Een lange wachtlijst, een diagnose die niet past, een behandelaar die steeds wisselt. Noa van Hagen, oprichter en bestuurder van Steunpunt Avalon, vindt dat het systeem van de jeugdzorg op die punten vastloopt. Tegen J/M Ouders zei ze dat jongeren soms gewoon de verkeerde hulp krijgen. Avalon is een ontmoetingsplek voor jongeren met psychische problemen, en Van Hagen ziet daar wat er gebeurt als hulp en jongere niet bij elkaar aansluiten.
Voor ouders van een kind in de jeugdzorg is dat herkenbaar en frustrerend tegelijk. Je wilt dat je kind goede hulp krijgt, maar je zit niet aan het stuur. Toch heb je meer invloed dan je misschien denkt, juist op de drie punten waar het volgens Van Hagen misgaat.
Waar het volgens Van Hagen misgaat
Van Hagen beschrijft een cultuur waarin hulpverleners vooral naar klachten en problemen kijken en te weinig naar wat een jongere wel kan. Ze vertelt over een jongen van vijftien die als ongemotiveerd werd gezien en al een half jaar op een groep ver van zijn familie zat. Na een herstelweek bij Avalon wilde een woongroep dicht bij zijn familie hem ineens wel opnemen. Haar vraag was of die jongen nou gedemotiveerd was, of dat hij de verkeerde dingen aangeboden kreeg.
Een tweede probleem zijn jongeren met meerdere problemen tegelijk. Van Hagen noemt jongeren met zowel een verslaving als ondergewicht. De verslavingskliniek neemt ze niet aan vanwege hun lage BMI, en een kliniek voor eetstoornissen kan de verslaving niet behandelen. Zo vallen ze tussen wal en schip. Ze vraagt zich hardop af of de jongeren nou zo complex zijn, of het zorgsysteem.
En ouders worden volgens haar wel betrokken, maar niet altijd genoeg of op een manier die werkt.
Als je kind op een wachtlijst staat
De jeugdzorg loopt in Nederland via de gemeente. Vaak is het wijkteam of het sociaal team je eerste aanspreekpunt, ook als je kind via de huisarts is doorverwezen. Staat je kind op een wachtlijst, vraag dan bij de gemeente of de zorgaanbieder wat er in de tussentijd mogelijk is. Soms is er overbruggingshulp, of kan een andere aanbieder eerder beginnen. Vraag ook hoe lang de wachttijd naar verwachting is, en laat het weten als de situatie thuis verslechtert. Wachten is niet hetzelfde als stilzitten, en een wachtlijst is geen reden om niet opnieuw aan de bel te trekken.
Als de diagnose niet lijkt te kloppen
Een diagnose is een hulpmiddel, geen vonnis. Van Hagen zegt zelf dat diagnoses serieus genomen moeten worden, maar dat er ook naar krachten en kwaliteiten gekeken moet worden. Herken je je kind niet in wat er op papier staat, zeg dat dan. Vraag welke observaties en tests tot de diagnose hebben geleid, en vraag het dossier in te zien. Je kunt ook om een second opinion vragen bij een andere behandelaar. Vraag daarbij gericht hoe de behandeling aansluit bij wat je kind zelf wil en waar het goed in is. Die vraag stelde Van Hagen bij de jongen van vijftien, en daar begon de verandering.
Als de behandelaar steeds wisselt
Elke nieuwe behandelaar betekent dat je kind het verhaal opnieuw moet vertellen. Vraag daarom om één vast aanspreekpunt dat het overzicht houdt, ook als de behandelaars zelf wisselen. Bij een kind met meerdere problemen is dat nog belangrijker. Vraag wie de regie heeft en wie de verschillende hulpverleners met elkaar laat praten. Zonder zo iemand blijft het snel bij losse trajecten die langs elkaar heen lopen.
Als je er samen niet uitkomt
Ouders en jongeren kunnen gratis terecht bij een vertrouwenspersoon van het AKJ, het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg. Die helpt je om je punt te maken in een gesprek met de zorgaanbieder of gemeente, en als het nodig is bij het indienen van een klacht. Het AKJ is onafhankelijk van de zorgaanbieder, en dat maakt het gesprek vaak makkelijker.
Van Hagen vraagt ouders ook om naar zichzelf te kijken. Volgens haar komen veel jongeren uit gezinnen waarin ouders zelf worstelen met onzekerheid, geldzorgen of oud verdriet, en daar gaat het in de hulp zelden over. Zij begon daarom Avalon Ouders, een groep waarin ouders ervaringen delen en ook naar hun eigen aandeel kijken. Ik vind dat geen verwijt maar juist hoopvol. Op het systeem heb je weinig invloed, op jezelf wel, en via jezelf ook op de zorg voor je kind.



