Steeds minder kinderen vinden school leuk, en docent Ton Langelaan denkt te weten waarom. In een interview met J/M Ouders vertelt hij dat het onderwijs volgens hem te veel draait om cijfers, toetsen en leerdoelen, en te weinig om wie een kind is en wat het zelf wil. Langelaan gaf lang les op de pabo en staat nu als invaller voor de klas. Omdat hij op veel verschillende scholen komt, ziet hij steeds hetzelfde patroon. Kinderen passen zich voortdurend aan en raken hun eigen motivatie kwijt.
Je kunt het met zijn analyse eens zijn of niet, maar als ouder heb je vooral een andere vraag. Hoe merk je thuis dat je eigen kind last heeft van die druk, en wat doe je ermee?
Wat Langelaan in de klas ziet
Een van zijn voorbeelden blijft hangen. Hij gaf leerlingen uit vijf havo de opdracht een eigen ondernemingsplan te maken. Ze vonden het veel te vaag en wilden precies weten wat erin moest om een goed cijfer te halen. Een andere leerling, uit vier vwo, zat niet graag in de klas. Er werd volgens Langelaan veel over hem gepraat, maar nooit met hem. Toen hij vroeg wat de jongen zelf wilde, bleek die een passie te hebben voor zijn bijbaan in de evenementenbranche.
Volgens Langelaan zijn kennis en cijfers ooit bedoeld als middel om op te groeien, maar zijn ze het doel geworden. Hij wijst naar de inspectie en de bekostiging van scholen, die weinig ruimte laten voor iets anders. Op dat systeem heb je als ouder weinig invloed. Op wat er aan de keukentafel gebeurt wel.
Wanneer de druk in een schoolloopbaan piekt
Prestatiedruk is niet het hele jaar even groot. Het helpt om te weten op welke momenten het in het Nederlandse onderwijs spannend wordt, want juist dan zie je de signalen het eerst.
Op de basisschool gebruiken veel scholen een leerlingvolgsysteem met toetsen halverwege en aan het eind van het schooljaar, rond januari en juni. Voor jonge kinderen zijn dat vaak de eerste momenten waarop ze merken dat er een score aan ze hangt. In groep 8 komt daar het schooladvies bij, en in februari de doorstroomtoets die sinds 2024 de oude eindtoets vervangt. Rond die toets en het advies dat erop volgt, gaat het in veel gezinnen nergens anders meer over.
Op de middelbare school verschuift de druk naar de toetsweken, en vanaf de bovenbouw naar het schoolexamen. Elk cijfer telt dan mee voor het diploma. Dat is precies het moment waarop leerlingen, zoals Langelaan beschrijft, alleen nog willen weten wat er precies in moet voor een voldoende.
Signalen die je thuis kunt zien
Een kind dat druk ervaart, zegt zelden letterlijk dat het school niet meer leuk vindt. Het zit vaker in kleine dingen die je naast elkaar moet leggen.
- Buikpijn of hoofdpijn op zondagavond of op de ochtend van een toets, die in de vakantie verdwijnt.
- Slecht slapen of lang wakker liggen in de week voor een toets.
- Bij elke opdracht eerst vragen hoeveel het meetelt, in plaats van waar het over gaat.
- Een acht als teleurstelling zien, of huilen om een cijfer dat prima is.
- Uitstellen tot het laatste moment, omdat beginnen betekent dat het ook mis kan gaan.
- Op de vraag wat hij of zij later wil, geen enkel idee hebben en daar ook niet over willen praten.
Dat laatste signaal sluit aan bij wat Langelaan ziet. Veel jongeren nemen volgens hem een tussenjaar omdat er nooit gevraagd is wat ze zelf willen. Ik vind dat een ongemakkelijke spiegel, want die vraag hoort niet alleen op school gesteld te worden.
Het gesprek met je kind
Begin niet bij het cijfer. Vraag eens wat je kind deze week het interessantst vond, of waar het zich op verheugt. Een kind dat steeds zegt dat het niets weet, heeft vaak geleerd dat het antwoord ergens aan moet voldoen. Geef het de ruimte om iets te noemen wat niets met school te maken heeft, zoals voetbal, tekenen of een bijbaantje.
Let ook op wat je zelf terugzegt bij een rapport. Als de eerste vraag thuis is waarom het geen negen werd, versterk je precies het patroon dat Langelaan beschrijft. Een simpele vraag als hoe het voelde om die toets te maken, opent vaak meer.
Het gesprek met de leerkracht of mentor
Zie je meerdere signalen tegelijk, bespreek het dan op school. Dat hoeft niet te wachten tot het oudergesprek. Vertel wat je thuis ziet, niet wat je vindt van de toetsen. Vraag of de leerkracht of mentor hetzelfde merkt, en hoe je kind zich in de klas gedraagt. Vraag ook of er ruimte is voor iets wat je kind wel motiveert, zoals een werkstuk over een eigen onderwerp.
Ga het gesprek aan als bondgenoot. Hoe je de verhouding met school goed houdt, lees je in ons stuk over het contact met de juf als ouders en school tegenover elkaar staan. Houden de klachten aan, of zie je dat je kind somber wordt of zich terugtrekt, dan is de huisarts of de jeugdverpleegkundige van school de volgende stap.



