenaan staat, maakt dit nieuws actueel in de herfstvakantie. Juist nu het kouder en natter wordt, zakt het buitenspelen het verst weg. Pelsma zegt in J/M Ouders dat het ouders niet aan motivatie ontbreekt, maar aan een makkelijke ingang. Natuur is volgens hem ook het park om de hoek, de sloot of het plantsoen.
Waarom het verder gaat dan bewegen
Jantje Beton noemt slechtziendheid, overgewicht, somberheid en slecht slapen als gevolgen van te weinig buitenspelen. Dat eerste wordt vaak vergeten. Het Oogfonds adviseert kinderen elke dag minstens twee uur buiten te laten zijn, omdat daglicht de groei van het oog remt en zo bijziendheid helpt voorkomen. Bij iets meer dan zeven uur per week buiten komt een gemiddeld kind daar niet aan.
Wij denken dat de oplossing kleiner is dan het lijkt. Een kind dat al gewend is om na school even naar buiten te gaan, doet dat ook als het miezert, als de laarzen en de regenjas bij de deur klaarstaan. Meer ideeën voor een week met veel buitenlucht staan in ons stuk over de herfstvakantie buiten plannen met kinderen.



